Met de auto op reis gaan blijft één van de fijnste manieren om vrijheid te voelen. Je bepaalt zelf je tempo, je route en je stops. Geen wachtrijen, geen bagagelimieten, geen vaste schema’s. Maar die vrijheid werkt alleen echt als je je reis goed aanpakt. Zonder voorbereiding wordt een roadtrip al snel vermoeiend in plaats van ontspannend. Met de juiste mindset en een paar slimme keuzes maak je van elke rit een onvergetelijke ervaring.
Begin met een realistische planning
Veel stress ontstaat al vóór vertrek. Te veel kilometers per dag, te weinig rustmomenten en te hoge verwachtingen.
Probeer je reisdagen niet voller te proppen dan nodig. Vier tot zes uur rijden per dag is voor de meeste mensen meer dan genoeg. Zo hou je tijd over om onderweg te stoppen, iets te eten, een wandeling te maken of gewoon even niets te doen.
Plan je grote lijnen, maar laat ruimte voor spontaniteit. Soms is het net die onverwachte afslag die je bij het mooiste uitzicht brengt.
Comfort is belangrijker dan snelheid
Op lange ritten merk je snel wat echt telt: een goede zithouding, weinig rijgeluid en een stabiel gevoel op de weg. Niet hoe snel je gaat, maar hoe ontspannen je aankomt.
Daarom kiezen sommige reizigers bewust voor een tweedehands Audi. Niet om indruk te maken, maar omdat die bekendstaan om hun rustige rijervaring en degelijke afwerking. Zeker op lange snelwegtrajecten kan dat het verschil maken tussen uitgeput aankomen of fris uitstappen.
Elektrisch reizen
Elektrisch rijden op vakantie klinkt voor sommigen nog spannend, maar in de praktijk valt het goed mee.
Met een tweedehands elektrische auto rijd je stil, soepel en zonder schakelmomenten. Je pauzes worden automatisch rustmomenten: even stoppen om te laden, iets drinken, benen strekken. Dat natuurlijke ritme zorgt ervoor dat je minder gehaast bent en meer in het moment zit.
Bovendien ontdek je onderweg vaak leuke plekken bij laadstations: parkjes, cafés, kleine dorpen waar je anders gewoon voorbij zou rijden.
Check je auto voor vertrek
Een korte controle kan veel ellende voorkomen: – Bandenspanning – Olie en koelvloeistof – Ruitensproeiervloeistof – Verlichting – Remmen
Het kost je tien minuten en kan uren stress besparen.
Een goede auto maakt het verschil
Wie nog op zoek is naar een betrouwbare auto, vindt vandaag veel opties online. Zo is Touring CarSelect een platform waar je rustig kunt kijken naar recente tweedehandswagens met garantie, zonder de typische showroomdruk. Dat is handig als je zonder zorgen wil vertrekken.
[picture] => no
[pic1title] =>
[pic2title] =>
[pic3title] =>
[pic4title] =>
[pic5title] =>
[titleSlugified] => praktische-tips-voor-een-ontspannen-autoreis
[imageLink105x105] => https://cdn.easyapps.nl/578/img/icons/news_105x105.jpg
[imageLink50x50] => https://cdn.easyapps.nl/578/img/icons/news_50x50.png
[imageUrl] => https://cdn.easyapps.nl/578/img/slideshow/reisinspiratie/137/137_1.jpg
)
[1] => stdClass Object
(
[newsId] => 135
[date] => 2026-01-28
[title] => Van droom naar bezit: hoe je verantwoord een boot of tweede huis koopt
[text] =>
Stel: je bent al jaren fan van reizen, van vrijheid op het water of de geur van dennen in een bos en je overweegt om een boot of vakantiehuis te kopen. Het klinkt als de ultieme droom: een eigen stekkie voor weekends en vakanties, zonder telkens iets te huren of in een druk hotel te zitten. Maar voordat je die stap zet, is het slim om eerst goed na te denken.
Waarom een eigen boot of vakantiehuis aantrekkelijk is
Een eigen boot of vakantiehuis heeft veel aantrekkingskracht: het is jouw eigen plek om tot rust te komen, weg van dagelijkse beslommeringen. Je bepaalt zelf wanneer je gaat, met wie, en hoe lang je blijft. Voor veel reizigers voelt het als een rustpunt.
Tegelijkertijd is bezit geen vanzelfsprekendheid: het brengt verplichtingen en kosten mee die je niet moet onderschatten. Een vakantiehuis of boot is geen hotel of huurwoning. Je bent verantwoordelijk voor onderhoud, stalling, verzekering en alle bijkomende lasten. Denk bijvoorbeeld aan onvoorziene uitgaven voor reparaties, extra kosten bij verhuur of seizoensgebonden beperkingen die het gebruik beïnvloeden.
Waar je vooraf op moet letten
Locatie en gebruiksfrequentie
Of je nu kiest voor een boot of vakantiehuis: de locatie bepaalt veel. Hoe ver is het van je ‘thuis’? Hoe vaak ga je echt? Als je slechts één of twee weekenden per jaar kunt gaan, is het de vraag of de investering de moeite waard is.
De meeste experts raden aan om vóór aankoop te huren of te logeren op een vergelijkbare plek, om te ervaren of het écht bij je past.
Bij een vakantiehuis moet je ook uitzoeken wat de lokale regels zijn. In Nederland is permanente bewoning van een recreatiewoning bijvoorbeeld niet altijd toegestaan.
Ook kan de omgeving of het seizoen invloed hebben op het gebruiksgemak. Bij een boot spelen zaken als vaargebied, ligplaatsen en bereikbaarheid een rol.
Aankoopkosten en terugkerende lasten
De koopprijs is vaak nog maar het begin. Denk aan overdrachtsbelasting, notariskosten en soms advieskosten. Daarna komen de vaste lasten: energie, belastingen, verzekeringen, onderhoud en eventuele park- of ligplaatskosten.
Bij een boot moet je bijvoorbeeld rekenen op:
Winterstalling en antifouling
Periodiek motoronderhoud en keuring
Brandstof, waterkaarten, havengelden
Een recreatiewoning vraagt om structureel onderhoud van zowel binnen- als buitenzijde, denk aan schilderwerk, dakonderhoud, cv-installaties of tuinbeheer. Vergeet ook niet de kosten voor schoonmaak bij verhuur of een lokale beheerder.
Kostenvoorbeeld
Reken voor een bescheiden vakantiewoning op €3.000–€6.000 vaste lasten per jaar. Voor een middelgrote boot al snel €2.500–€4.000, afhankelijk van gebruik en stalling.
Wat past beter bij jou: boot of vakantiehuis?
Een boot biedt ultieme flexibiliteit. Je kunt meerdere locaties aandoen, je ‘verplaatst’ je vakantieplek als het ware. Dat is perfect voor mensen die houden van avontuur op het water en zich makkelijk kunnen aanpassen. Tegelijkertijd vraagt een boot intensief onderhoud, en zijn de jaarlijkse kosten vaak hoger dan verwacht. Zeker als je er niet zelf veel aan doet.
Een vakantiehuis is stabieler qua investering. Je kiest voor een vaste plek die je naar eigen smaak kunt inrichten en verbeteren. Bovendien kun je het huis mogelijk (deels) verhuren als je er zelf niet bent. De keerzijde: minder mobiliteit, en ook hier zijn er terugkerende kosten die vaak onderschat worden.
Let op: De waardeontwikkeling van een vakantiehuis kan aantrekkelijk zijn, maar dit is sterk afhankelijk van locatie, onderhoud en regelgeving.
Een slimme investering bescherm je met een goede verzekering
Welke keuze je ook maakt, je koopt geen luxeproduct maar een bezit met waarde. En waarde vraagt om bescherming. Het risico op schade door brand, storm, inbraak of ongelukjes is niet te vermijden maar je kunt je er wel goed tegen wapenen.
Daarom is het verstandig om je vanaf het begin goed te laten adviseren over passende verzekeringen. Eerdmans is verzekeringsspecialist voor recreatie die precies weet wat belangrijk is bij het verzekeren van een boot of vakantiehuis. Denk aan dekking voor schade, aansprakelijkheid, inboedel of milieuschade.
Wat als je droom verandert?
Een boot of vakantiehuis koop je vaak met het idee om er jarenlang van te genieten. Maar levens veranderen. Misschien gebruik je het minder dan gedacht, wil je overstappen op een ander type vaartuig of woning, of komt er een moment dat je de investering liever liquide maakt. Dan is het goed om een plan B te hebben.
Restwaarde en marktvraag: Boten schrijven doorgaans sneller af dan recreatiewoningen. Een goed onderhouden huis op een gewilde locatie kan zijn waarde behouden of zelfs stijgen, zeker bij schaarste.
Verkoopproces: Bij een vakantiehuis moet je denken aan een verkoopmakelaar, juridische afhandeling (zeker in het buitenland), en eventueel het afkopen van erfpacht of parkcontracten. Voor een boot: registratie, keuring en mogelijk btw-status.
Verhuren als tussenstap: Als verkoop nog geen optie is, kun je overwegen om (tijdelijk) te verhuren om kosten te dekken. Let dan wel op extra regels, vergunningen en verzekeringseisen.
Tip: Bepaal bij aankoop al wat je ideale gebruikstermijn is. Zo kun je tijdig inspelen op veranderingen en voorkom je dat het bezit een last wordt.
Maak van jouw droom een doordacht plan
Een eigen boot of vakantiehuis kopen is fantastisch. Het kan jouw reislust en behoefte aan vrijheid vervullen. Maar de droom wordt pas echt duurzaam als je realistisch bent over kosten, tijd, onderhoud en verzekeringen.
Neem de tijd om te rekenen, plannen en vergelijken. Kijk of de investering bij je levensstijl past, en maak gebruik van de juiste expertise. Zo wordt je vakantiedroom geen zorgenpost, maar een plek waar je jaar na jaar van kunt genieten.
Reizen staat voor vrijheid. Geen vaste routine, geen agenda, alleen jij en de weg die zich ontvouwt. Toch weet elke reiziger dat echte vrijheid niet ontstaat uit chaos, maar uit overzicht. Wanneer je weet waar je bent, wat je nodig hebt en hoe je keuzes maakt, wordt reizen pas echt zorgeloos. Dat geldt voor alles onderweg: je route, je bagage, je geld en zelfs de manier waarop je met technologie omgaat. In een wereld waarin innovatie snel vooruitgaat draait vrijheid steeds meer om inzicht.
De voorbereiding als fundament
Spontaan reizen klinkt romantisch, maar zelfs de meest vrije avonturier plant bewust. Een goede voorbereiding betekent niet dat je alles vastlegt, maar dat je ruimte creëert voor improvisatie. Door inzicht te hebben in je budget, je documenten en je route, kun je met vertrouwen loslaten. Overzicht is geen beperking, maar een hulpmiddel. Het maakt dat je keuzes kunt maken zonder stress, omdat je weet wat je achterlaat en waar je naartoe wilt.
Rust in plaats van controle
Overzicht geeft rust. Niet omdat alles voorspelbaar wordt, maar omdat je beter weet hoe je kunt omgaan met het onverwachte. Een gemiste trein, een omweg of een vertraging voelt minder zwaar als je grip houdt op het geheel.
Digitale vrijheid onderweg
Reizen anno nu is digitaal. Van tickets tot navigatie, van reserveringen tot communicatie: bijna alles gebeurt online. Dat brengt gemak, maar ook verantwoordelijkheid. De moderne reiziger kiest bewust hoe hij technologie gebruikt. Digitale innovaties laten zien hoe transparantie en flexibiliteit hand in hand kunnen gaan. Ze helpen ons niet om méér vast te leggen, maar om slimmer te plannen.
Balans tussen plannen en genieten
De kunst van reizen is weten wanneer je moet plannen en wanneer je moet loslaten. Te veel voorbereiding kan spontaniteit doden, maar te weinig overzicht zorgt voor onrust. De balans ligt ergens in het midden. Door vooraf te bedenken wat belangrijk is, of dat nu je budget, vervoer of gezondheid is, maak je ruimte om onderweg te genieten.
Een reis zonder zorgen is een reis met aandacht
Vrijheid is niet hetzelfde als impulsiviteit. Wie met aandacht reist, ziet meer, voelt meer en beleeft meer. Overzicht helpt om dat bewustzijn vast te houden, ook in een wereld vol prikkels en keuzes.
Slim omgaan met middelen
Wie reist, weet dat geld niet alleen een praktisch hulpmiddel is, maar ook invloed heeft op rust en vrijheid. Een overzicht van wat je hebt en wat je uitgeeft voorkomt onnodige stress. Door bewust te kiezen hoe je je middelen beheert, digitaal of contant, houd je de regie. Ook nieuwe vormen van technologie, zoals ethereum, maken het makkelijker om inzicht te krijgen in waarde, transacties en mogelijkheden, waar ter wereld je ook bent.
Vrijheid is weten wat genoeg is
Een van de mooiste lessen van reizen is leren wat je écht nodig hebt. Vaak blijkt dat veel minder te zijn dan je denkt. Overzicht helpt om dat te ontdekken. Niet alleen in spullen, maar ook in keuzes. Wanneer je weet wat belangrijk is, kun je de rest loslaten. Dat geldt voor bagage, maar ook voor verwachtingen.
Inzicht als kompas
Inzicht vervangt geen avontuur, maar maakt het dieper. Het helpt je bewuster te reizen en beter te begrijpen wat je onderweg zoekt. Of het nu gaat om een lange roadtrip, een wereldreis of een weekend in eigen land: inzicht is je kompas. Het laat zien waar je vandaan komt, waar je nu bent en waar je naartoe wilt.
Vrijheid door bewust leven
Vrijheid onderweg is meer dan bewegen, het is leven met intentie. Wie bewust reist, kiest niet voor het drukste schema, maar voor het rijkste moment. Overzicht maakt dat mogelijk. In een tijd waarin reizen, technologie en financiën steeds meer met elkaar verweven zijn, wordt inzicht de sleutel tot rust. Ethereum is daar een mooi symbool van: een systeem dat draait om transparantie en autonomie, net als reizen zelf. Want echte vrijheid is niet weglopen van structuur, maar het bewust kiezen van richting.
24 februari 2026 Barra de Tortuguero – Puerto Viejo De Sarapiqui
7:00 ontbijt. Claudia had gevraagd of de groep 5 minuten wilde meehelpen plastic te ruimen op het strand voor het hotel, om iets bij te dragen aan het behoud van de natuur. Iedereen hielp mee en in 5 minuten was een grote vuilniszak gevuld met afval. Om 8:30 gingen we met de boot terug naar de haven en kwamen we in de stromende regen een uur later aan bij de haven. Vandaag regent het soms zelfs op regenwoud niveau, terwijl dit wel de minder natte periode aan de Caribische kust is. Bij het restaurant konden we schuilen en iets drinken zodat de koffer slepers de koffers allemaal in bus konden laden.De bus werd naar de achteringang van het restaurant verplaatst zodat we enigszins droog in konden stappen. Rond 11:00 kwamen we aan bij een biologische boer: Bewak. Na de laatste plaag (kever wiens eitjes, na uitkomen de boom leegvreet en dood) met de kokosbomen had deze boer het roer volledig omgegooid. Hij was van mono cultuur afgestapt en had nu diverse soorten. Er staan grote kokosbomen: voor de olie uit de kokosnoot, lage kokosbomen voor het sap en de kokos. Iedere maand groeit er een nieuwe tros aan de boom. Ze hebben met het onderzoekscentrum Catie bij Turrialba (waar we gewandeld hebben) overlegd welke soorten beter bestand zijn. Naast kokosbomen, ook cacao, kruiden, groenten, aardappelen, diverse vruchten. Op 4 hectare grond hadden ze zelfs nog een gedeelte terug aan de natuur gegeven. In een paar jaar tijd stond er een volledig bos op. We kregen uitleg over de verschillende gewassen door de dochter van de boer. We hebben er ook heerlijk geluncht met producten uit hun eigen tuin zoals kleine, smaakvolle bananen, spinaziesoep. Ook kokosnoten sap geproefd en suikerwater dat uit het suikerriet gemangeld werd. Op de voedertafel vlogen vogels af en aan. Buiten hun terrein zien we de monocultuur weer: eindeloze bananenplantages en ananasvelden waar Chiquita en Dole met gif werken en waar de medewerkers en aanwonende bevolking ziek van worden. Daarna zijn we doorgereden naar de eindbestemming, een mooi hotel met zwembad. Alleen moeten we oppassen met de gangen onder de loopbruggen van het hotel, zeker na zonsondergang kunnen er zich (dodelijke) lanspuntslangen bevinden. Vlak bij het hotel hangt een luiaard in de boom.
Vandaag ga ik lekker op het brommertje rondrijden. Eerst even rustig koffie met Henrich als hij wakker wordt. Ik ga op pad met twee missies: Ik wil een telefoonhouder op de brommer en ik wil een nieuwe batterij in mijn telefoon. De oude houdt het geen dag meer uit, hooguit een halve. Ik heb inmiddels mijn Nederlandse sim uitgeschakeld, ik ben in Thailand te bereiken via 66653430107. Dat duurt tot en met 4 maart, wanneer ik via Hongkong weer naar Amsterdam vlieg. Eerst maar eens kijken naar een telefoonhouder, ik zoek een motorbike repair shop. Die heeft zo'n ding en voor 4 euro ben ik (en de toekomstige gebruikers) voorzien van een handige telefoonhouder op de brommer, inclusief montage. Dat navigeert een stuk makkelijker! Op naar de volgende missie, een nieuwe accu voor de telefoon. Deze worden tegenwoordig zo gemaakt dat de accu niet makkelijk kan worden vervangen, ze zijn dichtgelijmd. Op aanraden van Henrich ga ik eerst naar het Samsung Service Center. Daar wordt mijn telefoon aan een computer uitgebreid gecontroleerd. Ik krijg een prijsopgave van 3400 TB, zo'n 85 euro en een duur van 3-4 uur.. Ik rijd vervolgens naar een telephone repair shop. Dat blijkt een hele verdieping te zijn van een winkelcomplex waar wel 10 reparatiebedrijfjes zitten en nog veel meer kraampjes met telefoons, gebruikte telefoons, hoesjes, selfiesticks en horloges. Ze hebben daar ook dezelfde telefoonhouders voor 3x de prijs die ik net betaalde. Ik laat mijn telefoon achter bij een van de tentjes, ze gaan de batterij vervangen voor 800 TB, zo'n 20 euro, binnen een half uur. Ik hobbel naar binnen bij Starbucks en bestel een lekkere bak koffie en een heerlijke tosti. Het is inmiddels 1500 en ik had nog niet ontbeten. Het smaakt me prima! Even later is mijn telefoon klaar en ik rijd via via naar huis. De slagboom wordt geopend door een saluerende bewaker. Henrich is op de parkeerplaats aan het frutten aan zijn Jaguar XJ350. Er is altijd wat mee en hij rommelt er graag aan. Wat ze zeggen: It is cheap to buy a Jaguar, it is very expensive to own a Jaguar. Hij laat onderdelen van over de hele wereld komen. In de flat wordt de lift voor mij gehaald door een tweede saluerende bewaker. Ik ga wat sociale zaken doen en een tijd later merk ik dat Henrich kennelijk een dutje heeft gedaan en nu weer wakker is. Het is tijd voor de rituele gin-tonics op het balkon, daarna neem ik hem mee uit eten. Eerst gaat nog even mijn wasgoed in de machine, scheelt weer gesjouw later. We eten heerlijk in een restaurantje dat hij kent. De totale rekening voor twee personen? 30 euro, voor spring rolls, heerlijk rundvlees, grote garnalen en twee bier. Je zou er aan kunnen wennen ... Weer thuis hang ik de was op en ga ik online een hotel zoeken. Dat is nodig omdat Henrich morgen naar Hua Hin moet, dat had hij al afgesproken. Ik vind en boek een hotel voor tenminste de komende twee nachten, daarna zien we wel weer verder. Als ik hem dat wil vertellen blijkt hij al naar bed te zijn gegaan, het is dan 2145. Ik had het voornemen om nog even de stad in te gaan, maar misschien is dat morgen handiger, als ik mijn eigen plekje heb. Dan val ik niemand lastig met laat thuiskomen en zo. Ik heb vandaag geen foto's gemaakt, wie weet komt dat morgen weer goed. Tot dan!
Zaterdag 21 februari – Water zoeken, water zorgen en waterproblemen oplossen
Vandaag gaat de wekker vroeg. Het wordt een volle dag.
We halen eerst Charles op. Voor wie hem nog kent uit eerdere verhalen: Charles is een oud-collega van Jantinus bij het waterbedrijf op Biak. Sinds een paar maanden is hij zelfs directeur. Fijn om zo’n betrokken man aan boord te hebben bij onze waterprojecten.
Daarna rijden we door naar Winsy. Hij is de man die vorig jaar voor ons een bron heeft geboord in Nermnu. Ook dit jaar willen we weer kijken of we een kampong van schoon water kunnen voorzien.
Kampong Warsansan – een mogelijke nieuwe bron
Charles heeft alvast wat voorwerk gedaan en stelt kampong Warsansan voor. We stoppen bij de kerk. Onze voorkeur gaat altijd uit naar een project bij een kerk of school – simpelweg omdat daar elektriciteit aanwezig is. En stroom is onmisbaar als je water omhoog wilt pompen.
Winsy haalt – net als vorig jaar – zijn ‘geavanceerde’ wiggelroede tevoorschijn om water te zoeken. Mijn nuchtere westerse brein vindt daar eerlijk gezegd nog steeds wat van. In mijn beleving zit er diep in het koraal overal water, je moet het alleen weten aan te boren.
Maar: we hebben een no cure, no pay-afspraak, dus we laten hem rustig zijn gang gaan.
Hij vindt een plek bij de kerk waar volgens hem water zit, op ongeveer 110 meter diepte.
Het probleem? Dat boren is duur. Heel duur.
·Kosten boren: ongeveer 1,5 miljoen roepia per meter
·Totale offerte: ruim 200 miljoen roepia
·Omgerekend: ongeveer €10.000
Dat is simpelweg te veel voor ons budget dit jaar.
Ons beschikbare budget voor een nieuwe boring ligt rond de 145–150 miljoen roepia (€7.500), mede dankzij een mooie bijdrage van Stichting Water is our World. Zij hebben ons de afgelopen jaren vaker geholpen bij grotere waterprojecten op Biak en daar zijn we ontzettend dankbaar voor.
Voor Warsansan gaan we dus alternatieven onderzoeken. Er ligt een rivier op ongeveer een kilometer afstand. Misschien kunnen we daar water vandaan halen. Alleen: daar is geen stroom. Dus denken we voorzichtig aan zonne-energie. Dat is hier nog vrij nieuw, dus we gaan uitzoeken of dit technisch én financieel haalbaar is.
Ondertussen zoeken we verder naar een kampong waar we minder diep hoeven te boren.
Kampong Wari – terug naar een project uit 2024
Daarna rijden we door naar kampong Wari, waar we in 2024 de hele kampong weer van water hebben voorzien. De kampong wordt gesplitst door de Wari-rivier.
Bij aankomst zien we dat bewoners zelf een tyleenleiding door de weg hebben gefreesd. Mooi initiatief!Maar de leiding steekt op sommige plekken boven de weg uit. Dat is vragen om problemen. We spreken af dat de leiding dieper wordt ingegraven en wordt afgedekt met beton. Zo voorkomen we ongelukken én leidingbreuken.
Want elke lekkage betekent minder waterdruk verderop in het systeem.
En precies dat blijkt nu het probleem. Aan de kant van de kampong waar de school staat, is momenteel geen waterdruk. We vinden geen grote lekken in het dorp zelf. Bewoners vertellen dat de leiding van de bron, hoog in de heuvels, waarschijnlijk kapot is of onvoldoende water naar het reservoir brengt.
Die bron ligt diep in het oerwoud. Dat is geen klein wandelingetje. We vragen bewoners om erheen te gaan en foto’s en video’s te maken. Aan de hand daarvan beslissen we of we de leidingen moeten vervangen.
Kortom: ook in Wari zijn we voorlopig nog niet klaar.
Amyamdam – een trots project met nieuwe uitdagingen
Dan rijden we door naar Amyamdam.
Hier hebben we vorig jaar eindelijk water in de kampong gekregen. Met een onderwaterpomp in de rivier pompen we water zo’n 50 à 60 meter omhoog naar een watertoren. Bovenop staat een reservoir van 2200 liter dat zorgt voor waterdruk in de leidingen naar verschillende tappunten in het dorp.
Toen wij vorig jaar vertrokken, werkte alles perfect. Echt een project om trots op te zijn.
Maar in januari kregen we berichten: er waren problemen.
De pvc-buis waarin de pomp hing, bleek door de kinderen als glijbaan te worden gebruikt… en is geknapt. Gelukkig zijn de inwoners van Amyamdam echte aanpakkers. Met hulp van Charles is de pvc-buis vervangen door een dikke tyleenbuis. Die kan wel tegen een stootje.
Toch kregen ze de pomp niet meer aan de praat.
We controleren alles:
·Er is stroom bij de meter.
·Er is stroom bij de rivier.
·De hoofdschakelaar blijkt niet meer goed te werken (die staat continu onder spanning – niet veilig).
·In de regelunit meten we ook stroom.
·Vermoeden: kapotte condensator.
We zetten de schakelaar en condensator op het boodschappenlijstje en spreken af de volgende dag terug te komen.
Zondag – kerk, administratie en sleutelen
Zondagochtend is hier heilig. De meeste mensen op Biak gaan naar de kerk. Daarna gaat het leven gewoon weer door. Wij gebruiken de ochtend voor verslagen en administratie.
Om 14.00 uur rijden we met Charles en Winsy terug naar Amyamdam (45 minuten rijden). We schakelen de stroom uit, vervangen de schakelaar en de condensator.
Maar… nog steeds geen draaiende pomp.
Dan halen we de pomp uit het water en nemen hem mee naar de stad om te testen. Die testen zijn inmiddels gedaan en de conclusie: de pomp én de besturingsunit werken gewoon.
Dan blijft er nog maar één verdachte over: de kabel van de kampong naar de rivier. Die is ongeveer 300 meter lang.
We zagen al dat de kabel op meerdere plekken met tape gerepareerd was. Grote kans op lekstroom door slechte verbindingen. Dat zou verklaren waarom alles stroom lijkt te hebben, maar de pomp toch niet start.
We besluiten de volledige kabel te vervangen. Komende week zoeken we een geschikte kabel, 300 meter is niet niks en volgend weekend gaan we met pomp en nieuwe kabel terug naar Amyamdam.
Wordt vervolgd…
Stichting Hati Bersatu
Onze projecten hebben we ondergebracht in Stichting Hati Bersatu.
Als je wilt bijdragen aan onze projecten, kun je een bijdrage doen via rekening:
Vanochtend om 6:00 in de boot, twee uur lang door het park gevaren. Heel veel vogels en kaaimannen en een paar leguanen en salamanders gezien. Bij vertrek zagen we vlakbij een grote kaaiman liggen. Het weer is goed en de weerspiegeling in het water van de natuur is prachtig. Later op de dag is het verdwenen na de regenbuien.
Om 8:00 terug voor het ontbijt. Regen. Om 9:00 met de boot naar het park om de “berg” van 119 meter hoog te beklimmen. Heel veel mini kikkers gezien, vooral de rode variant: aardbeigifkikker. Sommige maar 1-2 cm groot. Bovenop de berg hadden we een prachtig uitzicht over het park en de oceaan. We zagen ook een grote leguaan op een boomtak liggen. Weer beneden liepen we via een voetpad parallel aan het kanaal naar een lieflijk dorp met vriendelijke mensen. De bakkersvrouw bedankte dat we hier heen gekomen zijn en zo meehelpen om hun gebied te steunen. Veel kleurrijke huizen. De boot ligt te wachten. Om 12:00 waren we terug en om 13:00 de lunch.
Om 14:00 gingen we met de boot naar een klein dorpje. Onderweg zagen we een otter. In het dorpje wat rondgelopen, slinger apen gezien en de nodige vogels. Een cappuccino op een overdekt terrasje met uitzicht op het kanaal gedronken, samen met Claudia en Nuning. Gewacht tot de regenbui over was en verder het dorp rondgelopen. Met de boot waren we iets na 17:00 terug bij de lodge.
We hebben er lang naar uitgekeken, eerdere reizen kwam er niet van maar nu gaat het dan toch gebeuren een bezoek aan het veel geprezen Ronda. Toch begint het met een teleurstelling. De beroemde Caminito del Rey, het gaat om een pad met een rijke historie, blijkt niet mogelijk. Het werd aangelegd door arbeiders met slechts handgereedschap naar een stuwmeer. Na een aantal jaren werd het niet meer gebruikt en raakte in verval. Waaghalzen liepen met pad af en toe illegaal maar daar stak de overheid een stokje voor. Een jaar of 10 geleden werd het toch weer nieuw leven ingeblazen omdat het zo mooi is gelegen. Tegenwoordig is het een topattractie waar je alleen door te bespreken een tijdslot kunt kopen. Maar het kon niet doorgaan. De hele nacht en morgen heeft het hard gewaaid en geregend. Het is niet verantwoord deze mooie trail te lopen, zeker omdat er op het laatst een hangbrug overgestoken moet worden. Heel erg jammer natuurlijk maar ja gewoon farce majeur!
De volgende dag is het weer opgeknapt maar het is koud met een harde wind. Met zo’n 1,5 km wandelen vanaf de camping ben je via de Puerta Almocábar, een fraaie poort in de stadsmuur, in Ronda. We volgen eerst de buitenzijde van de stadsmuur. Aan de rechterkant kijk je op landerijen met daarachter de heuvels en andere kant de muur maar ook poorten en bruggen die daarin zitten. De rivier de Galdalevin snijdt met een 100 m diepe kloof Ronda in 2 delen, dat levert mooie plaatjes op. Zowel de Puente Nuevo als de Puente Viejo of te wel de nieuw en de oude brug zijn voorbeelden daarvan. Over eerstgenoemde werd maar liefst 42 jaar gebouwd medio 18e eeuw. Een andere attractie is de arena, waar nog af en toe nog stierengevechten worden gehouden maar veel minder dan voorheen. Het is een van de oudste van Spanje en is een ontwerp van dezelfde architect als de Puente Nuevo. Wij lopen er even binnen en zien dat dit de moeite waard is. Heel Ronda ademt historie. In allerlei namen klinkt nog steeds de voormalige Moorse aanwezigheid door. De toeristen komen verder flink aan hun trekken ook als je van winkelen en eten houdt!
Weer een dag verder reizen we naar El Puerto de la Maria. We moeten wat omrijden omdat een weg is geblokkeerd a.g.v. het eerdere slechte weer waardoor we uiteindelijk op een dag afstand van 315 km komen. We zien heel veel olijfgaarden die deels onder water staan. Je vraag je af: komt dat weer goed met een plant die zo goed tegen de droogte kan? We passeren vandaag ook op afstand de straat van Gibraltar, dat betekent dus dat we van de Middellandse Zee overgaan naar de Atlantische kust. Dat neemt niet weg dat het klimaat Mediterraan blijft. Het stadje Osuna staat groen ingekaderd op de ANWB kaart. Het valt niet echt mee maar we krijgen nog wel van de lokale carnavalsoptocht mee, toch leuk.
Een uur voordat we op de camping arriveren en rijdend over de slechte A394 lijk ik ineens een hersenschim te zien. Maar nee, het is echt, het is een heel bijzondere kerk in Palmar de Troya. De kerk staat achter een muur, we kunnen deze dus niet helemaal zien, maar heeft 8 grote en 7 kleine torens.
Onderzoek via de website https://www.palmarianchurch.org/ leert dat het in feite om een eigen stroming in de kerk gaat, ontstaan in 60 en 70 er jaren van de vorige eeuw n.a.v. een verschijning van Maria aan kinderen. De benoemde paus Sint Gregorius XVII is nooit erkend in de Rooms Katholieke kerk. Het gaat dus in feite om een scheuring uit die tijd. Het is bijzonder verhaal maar het is wel een prachtig (bijna overdreven mooi) gebouw.
In Cadìz, aan de overkant van El Puerto bereikt via een ferry, is het carnaval in volle gang. Veel mensen lopen verkleed en geschminkt over straat. Een stuk verder ontdekken we in de nauwe straatjes vele praalwagens. Deze zien er echter heel anders uit als bij ons. Er staan namelijk mensen in carnavalskledij op die geregeld satirische liedjes zingen met een politieke inslag die met veel passie worden gebracht. De wagens rijden niet, het is de bedoeling jij als bezoeker langs de wagens loopt, tenminste zover dat mogelijk is want het is heel druk. Het is alles bij elkaar een prachtig volksfeest. Dit alles gebeurt bij heel mooi weer zonder noemenswaardige wind. Dat is na al die stormen echt een verademing!
Weer 24 u verder hebben we een dagvullend excursieprogramma. Caroline is onze gids. We gaan naar Jerez de la Frontera (JF). JF is de hoofdstad van sherry. Er zijn hier dan ook talloze bodega’s.
We stappen uit bij de Alcazar om dit bezoeken. Een alcazar is een paleizencomplex met patio, tuinen, Arabisch badhuis en uit strategische overwegingen uitkijktorens. Deze dateert van na de moslimtijd en is dus relatief jong in tegenstelling tot bijvoorbeeld Sevilla. Het is best aardig om te zien, maar wij zijn wat dat betreft verwend. Caroline vertelt ook over de rol van de Cabollos (paarden). Er is hier een groot complex waar voorstellingen worden gegeven door de Spaanse rijschool. Wij bezochten een voorstelling in 2023 maar zijn toen voorbijgegaan aan wat de stad nog meer te bieden heeft. Wel dat is o.m. een mooi centrum met Mercado en winkelstraatjes, klassieke gebouwen, e.d. Het is echt Spaans en fijn toeven hier. Ook de lunch gebruiken we in dit stadje en ja met zo’n harmonieuze groep blijft het een gezellig en sociaal gebeuren. Maar zul je je afvragen: en die sherry dan? We rijden terug naar El Puerto, onze verblijfplaats, naar de bodega van Gutiérrez de Colosia, ook een familiebedrijf (van origine sinds 1838). De dame vertelt ons alles over het hele proces wat bij de productie van sherry komt kijken. Het gaat om vaten van wel 600 l die in 3 lagen worden neergelegd. De oudste ligt onderop, regelmatig vindt vermenging met andere lagen plaats die zo het proces verder brengen. Vooral de houdbaarheid van sherry is verbazingwekkend hoog tot wel > 100 jaar. Uiteindelijk komt natuurlijk de onvermijdelijke proeverij en het eventueel kopen van een fles. Er staan maar liefst 6 soorten voor eenieder klaar in de volgorde van heel droog naar zoet. Sommige mensen drinken echt alles op maar de meesten zijn minder geïnteresseerd als het om drinken gaat. Als geheelonthouder krijg ik een flesje sinas. Sherry was bij ons in de 70er jaren redelijk populair. Daarna is het behoorlijk ingezakt. In feite geldt dat in Spanje in mindere mate ook. Maar men doet er nu hier alles aan om de populariteit weer te verhogen vooral door een relatie met de maaltijd aan te gaan. Wij kijken terug op een goed bestede dag met een goede maar wel erg spraakzame gids die ook nog veel om zichzelf moet lachen.
Weer een dag later maak ik met 2 reisgenoten een fietstochtje dat uit de koker komt van Komoot. Het wordt geen succes. Ook hier lopen we tegen wegen aan die onder water staan. In plaats van een rondje moeten we dezelfde weg weer terug.
Volgende keer nemen we je mee naar El Rocio, ook een heel bijzonder stadje.
Vandaag is er niet veel te beleven, behalve dat om 0600 de wekker gaat, da's wel wat vroeg. Het laatste beetje gaat in de bagage, ik laat een fooi achter voor het vrolijke kamermeisje. De heleboel de lift in en gestald bij de receptie. Eerst maar even ontbijten, dat kan vanaf 0630, maar eerder ook wel, zoals blijkt. Hierna mag ik nog even de was afrekenen en zit ik geduldig te wachten op de chauffeur. Even voor 0700 is hij er. De deurknul sjouwt de zware tas de trap af en de reis van vandaag kan beginnen. Ik heb gisteren op advies van Henrich online al een e-registration gedaan, een soort visumaanvraag. Per auto naar het vliegveld. Ik check beide tassen in, samen 24,5 kilo. Sja, moet ik maar niet van die zware dingen kopen! Ik krijg hier ook mijn boardingpass uitgereikt. Ik loop langs een openstaand kantoortje waar ik zowaar mijn grote tas op een tafel zie staan. Hij is niet door de security controle gekomen. Ik gebaar door de open deur dat het mijn tas is en mag door een andere deur naar binnen. De scanner is aangeslagen op een AK47 patroonhuls die zeker niet mee mag. Jammer, maar die gaat in de vuilnisbak, waar overigens nog veel meer hulzen liggen. Ook mijn oude powerbank, die ik alleen nog heb bewaard om wellicht te repareren, mag eruit naar de handbagage. Ik had dat ding helemaal vergeten! Nu wordt de tas goedgekeurd en ga ik een bak koffie drinken. Door de pascontrole gaat redelijk vlot en al snel zit ik in de vliegmachine. Die stijgt met een kwartiertje vertraging op. Rond 1200 landen we in Bangkok. Via veel rolbanden en zo naar de controles. Eerst sta ik in een slingerdeslang rij van een paar honderd mensen voor controle van pas en boardingpas, daarna is een nog veel langere rij voor de douane. Dat geheel duurt zo'n anderhalf uur. Bij "Immigration" wordt niet alleen je paspoort gecheckt tegen de ingevulde e-registration, je moet ook vingerafdrukken van je rechterhand achterlaten en je foto wordt gemaakt. Daarna is het tijd om de bagage te zoeken. Die moet binnenkomen via band 7, dat blijkt dan weer bijna aan de andere kant van het gebouw te zijn. Doordat alles zo lang duurde heeft men de band al leeggehaald, de overgebleven stukken bagage staan ernaast, mijn tassen ook. Ik ben weer compleet! Ik laat in die hal ook gelijk een 14-dagen Thailand sim in mijn telefoon zetten, ik wissel in een automaat ook nog eens honderd euro om. Een info-jongedame wijst mij hoe ik bij de Grab parkeerplaats moet komen. Ik bestel via de app een Grab. De afstand is ongeveer 120 km en er zit een tolweg in. Voor dit gekoelde privé transport van deur tot deur mag ik straks wel zo'n 50 euro afrekenen, kom daar thuis maar eens om. De chauffeur, een derde-generatie Chinees, spreekt aardig Engels. We kletsen wat, ook over de overheid in Thailand. Hij schat dat 80% van de bevolking niet blij is met de huidige koning, maar dat niemand dat buitenshuis durft te zeggen. Een influencer die dat wel deed is onlangs veroordeeld tot 32 jaar gevangenisstraf. De bewaker sjouwt de zware tas naar de lift en gaat mee naar boven. Op de 15e verdieping belt hij aan bij Henrich, een oude Deense vriend die even onderdak voor me heeft. We kletsen bij onder het genot van een biertje, ook over de gemeenschappelijke vriendin door wie ik hem heb ontmoet. Rond 1800 drinkt hij altijd 1 (eigenlijk 2) gin-tonic op het balkon met uitzicht over zee. Hierna eten we heerlijk in het hotel naast zijn flat. Wat verder gebabbeld en ri=on 2200 gaat hij naar bed. Ik douche en schrijf mijn verhaaltje.
Al weken tel ik de dagen af tot mijn vertrek op 24 februari. Wat mij zo gretig maakt om opnieuw die best lange zware reis te maken kan ik moeilijk uitleggen. Alleen verstokte reizigers voelen wat ik bedoel. En dan heb ik het niet over een kant-en-klare luxe compleet verzorgde vakantiereis, maar het soort waarbij je zo ongeveer alles zelf organiseert en uitzoekt, liefst tegen zo min mogelijk kosten. Low-budget, inclusief bijbehorende ontberingen, maar met de hoop dat het meevalt. Ik heb een aantal voordelen opgebouwd. Ik weet redelijk goed hoe het allemaal werkt onderweg, in Nepal met name, maar omdat de reis via India altijd een stuk goedkoper is kan ik daar niet omheen. En daar liggen de valkuilen, want ooit meende ik – op basis van eerdere ervaringen – zonder transitvisum de luchthaven van Delhi te kunnen passeren, met alle gevolgen van dien. Daarbij heb ik op mijn bestemming vele bekenden die mij graag terzijde staan, dus ik hoef het niet allemaal meer zelf uit te zoeken.
Voor de sociale projecten in Bardia heb ik de nodige spel- en schildermaterialen ingeslagen en verdeeld over mijn drie stuks bagage. Daarin biedt Kapla prachtig educatief materiaal. Wie kent ze niet, de kabouterplankjes waarmee je de meest prachtige bouwwerken kunt creëren. De Nederlandse uitvinder Tom van der Bruggen overleed recent, is met Kapla wereldberoemd en rijk geworden. Eerder nam ik al een flinke hoeveelheid mee voor de schoolkinderen, nu gaan maar liefst 560 stuks mee in mijn bagage met bestemming weeshuis. Verder heb ik uitgezocht wat er in Nepal zelf gekocht kan worden aan boeken, muziekinstrumenten en sportmaterialen. Eigenlijk ken ik alle leuke verkoopplekken al voor deze spullen, die van daaruit rechtstreeks naar Bardia verzonden kunnen worden, zodat wij er niet mee hoeven te sjouwen. Voor mijn recente verjaardag heb ik een mooi geldbedrag ingezameld, donaties in plaats van cadeaus. Van geven is nog nooit iemand armer geworden, een uitspraak die ik koester. Mijn Amsterdamse vriend Cornel heeft hetzelfde concept gebruikt voor zijn verjaardag en samen kunnen we vanaf woensdagavond gaan overleggen hoe we de dingen gaan aanpakken. Cornel is al onderweg en arriveert morgenochtend in Kathmandu, ik vertrek morgenmiddag met de Flixbus naar Schiphol, in de avond heb ik een rechtstreekse vlucht naar Delhi, waar ik woensdagochtend arriveer. Daar moet ik nog vier uur overbruggen voor de laatste etappe naar Kathmandu. Die avond gaan Cornel en ik even goed de bloemetjes buiten zetten.
De volgende dag dus op pad voor de resterende materialen, ’s middags ieder een lange massage bij Seeing Hands. Ik bij mijn vaste blinde masseuse Bhima, Cornel bij een blinde man. Daaropvolgend zijn traditiegetrouw een aantal bekenden uit Bardia, nu studerend in Kathmandu, uitgenodigd voor een gezamenlijke maaltijd in een sfeervol restaurant. Ook Bhima en zoontje Souvenir zijn dan van de partij. Een korte ontmoeting, want de volgende dag vliegen we al door naar Pokhara, waar het echte uitrusten kan beginnen. Dat is althans het idee, want in Pokhara kun je goed terecht voor vele activiteiten. We zien het wel en laten ons meedrijven met de stroom. Drie overnachtingen aan het meer, twee in de bergen en dan een volgende vlucht met bestemming Bardia. Tot zover de eerste planning.
Het was de bedoeling dat ik de afgelopen maanden mijn conditie sterk zou opkrikken, maar een gemeen virus gooide roet in het eten en heeft met ups en downs twee maanden huisgehouden in mijn lijf. Enorme hoestbuien, vooral ’s nachts. Niets hielp, alleen de tijd bood uiteindelijk voor negentig procent genezing. Net op tijd om enigszins aangesterkt op reis te gaan. Mijn huisarts weet van mijn jaarlijkse reizen en ondersteunt dit waar nodig als het om mijn gezondheid gaat. Dus die topconditie is er niet gekomen, maar dan treedt plan B in werking ‘neem het zoals het komt’, op z’n Nepalees dus. De ontmoeting met Mina gaat zeker door, vanaf ongeveer 12 maart ontmoeten we elkaar in Pokhara, dus reis ik weer terug. Cornel is dan al naar huis. Mina vroeg voorzichtig of ik haar ouders zou willen begeleiden vanuit Bardia naar Pokhara. Hun diepste wens, een bezoek brengen aan het magische Mustanggebied, kan eindelijk in vervulling gaan. Nooit gedacht dat dit mogelijk zou zijn, maar door de ondersteuning vanuit Nederland komt er nu steeds meer geld binnenrollen en gaan er deuren open die altijd gesloten leken. Natuurlijk wil ik vader en moeder Mahatara graag meenemen, mogelijk per bus, anders per vliegtuig. En dan reizen we samen per jeep met chauffeur in een halve dag naar Mustang voor een aantal wandeldagen.
Tot slot nog iets leuks. Regelmatig werk ik in Maastricht als surveillant aan de universiteit. Een collega, Dirk van Beek, hoorde over mijn Nepalreizen en vertelde enthousiast over zijn dochter Cassandra die in maart de Manaslutrekking gepland heeft. Haar eerste reis naar Nepal en dan meteen voor een stevige trek van drie weken. Dirk vroeg of zij contact met mij mocht opnemen. Uiteraard, altijd fijn om informatie door te geven. En zo hebben wij een aantal keren contact gehad, maar nog geen ontmoeting. Cassandra heeft na de Manaslu nog een weekje vrij in te vullen in Nepal en zo zouden we elkaar kunnen ontmoeten. Ik vroeg haar naar Bardia te komen, voor een andere Nepal-ervaring. Mensen ontmoeten, mijn projectjes, een safari. Zojuist kreeg ik bericht dat ze gaat komen, dus Sonja gaat het voor haar regelen. En zo breidt mijn Nepalkringetje zich langzaam uit met mensen die hopelijk net zo enthousiast worden als ikzelf.
Tot zover mijn laatste dag thuis. De bagage is zo goed als klaar, morgen nog wat laatste dingetjes, alles goed checken en dan loslaten. Mijn volgende verhaal zal vanuit Nepal komen.
We waren afgelopen twee dagen aan de Caribische kust, vlak bij Panama en we gaan vandaag naar de Turtle Beach Lodge, iets meer naar het noorden tov Barra de Tortuguero. Iets verder dan de lodge, begint een groot natuurpark, wat doorloopt in Nicaragua. De eerste paar uur rijden we in de regen, maar hoe dichter we bij de eindbestemming komen, hoe lichter het wordt en als we na 4 uur rijden om 12 uur bij de haven de boot moeten nemen naar de lodge is het zonnig geworden. Vlak voor de haven zien we nog een luiaard in een boom naast de weg hangen aan twee poten. Het is een zgn twee tenen luiaard. Er zijn in dit gebied twee soorten, ook de drie teen variant komt hier voor. Aan de Pacific kant komt alleen de drie teen luiaard voor. De lodge is alleen maar via water te bereiken en we varen ongeveer een uur voordat we bij de lodge aan komen. Onderweg zien we een aantal leguanen en de rivier schildpad. Na de regen komen ze allemaal naar het zonlicht om op te warmen. Omdat het morgen een drukke dag wordt (vaartocht 6:00-8:00, ontbijt, 9:00-12:00 wandeling naar een lage vulkaan, 13:00 lunch en naar het dorp 14:00-17:00) doen we het vandaag rustig aan en blijven we na een wandeling over de resort bij het zwembad hangen. In de bomen bij onze kamer is een slingeraapje voedsel aan het zoeken. Het park is een beschermd natuurgebied en slechts 1% mag door toeristen bezocht worden. Er zijn geen wegen en in het dorp alleen fietsen en natuurlijk veel boten. De plaatselijke bevolking is opgeleid tot gids zodat ze de natuur blijven beschermen en inkomsten hebben. Ook zijn er veel mensen uit Nicaragua die in Costa Rica komen werken omdat hun thuisland er slecht aan toe is. Ze werken ook hier als schoonmakers.
Vandaag een uitstapje naar de Mekong Delta, ook weer verzorgd door Small Group Tours. Dat betekent dat je met 8-9 man in een busje zit en niet met 40 man achter een gids met een vlaggetje aanholt. Heel fijn! De Mekong is de op twee na langste rivier van de wereld en komt hier in Vietnam in zee uit. Er liggen een paar eilanden in de delta met elk weer hun eigen cultuur. Voordat de bruggen er waren was op de eilanden geen vers water en geen stroom. Dat is nu een stuk verbeterd. Na een rit van zo'n 2 uur met een korte sanitaire stop komen we bij het water. Hier stappen we op een boot die ons naar Unicorn Island brengt. Ook hier geloven ze soms in sprookjes ... Het eiland teelt goeddeels zijn eigen voedsel en vooral veel kokosnoten. De stekelige basketbal die ik in Hoi An beschreef wordt hier trouwens Water Coconut genoemd. Van kokosnoten worden hier bijvoorbeeld snoepjes gemaakt die door heel het land worden verkocht. Het is een heel proces met raspen en koken van het kokosvlees. De pasta die hier ontstaat wordt in plakken verwerkt. Daarna wordt er met smaakspecifieke zaken zoals pinda, honing een soort sushi gerold, De staaf wordt vervolgens in stukjes (snoepjes) gesneden en eventueel nog door sesamzaadjes gerold. We proeven een aantal soorten en ik koop een zak gemengd. Ik koop ook een zak gedroogde en gezoete kokosstrips. Van de bast van de kokosnoot worden matten gemaakt, maar dat wisten we natuurlijk al. De noot en de schil worden weer gebruikt als brandstof, er gaat niets verloren. Ook poprice zien we ontstaan. Dat is gepofte rijst die net als popcorn niet echt een smaak heeft. Pas met een beetje zout of suiker wordt het echt lekker. Er loopt ook een lief dametje rond die pisang goreng verkoopt. Da's natuurlijk een beetje vloeken in de kerk, we zijn hier in Vietnam. Gebakken banaan, érg lekker. De helden onder ons, dat zijn er twee, laten zich én een glaasje snake whisky inschenken én een python om de hals hangen. Het is geen grote, maar hij is heerlijk zacht. Met een peddelbootje (bananaboat) gaan we door een prachtig overgroeid kanaal naar een ander plekje. We krijgen hier de binnenkant van een bijenraat te zien. De beestjes zijn hard aan het werk. We krijgen kleine glaasjes thee met royal jelly (koninginnengelei). Het smaakt lekker fris. Uiteraard kunnen we ook potjes met gelei kopen. We gaan met de boot naar een ander plekje voor de lunch, het laatste stukje per tuktuk (Vietnamese Lambo). Een heerlijke lunch met o.a. een geroosterde vis en heel grote garnalen. Hierna lopen we een rondje langs een krokodillenvijver en een vijver vol hongerige catfish. Die laten zich maar al te graag voeren. We varen door die prachtige waterlaan weer naar onze grote boot die ons naar het vasteland brengt. Hier bezoeken we een prachtige tempel waar verschillende religies samen worden beleden. Oecumene ten top. Het gebouw is deels Frans, deels Cambodiaans, deels Hindu. Een mooie mix met veel te zien. De magere boeddha is History, de lekker dikke lachende boeddha is Future en de boeddha met lang haar (vaak in een knot) is Present Time. De reis naar Saigon begint, maar omdat het de laatste dag van TET holiday is, is het verkeer een chaos. We doen er ruim drie uur over om weer bij de hotels te worden afgezet. Petje af voor de chauffeur maar ook voor Loi, onze gids, die vrolijk en informatief van alles heeft verteld in heel aanvaardbaar Engels. Het wordt een rustige avond, ik word morgen on 0700 opgepikt voor een rotje vliegveld. Tot de volgende!
naar ik aanneem, bij menig lezer inmiddels de vraag op, waarom ik na al die weken nog steeds niet het belangrijkste voedsel uit Gambia op het menu heb gezet. Die vraag heb ik nu dus beantwoord met de titel van dit blog. Dit wil ik nog verder specificeren: het wordt een pittige hap en wel Benachin-rijst. Benachin rijst wordt gemaakt door vele kruidige ingrediënten, zout, natriumglutamaat ( Ve-tsin ), knoflook, pepertjes en tomatenketchup voor de kleur in een vijzel tot moes te stampen. Vervolgens wordt dit mengsel in hete olie gebakken en daaraan wordt de rijst, eventuele groenten zoals kool, zoete aardappel en wortelen toegevoegd. Daarna voldoende water erbij zodat alles onder staat en 20 minuten koken. Als alles gaar is afgieten en de inmiddels roodbruine rijst opdienen met boven op de groenten en vis of kip. Dan met het hele gezelschap rond 1 grote schotel en met de schoongewassen rechterhand (ook voor linkshandigen!) of, voor onwennige Toubabs, een lepel naar binnen schuiven: eet smakelijk.
Nu staan er meer dan 200 mailadressen op de lijst van dit blog, dus ik voel met voldoende verontschuldigd om niet iedereen uit te nodigen, maar om iedere belangstellende te adviseren om het in intieme kring eens te proberen. En anders is er een simpele oplossing: vlieg naar Gambia en bestel het op Paradise Beach. Je zit dan met de voeten in het nog warme strandzand bij zonsondergang te genieten. Je ondergaat de prachtige zonsondergang boven zee, je voelt je binnenste in vuur en vlam geraken door de pittige rijst en je verslavingscentrum ergens in je grijze massa krijgt zo’n boost dat je de volgende winter maar 1 (één) wens hebt. En we zullen graag de uitnodiging om mee te genieten aanvaarden.
Overigens is de grootste rijkdom van de gemiddelde Gambiaan het kopen, maar zeker ook krijgen, van een 50 kilozak met rijst. Het is vergelijkbaar met de ervaring van onze voorouders, die in het najaar in de kelder een mud béste kwaliteit eerappels met een paar grote zijden gerookt spek hadden. “Hier komen we de winter wel mee door!”
De intro van deze week is weer af en aan de intro herken je de muziek.
DE slang
De foto van de slang die vorige week van Ali verloor, heb ik door AI laten beoordelen: het is (was) een Olijfgras slang. Deze soort is voor mensen nauwelijks giftig, is erg snel en is daarom in staat om salamanders te vangen. Achteraf hadden we dit beest ook de gelegenheid kunnen bieden het hazenpad te kiezen en ons erf vrijwillig te verlaten. Toen Ali de slang naderde om hem dood te slaan, nadat hij al daarvoor een steen met een welgemikte worp tegen zijn kop had gegooid, sprak hij enkele prevelementen uit. Navraag leerde ons dat het toespreken van de slang met enkele Koranspreuken de slang ervan weerhoudt om aan te vallen. Doe je voordeel hiermee, mocht je ooit eens met een slang geconfronteerd worden.
Onbenullig
Voelde ik me afgelopen dagen op een nacht, omdat ik lag te luisteren naar waterdruppels, die met een tussenpoos van minuten uit een lekke koppeling bij onze wc in een opvangbakje vielen. Maar ik zal bij het begin beginnen. De vlotter in het waterreservoir van de wc in onze badkamer is al jaren een zorgenkindje. Soms blijft hij tijdens het vullen van de bak achter een uitsteeksel van het spoelsysteem hangen, zodat de vlotter niet kan komen bovendrijven (in het Engels heet een vlotter een floater) en dus de waterafvoer niet op tijd afsluit en dus water door de overloopopening op de tegels stroomt. Op andere momenten maakt de vlotter een diep kreunend geluid op het moment dat de wateraanvoer wordt afgesloten. Afgelopen week was het weer een waterballet en naar analogie van het vernielen van een zitkussen door Hunter gaf dit een duwtje om de vlotter te laten vervangen. Buurman Nyasi, de loodgieter, kwam de volgende ochtend om de reservevlotter te plaatsen: fluitje van een cent. Overigens is het even een weetje: een loodgieter, in het Engels een plumber, wordt hier niet naar de correcte uitspraak, waarbij de b-klank wordt weggelaten genoemd, maar de uitspraak hier is met een nadrukkelijke B. Mocht je dus vragen naar een “plummer”, dan word je niet begrepen. Om de vlotter te wisselen moesten 3 verbindingen van de watertoevoer losgemaakt worden en later weer vastgezet. En toen Nyasi weg was begon een verbinding te lekken: drup….drup. Hoewel ik geen uroloog ben geweest, ben ik inmiddels bijna een loodgieter, dus draaide ik de lekkende verbinding strakker, zonder effect. Ik haalde de verbinding los en weer vast met meer loodgieterstape: droog!! Helaas begonnen toen andere verbindingen te lekken, die ondanks al mijn pogingen bleven lekken. Uiteindelijk Nyasi weer erbij: bleek in een gegalvaniseerd tussenstukje (voor de kenner van 3/8 naar 3/4) een minuscuul barstje te zitten. Gelukkig hadden we dit ook in voorraad en nu is alles droog. Ik hoe dus niet meer onbenullig te liggen luisteren alsof de wereld niet in brand staat.
Nu dit stukje af is hoop ik dat jullie het geen onbenullig stukje vinden van een dito-blogger.
Smiling coast?
Dat klopt. Zo prijst dit kleinste landje in Afrika zich aan in de toerismesector. Helaas zullen die mensen, die komende week dit land voor het eerst bezoeken die glimlach met een lampje moeten zoeken. Mogelijk dat de enkele Christen een betoverende lach op het gezicht kan toveren, maar de in meerderheid moslim Gambianen is het lachen wel vergaan. Deze week is namelijk de Ramadan begonnen en dus betekent dat tussen zonsop-en ondergang niet eten en drinken. Toevallig(?) rijst de middagtemperatuur hier afgelopen dagen de pan uit en tikt het kwik bij een warme landwind ’s middags de 36 graden aan. Dat betekent natuurlijk dat je rustig in de schaduw zittend al 2 liter vocht aan transpiratie per dag kwijt bent. De mannen die de hele dag in de bouw in de volle zon werken en de vrouwen die van vroeg tot laat zwoegen zijn dus een emmertje vocht meer kwijt. En dan ook nog lachen??? En dan zijn er ook nog hardliners die op het moment dat hun speekselklieren nog ergens een druppeltje vinden om spuug te produceren dat lekker om zich heen ketsen.
Project bankje
Op het erf van Ali en Penda is de geplante mangoboom inmiddels een grote schaduw gevende boom geworden Onder de mangoboom is het altijd iets minder wam dan binnen, dus een favoriete plaats om te zitten. Helaas zijn alle voorradige stoelen in de loop van de jaren door temperatuur en vocht tot stof wedergekeerd, Afgelopen week zag ik een bejaarde buurman, die graag onder deze boom zit, met een klapstoeltje door het mulle zand aan komen zeulen. De wens van Ali is dus om een meer duurzaam zitmeubel te hebben. Daartoe hebben we 4 zakken cement gekocht; Ali heeft 3 zakken omgezet in cementblokken en inmiddels een bank opgemetseld. Na opvullen met zand moet er cement op voor de zitting en dan nog tegels op de zitting en rugleuning. Op de foto’s boven zien jullie de geboorte van dit zitmeubel.
Spreekuurtje
Doordat het Ramadan is en alle huisvrouwen rond mijn spreekuurtijd,18.00 uur, in de weer zijn om de avondmaaltijd- iftar te bereiden, is het afgelopen dagen rustig. Voor deze dokter is er op deze manier geen droge rijst te verdienen en bij de temperaturen van afgelopen week, 34 tot 38 graden, hoeft de spreekwoordelijke kachel dan wel niet te branden, maar toch kun je je voorstellen dat ik me lichtelijk overbodig begin te voelen.
Bikkelen
bij deze temperaturen in de volle zon zonder drinken doen de bouwers die dinsdag successievelijk om hulp kwamen vragen. Allemaal hadden ze klachten van het bewegingsapparaat. Dat varieerde van een ischias-achtige rugpijn, 2 vingers die krom staan door een peesletsel (onhandig bij metselen) en de klachten van frequent nachtelijk plassen (toen het nog geen vastentijd was ) . Bij navraag bleek hij de hele dag veel water te drinken uit een emmer, aan het eind van de middag dikke enkels te hebben, die ’s ochtends weer dun waren. Hij beschikt over een zeer uit de kluiten gewassen onderstel, waardoor hij door de hele dag staan “stalpoten” ontwikkelt. Dat vocht plast hij dan ’s nachts weer uit. De beste Remedie krijgt hij nu van Allah voorgeschreven: gewoon de hele dag niet drinken, zodat je uitgedroogd na 4 liter zweten weer naar huis gaat. Dan slaap je ’s nachts lekker door zonder dat je in het donker naar het “toilet” naar buiten moet om je blaas te ledigen.
Als kool
Gaat de tweeling, van wie de moeder onvoldoende borstvoeding heeft nu groeien op kunstvoeding. Geboren in november 2024 wogen broer en zus in januari 7700 gr. Gisteren ging het wegen wel wat lastig, omdat ze op de weegschaal hevig schreeuwend spartelden. Mijn snelle schatting is dat ze nu bijna de 10 kg aantikken. Vóór ons vertrek komt moeder nog eens terug om het laatste voor hen bestemde pakket voeding op te halen. De kindertjes krijgen inmiddels ook al wat bijvoeding.
Mijn plan is om jullie nog 2 zondagen aan tafel te nodigen, aangezien we vrijdag 13 maart weer terugvliegen. Op het menu staat waarschijnlijk een Toe(tje) en tenslotte een (non) alcoholisch Afzakkertje.
Ik heb 3 paar schoenen om te testen, die ik gebruikte bij het schoonmaken van de kennels van de Portimão puppies! Deze van vandaag zijn zeker niet de goeie! Ik kreeg een paar tenen die voelden alsof ze in brand stonden!
Maar het was weer genieten! De blauwe lucht weer terug en prachtige uitzichten! Een ding weet ik zeker.... zweetbandje voor op mijn hoofd moet ik echt meenemen!!
I have 3 pair of shoes to be tested for the walk, that I used while cleaning the Portimão puppies kennels! These ones from today are definitely not the right ones! My toes felt like they were on fire! But it was wonderful again....the blue sky is back and the views are beautiful! One thing I know for sure..... I need to bring a sweatband!
De eerste auto die mij hier deze keer opviel, was voor het vliegveld van Hanoi, waar ik zat te wachten op de bus. Een Maybach limousine stopte voor mij. Ik al denken da's een luxe bus, helaas. Wordt al jaren niet meer gemaakt, dus een leuke occasion. Maar toch, in Nederland al onbetaalbaar. Moet je in Vietnam zeker afschuwelijk rijk zijn.
Dat ik niet mocht instappen in de Maybach, heb ik alweer goed gemaakt. Er is tegenwoordig in Hue de 'Taxi Limo', een elektrische Vinfast 7, daarin kun je ook prima achterin zitten. Ik denk nog veel beter voorin, de volgende keer eens proberen. Een ietsje duurder, maar dat is hier wel te overzien. Met de taxi naar mijn vrienden, 2,3km, €1,- tot €1,20. De prijs van een koffie in een dure tent. Met de taxi was hier altijd al niet duur, maar sinds de komst van de electrische Vinfast-taxi's is het nog goedkoper geworden. Volgens mij zijn het zzp's (het werkt als een Uber), die denk ik de auto's huren van het Vin-conglomoraat. Vin, van de rijkste man van Vietnam. Ben eigenlijk wel nieuwsgierig waarin hij zelf rijdt, of zich laat rijden. Misschien zat hij wel in de Maybach.
Nu ik toch het opstapje naar auto's heb, kan ik mooi de stand van zaken weer eens bijwerken. Volgens mij is de Vietnamees met geld nogal mode gevoelig. Toen zo'n twintig jaar geleden de rijke Vietnamezen auto's begonnen te kopen, was het enkel Mercedes. Een tijd helemaal uit het straatbeeld verdwenen, maar tegenwoordig zie ik ze weer steeds vaker. Daarna werd het Audi, die zie ik helemaal niet meer. Oeps, de inkt is nog niet droog of ik zie een Audi. Maar het blijft bij die ene. De laatste jaren waren grote Amerikaanse pick-ups in de mode. Zie ik nog wel met enige regelmaat, maar duidelijk minder. Ik denk dat ze erachter zijn, dat zo'n auto wel stoer is maar wat moet je met een laadbak die je nooit gebruikt. Nu zijn gezinsverhuiswagens (mpv's) het summum. En als je het kunt betalen een echt bakbeest en flink hoog op de wielen. Zo één waar ik niet overheen kan kijken en een gemiddelde Vietnamees een opstapje nodig heeft en een hele grote familie Vietnamezen in past.
Wat minder bakbeest maar ook wel leuk is een Peugeot 3008 en af en toe een 5008. Liefst rood, een andere kleur is vast meerprijs. Is pas van de laatste paar jaar. Vroeger nooit gezien, maar nu een succes. Toch nog een auto die de Europese eer hoog houdt.
Voor de minder rijke , zeg maar de bovenmiddenklasse, de normalere Toyota, Mazda en Kia. Tegenwoordig begint ook al de laag eronder (kleinere) auto's te kopen. Ook enkel Japanse en Koreaanse modellen. En sinds een jaar de electrische Vinfast 3, in korte tijd heel populair. De welvaart neemt duidelijk toe.
Ps, De bovenlaag hier is ook in Nederland rijk, maar de middenklasse in Vietnam is nog geen vergelijk met die in Nederland.
In het straatbeeld is de toename van het aantal auto's al behoorlijk merkbaar. Zelfs ik op de fiets schiet nu minder op. In de stad is een auto nauwelijks bruikbaar. Hooguit rijdende chicanes voor de scooters. Ondanks de drukte zie ik geen auto's rond rijden met een deuk. Ook ondanks, op het eerste gezicht, het chaotische verkeer, zit er toch wel systeem in en wordt er door de meesten erg voorzichtig gereden. Tijdens Tet waren er de nodige alcoholcontroles, scheelt ook een slok op een borrel. Juist daar waar het rustig is, moet je goed opletten. Altijd wel iemand die flink gas geeft. Buiten de stad is het ook oppassen geblazen. Daar waar de vrachtwagenchauffeur vindt dat zijn grote claxon het recht op voorrang betekent.
Van auto's naar koffie. Ook al modegevoelig. Er komen steeds meer luxe koffiezaken. Zoals het chalet waarover ik vorige week heb verteld. Pas een week open, maar de 'place to be'. Het is nieuwjaarsvakantie en dat betekent dat zo ongeveer de hele stad 's ochtens ergens koffie wil drinken. En nu wil dus iedereen naar de nieuwste zaak. Mijn vrienden wilden er ook heen. Toen zij de scooter parkeerden keek ik vast even binnen. Een enorme rij om te bestellen. In een luxe zaak moet je dat bij de counter doen. Het wordt nog wel naar je tafel gebracht. Ik ben maar snel naar mijn vrienden gelopen. Op naar de volgende luxe zaak, dertig meter verderop. De hele straat telt wel tien koffiezaken, maar deze twee zijn wel de meest luxe. De volgende pas een jaar open en vorig jaar de 'place to be'. Nu nog erg rustig. Nu nog. Twintig minuten later ook vol. Allemaal eerst naar de nieuwste zaak en van armoede hier maar heen. Van horen zeggen dat beide zaken van de zelfde eigenaar zijn. Dat is een mega-investering geweest, dus ook al een Vietnamees van de buitencategorie. Wat voor auto zou hij rijden. Misschien wel de Lexus die ik gisteravond zag.
Ik ben al zo ingeburgerd dat ik ook een Kumquat koop om op mijn balkon te zetten. Een boompje met citrusvruchten, heel erg Tet. Volgens de werkster had ik goede zaken gedaan, €6,50.
Tet zit erop, morgen begint het normale leven weer. Zal een verademing zijn. Was het in de weken voor Tet al heel druk, de afgelopen week was het druk, druk, druk. Zoals al gemeld 's ochtends naar de koffie, dan ergens op visite en 's avonds ook nog ergens naar toe. En dan kennelijk liefst met de auto. De grote uitgaansgelegenheid naast mijn hotel, is normaal al elke avond druk, maar nu meer dan vol. En dat is een understatement. En foto's maken, te pas en onpas. Bij de speciale fotospot in de koffiezaak, maar ook je kinderen midden in de bloemen zetten en maar knippen. Over de afrastering voor die nog mooiere foto.
Laat ik nu zojuist een mooie nieuwe Audi zien, een Q7. Wellicht weer de nieuwe mode.
Het begint er aardig op te lijken dat Go Ahead Eagles volgend jaar de rijkste club in de KKD is. Vandaag toch maar een keer winnen.
De bus is vanochtend gered en stond om 9:00 weer klaar voor vervoer naar het National Park. Langs de kust loopt er een pad, pakweg 20 meter afstand met het strand over 7.5 km. Omdat het veel geregend had, was maar 1.5 km toegankelijk. We zagen brulapen, vogels en allerlei exotische planten. Velen worden in NL op zeer kleine schaal als kamerplant gehouden. We zagen ook een geel slangetje en een rood/bruine slang van ongeveer 60 cm. We stonden er met de groep ca. ½ meter van vandaan foto’s te maken. Later bleek dit de meest dodelijke slang van Costa Rica te zijn, ze kunnen een paar keer hun lichaamslengte springen. Dit was een jonge nog niet volgroeide slang en die doseren vaak meer gif dan nodig is, omdat ze nog onvoldoende ervaring hebben. Het schijnt dat er 80 mensen per jaar gedood worden door deze slangensoort. Toen de ranchers van het park vernamen dat deze slang op een wel heel toegankelijk plekje lag, werd het er rondom heen meteen afgezet. Ze hadden deze slang al een paar jaar niet meer gezien in het park. Op het strand stonden om de 100 meter vlaggen, bijna allemaal rood, dus niet zwemmen (vanwege de onderstroom). Alleen op het eind stond er een groene vlag en hebben 6 personen van de groep (waaronder Hans) in de Caribische Oceaan gezwommen. Het ging steeds heftiger regenen, het pad werd modderig en we zijn na de lunch maar terug naar het hotel gegaan. Er was door de regen ook geen animo meer om een waterval te bezoeken. We hebben ‘s middags nog even gezwommen in het zwembad van het hotel en Majohrie heeft aan de overkant van het hotel nog een aantal brulapen op de foto gezet. ’s Avonds met de groep lekker gegeten in het restaurant aan de overkant.
Vroeg opstaan (5:15) want de bus gaat om 6:00 naar een nationaal park met meer dan 450 verschillende vogelsoorten. Als we bij de bus komen, blijkt dat we naar een ander park gaan omdat het beoogde park dicht is. Maar omdat het Catie park pas om 7:00 open gaat, gaan we eerst ontbijten. We komen iets voor 7:00 bij het park waar we ons vermaken bij de speciale hangende nestbouw van de Montezuma Oropendola. De vogels met opvallende gele staart vliegen aan en af. Het mannetje bouwt het nest en pas als het vrouwtje het nest goedkeurt zal ze eieren gaan leggen. Het regent af en toe en de kolibries laten het afweten, ze houden zich schuil als het regent. Rond 10:00 pikken we de anderen van de groep op om naar het nationale archeologisch park: Monumento Nacional Guayabo te gaan. Samen met Machu-Pichu het het enige park in Midden en Z-Amerka met de status van beschermd erfgoed. Costa Rica is een uiterst vredig land. Na de burgeroorlog in de jaren 40 hebben ze het leger afgeschaft en het geld werd daarna in sociale ontwikkeling gestopt, bijna overal zijn scholen en voetbalvelden en alle inwoners krijgen goede gezondheidszorg. Ook in de jaren 80 waar er veel oorlogen waren in omringende landen, bleven Costa Ricanen gespaard. 2/3 van de bevolking van 6 miljoen leeft in de centrale vallei, waar ook de hoofdstad (San Jose) en de voormalige hoofdstad (Cartago) zich bevinden. Cartago is meermalen door een vulkaan uitbarsting zwaar beschadigd. Een kwart van de bevolking is afkomstig uit Nicaragua, zij worden veelal ingezet voor lage lonen. Prijzen in de supermarkten zijn vergelijkbaar met die in NL, maar de mensen ontvangen hier veel minder salaris dan in NL.
Onderweg naar het park wordt de lokale gids Rosa opgepikt. De overblijfselen zijn jaren verborgen gebleven onder het tropische woud. Pas toen boeren het land gingen ontginnen, bleek dat hier een grote cultuur is gewest. De inheemse bevolking was al vertrokken, voordat de Spanjaarden verschenen. Er zijn grote ronde stenen cirkels waar met palen en rietbedekking woningen voor 10 -25 personen op gebouwd waren. De hoogste was waarschijnlijk 30 meter hoog en voor de voornaamste inwoner (een soort president). Op een maquette was de bouw weergegeven. Ze hadden nog geen dieren of karren om te helpen met de stenen verplaatsen. Er was een aquaduct waar water vanaf de vulkaan geleid werd en door een vernuftig systeem schoon opgeslagen werd in een groot bassin. Het grootste gebouw had een ingang aan de oostkant en een uitgang aan de westkant. Er loopt een stenen toegangsweg die waarschijnlijk alleen om te pronken was. Dit dorp is bewoont geweest van 1000 voor Christus tot 1400 na Christus. Ondanks de vulkaan op de achtergrond hadden ze blijkbaar geen last van de uitbarstingen die er in die periode hebben plaats gevonden.
Bij een bakker hebben we een broodje/ koekjes gegeten ipv lunch.
’s Middags gaan we weer naar het Catie park, nu met de focus op de botanische tuinen. In de kas met orchideeën waren de meeste helaas niet in bloei. Omdat het warm is, maar toch ook veelvuldig regent is het een zeer goed landbouw land. We hebben veel grote bamboe bossen gezien en grote planten die wij als kleine kamerplanten hebben. Er is een inheemse bamboe soort, maar die is veel kleiner dan de meeste bamboebossen die uit Azië zijn geïmporteerd. Er staan diverse soorten koffiestruiken, bananenbomen en er wordt uitgeprobeert welke plantensoorten en fruitsoorten het beste gebruikt kunnen worden. Als we om half 5 terug zijn is het even douchen en relaxen. Om half 6 gaan de meesten samen met de bus naar een restaurant. Majohrie blijft in het hotel met droge koekjes en cola want vannacht was het mis met de darmen. Morgen gaan we naar de oostkust en zal het een stuk warmer zijn. Het is lastig kiezen uit 500 foto’s, maar er was ook zoveel moois.
Nadat we eindelijk op Biak zijn aangekomen, willen we ook direct aan de slag. De komende dagen staan in het teken van het bekijken van mogelijke nieuwe projecten én natuurlijk het bezoeken van afgeronde projecten.
Juist die afgeronde projecten hebben onze speciale aandacht. In een jaar kan er veel gebeuren. Wij vinden het belangrijk dat deze projecten goed onderhouden blijven, zodat ze ook echt blijven functioneren. In onze verslagen nemen we jullie dit jaar weer mee langs al deze plekken.
Vrijdag 20 februari – Eindelijk echt beginnen
Vandaag gaan we écht van start. Al vroeg rijden we naar Inge, die ons vandaag zal vergezellen. De meeste lezers kennen Inge inmiddels wel, maar toch even een korte introductie. Inge woont al haar hele leven op Biak. In de Nederlandse tijd heeft ze hier op school Nederlands geleerd. Ze kent het eiland als geen ander. Voor ons is ze een enorme steun: een dierbare vriendin, een geweldige tolk en iemand die altijd klaarstaat – ook als wij weer in Nederland zijn. En niet onbelangrijk: ze gaat graag met ons op pad.
Kampong Kajasbo – Hydrocultuur
Onze eerste stop is kampong Sundey. Bij de school staat een hydrocultuurinstallatie die wij eerder hebben geplaatst. Het schoolhoofd, Serli, beheert deze.
Serli vertelt ons dat één van haar leraren inmiddels is aangesteld als schoolhoofd in kampong Kajasbo. Hij zou daar ook graag een hydrocultuurinstallatie willen plaatsen — net als in Sundey — als educatief project voor de kinderen. Hoe mooi is het dat leerlingen hun eigen groenten leren verbouwen én deze vervolgens zelf kunnen eten?
In Kajasbo treffen we een nette school aan. Op het eerste gezicht ziet ook het sanitair er goed uit. Dat is altijd het eerste waar we naar kijken bij een schoolbezoek.
Maar schijn bedriegt. De watertank blijkt omgevallen en kapot te zijn. Hierdoor kunnen de toiletten niet meer worden doorgespoeld.
Ter plekke maken we een plan:
·De kampongbewoners gaan het toiletgebouw schoonmaken en schilderen.
·Wij zorgen voor de benodigde materialen om een nieuw waterreservoir te plaatsen.
·De oude tank stond op een houten stellage van één meter hoog. Deze is doorgezakt, waardoor de tank is geknapt. Dit keer maken we een verhoging van koraal en cement. De bewoners gaan deze zelf bouwen.
·Daarop plaatsen we een watertank van 2200 liter, zodat zowel het toiletgebouw als de toekomstige hydrocultuur van water wordt voorzien.
Voor de hydrocultuur bekijken we het schoolterrein.
Naast de woning van het schoolhoofd ligt een mooie vlakke ruimte — ideaal voor de installatie. Vanuit de woning kan de stroom worden aangelegd.
Een timmerman uit Kajasbo gaat eerst in Sundey kijken hoe de constructie daar is opgebouwd. Aan de hand van zijn bevindingen bestellen wij, in overleg met hem, de materialen die vervolgens naar Kajasbo worden gebracht.
Wordt vervolgd dus.
Kampong Mandon – Geen waterprobleem, maar een elektriciteitsprobleem
Daarna rijden we door naar kampong Mandon. We hadden gehoord dat hier geen water (meer?) was, maar wat er precies speelde was onduidelijk.
Bij aankomst worden we aangesproken door de kepala kampong (dorpshoofd). Hij vertelt dat er wel watertappunten zijn, maar dat er geen water uitkomt. Hij wijst ons een bron aan waar eventueel water opgepompt zou kunnen worden.
Dat vonden we vreemd. We vragen naar de oorspronkelijke bron waarop de tappunten zijn aangesloten.
Daar treffen we een indrukwekkend systeem aan:
·Een watertoren van acht meter hoog
·Twee reservoirs van 1000 liter
·Een onderwaterpomp in een bron in een grot
Onze eerste gedachte: misschien is de pomp kapot of vastgelopen in het slib.
Maar dan horen we naast de toren de elektriciteitsmeter piepen. Hier werkt stroom prepaid: is het tegoed op, dan stopt alles. Serli zet wat tegoed op de meter en we starten het systeem opnieuw op. De pomp begint te draaien. De reservoirs vullen zich.
En in de kampong begint het water weer te stromen.
Er is hier dus geen waterprobleem — maar een elektriciteits- en betaalprobleem. De installatie is prachtig en kostbaar. Onze hulp is hier niet nodig. Hoe de bewoners onderling de elektriciteitsrekening regelen, is iets waar wij ons niet in mengen. Wel hebben we gezegd dat het zonde is om zo’n mooie installatie ongebruikt te laten.
Wie dit systeem ooit heeft aangelegd, weten wij overigens niet.
Lapan – De moeders van Wamena
Onze laatste stop is Lapan, een wijk van Biak-stad. Hier wonen de “moeders van Wamena”: een groep vrouwen afkomstig uit het binnenland van West-Papua. In Wamena hebben zij geleerd groenten te verbouwen. Dat proberen ze hier op Biak ook, al is dat niet eenvoudig.
Biak bestaat grotendeels uit koraalgrond — niet bepaald ideale landbouwgrond. Toch slagen deze vrouwen erin gewassen te verbouwen. Wij hebben hen de afgelopen jaren voorzien van zaden, waarmee zij groenten kweken en verkopen op de pasar.
Omdat we niet precies wisten hoe zij wonen, en Serli had geopperd dat een hydrocultuur hier misschien een goed idee zou zijn, zijn we gaan kijken.
Serli brengt ons naar het huis van de vrouw aan wie zij namens ons de zaden overhandigt. Daar zou eventueel een hydrocultuur kunnen komen.
Maar bij aankomst blijkt dat de moeders verspreid wonen. En wij plaatsen geen hydrocultuur bij particulieren — alleen wanneer het een gemeenschap dient.
Dat plan laten we dus direct los.
Wat ons echter diep raakt, is de krotwoning waarin deze vrouw met haar man en vijf kinderen woont. Er wordt nog gekookt op hout, binnen in de kleine woning. We zijn inmiddels wel wat gewend hier, maar zo kort na aankomst uit Nederland is het toch weer even schakelen.
Geen hydrocultuur hier.
Maar we gaan wél helpen om dit huis op te knappen.
Jantinus en Mark
Wil je ook bijdragen dat kan! Gebruik daarvoor de donatie link. Je kan zelf een bedrag invullen.
24 februari 2026 Barra de Tortuguero – Puerto Viejo De Sarapiqui
7:00 ontbijt. Claudia had gevraagd of de groep 5 minuten wilde meehelpen plastic te ruimen op het strand voor het hotel, om iets bij te dragen aan het behoud van de natuur. Iedereen hielp mee en in 5 minuten was een grote vuilniszak gevuld met afval. Om 8:30 gingen we met de boot terug naar de haven en kwamen we in de stromende regen een uur later aan bij de haven. Vandaag regent het soms zelfs op regenwoud niveau, terwijl dit wel de minder natte periode aan de Caribische kust is. Bij het restaurant konden we schuilen en iets drinken zodat de koffer slepers de koffers allemaal in bus konden laden.De bus werd naar de achteringang van het restaurant verplaatst zodat we enigszins droog in konden stappen. Rond 11:00 kwamen we aan bij een biologische boer: Bewak. Na de laatste plaag (kever wiens eitjes, na uitkomen de boom leegvreet en dood) met de kokosbomen had deze boer het roer volledig omgegooid. Hij was van mono cultuur afgestapt en had nu diverse soorten. Er staan grote kokosbomen: voor de olie uit de kokosnoot, lage kokosbomen voor het sap en de kokos. Iedere maand groeit er een nieuwe tros aan de boom. Ze hebben met het onderzoekscentrum Catie bij Turrialba (waar we gewandeld hebben) overlegd welke soorten beter bestand zijn. Naast kokosbomen, ook cacao, kruiden, groenten, aardappelen, diverse vruchten. Op 4 hectare grond hadden ze zelfs nog een gedeelte terug aan de natuur gegeven. In een paar jaar tijd stond er een volledig bos op. We kregen uitleg over de verschillende gewassen door de dochter van de boer. We hebben er ook heerlijk geluncht met producten uit hun eigen tuin zoals kleine, smaakvolle bananen, spinaziesoep. Ook kokosnoten sap geproefd en suikerwater dat uit het suikerriet gemangeld werd. Op de voedertafel vlogen vogels af en aan. Buiten hun terrein zien we de monocultuur weer: eindeloze bananenplantages en ananasvelden waar Chiquita en Dole met gif werken en waar de medewerkers en aanwonende bevolking ziek van worden. Daarna zijn we doorgereden naar de eindbestemming, een mooi hotel met zwembad. Alleen moeten we oppassen met de gangen onder de loopbruggen van het hotel, zeker na zonsondergang kunnen er zich (dodelijke) lanspuntslangen bevinden. Vlak bij het hotel hangt een luiaard in de boom.
Vandaag ga ik lekker op het brommertje rondrijden. Eerst even rustig koffie met Henrich als hij wakker wordt. Ik ga op pad met twee missies: Ik wil een telefoonhouder op de brommer en ik wil een nieuwe batterij in mijn telefoon. De oude houdt het geen dag meer uit, hooguit een halve. Ik heb inmiddels mijn Nederlandse sim uitgeschakeld, ik ben in Thailand te bereiken via 66653430107. Dat duurt tot en met 4 maart, wanneer ik via Hongkong weer naar Amsterdam vlieg. Eerst maar eens kijken naar een telefoonhouder, ik zoek een motorbike repair shop. Die heeft zo'n ding en voor 4 euro ben ik (en de toekomstige gebruikers) voorzien van een handige telefoonhouder op de brommer, inclusief montage. Dat navigeert een stuk makkelijker! Op naar de volgende missie, een nieuwe accu voor de telefoon. Deze worden tegenwoordig zo gemaakt dat de accu niet makkelijk kan worden vervangen, ze zijn dichtgelijmd. Op aanraden van Henrich ga ik eerst naar het Samsung Service Center. Daar wordt mijn telefoon aan een computer uitgebreid gecontroleerd. Ik krijg een prijsopgave van 3400 TB, zo'n 85 euro en een duur van 3-4 uur.. Ik rijd vervolgens naar een telephone repair shop. Dat blijkt een hele verdieping te zijn van een winkelcomplex waar wel 10 reparatiebedrijfjes zitten en nog veel meer kraampjes met telefoons, gebruikte telefoons, hoesjes, selfiesticks en horloges. Ze hebben daar ook dezelfde telefoonhouders voor 3x de prijs die ik net betaalde. Ik laat mijn telefoon achter bij een van de tentjes, ze gaan de batterij vervangen voor 800 TB, zo'n 20 euro, binnen een half uur. Ik hobbel naar binnen bij Starbucks en bestel een lekkere bak koffie en een heerlijke tosti. Het is inmiddels 1500 en ik had nog niet ontbeten. Het smaakt me prima! Even later is mijn telefoon klaar en ik rijd via via naar huis. De slagboom wordt geopend door een saluerende bewaker. Henrich is op de parkeerplaats aan het frutten aan zijn Jaguar XJ350. Er is altijd wat mee en hij rommelt er graag aan. Wat ze zeggen: It is cheap to buy a Jaguar, it is very expensive to own a Jaguar. Hij laat onderdelen van over de hele wereld komen. In de flat wordt de lift voor mij gehaald door een tweede saluerende bewaker. Ik ga wat sociale zaken doen en een tijd later merk ik dat Henrich kennelijk een dutje heeft gedaan en nu weer wakker is. Het is tijd voor de rituele gin-tonics op het balkon, daarna neem ik hem mee uit eten. Eerst gaat nog even mijn wasgoed in de machine, scheelt weer gesjouw later. We eten heerlijk in een restaurantje dat hij kent. De totale rekening voor twee personen? 30 euro, voor spring rolls, heerlijk rundvlees, grote garnalen en twee bier. Je zou er aan kunnen wennen ... Weer thuis hang ik de was op en ga ik online een hotel zoeken. Dat is nodig omdat Henrich morgen naar Hua Hin moet, dat had hij al afgesproken. Ik vind en boek een hotel voor tenminste de komende twee nachten, daarna zien we wel weer verder. Als ik hem dat wil vertellen blijkt hij al naar bed te zijn gegaan, het is dan 2145. Ik had het voornemen om nog even de stad in te gaan, maar misschien is dat morgen handiger, als ik mijn eigen plekje heb. Dan val ik niemand lastig met laat thuiskomen en zo. Ik heb vandaag geen foto's gemaakt, wie weet komt dat morgen weer goed. Tot dan!
Zaterdag 21 februari – Water zoeken, water zorgen en waterproblemen oplossen
Vandaag gaat de wekker vroeg. Het wordt een volle dag.
We halen eerst Charles op. Voor wie hem nog kent uit eerdere verhalen: Charles is een oud-collega van Jantinus bij het waterbedrijf op Biak. Sinds een paar maanden is hij zelfs directeur. Fijn om zo’n betrokken man aan boord te hebben bij onze waterprojecten.
Daarna rijden we door naar Winsy. Hij is de man die vorig jaar voor ons een bron heeft geboord in Nermnu. Ook dit jaar willen we weer kijken of we een kampong van schoon water kunnen voorzien.
Kampong Warsansan – een mogelijke nieuwe bron
Charles heeft alvast wat voorwerk gedaan en stelt kampong Warsansan voor. We stoppen bij de kerk. Onze voorkeur gaat altijd uit naar een project bij een kerk of school – simpelweg omdat daar elektriciteit aanwezig is. En stroom is onmisbaar als je water omhoog wilt pompen.
Winsy haalt – net als vorig jaar – zijn ‘geavanceerde’ wiggelroede tevoorschijn om water te zoeken. Mijn nuchtere westerse brein vindt daar eerlijk gezegd nog steeds wat van. In mijn beleving zit er diep in het koraal overal water, je moet het alleen weten aan te boren.
Maar: we hebben een no cure, no pay-afspraak, dus we laten hem rustig zijn gang gaan.
Hij vindt een plek bij de kerk waar volgens hem water zit, op ongeveer 110 meter diepte.
Het probleem? Dat boren is duur. Heel duur.
·Kosten boren: ongeveer 1,5 miljoen roepia per meter
·Totale offerte: ruim 200 miljoen roepia
·Omgerekend: ongeveer €10.000
Dat is simpelweg te veel voor ons budget dit jaar.
Ons beschikbare budget voor een nieuwe boring ligt rond de 145–150 miljoen roepia (€7.500), mede dankzij een mooie bijdrage van Stichting Water is our World. Zij hebben ons de afgelopen jaren vaker geholpen bij grotere waterprojecten op Biak en daar zijn we ontzettend dankbaar voor.
Voor Warsansan gaan we dus alternatieven onderzoeken. Er ligt een rivier op ongeveer een kilometer afstand. Misschien kunnen we daar water vandaan halen. Alleen: daar is geen stroom. Dus denken we voorzichtig aan zonne-energie. Dat is hier nog vrij nieuw, dus we gaan uitzoeken of dit technisch én financieel haalbaar is.
Ondertussen zoeken we verder naar een kampong waar we minder diep hoeven te boren.
Kampong Wari – terug naar een project uit 2024
Daarna rijden we door naar kampong Wari, waar we in 2024 de hele kampong weer van water hebben voorzien. De kampong wordt gesplitst door de Wari-rivier.
Bij aankomst zien we dat bewoners zelf een tyleenleiding door de weg hebben gefreesd. Mooi initiatief!Maar de leiding steekt op sommige plekken boven de weg uit. Dat is vragen om problemen. We spreken af dat de leiding dieper wordt ingegraven en wordt afgedekt met beton. Zo voorkomen we ongelukken én leidingbreuken.
Want elke lekkage betekent minder waterdruk verderop in het systeem.
En precies dat blijkt nu het probleem. Aan de kant van de kampong waar de school staat, is momenteel geen waterdruk. We vinden geen grote lekken in het dorp zelf. Bewoners vertellen dat de leiding van de bron, hoog in de heuvels, waarschijnlijk kapot is of onvoldoende water naar het reservoir brengt.
Die bron ligt diep in het oerwoud. Dat is geen klein wandelingetje. We vragen bewoners om erheen te gaan en foto’s en video’s te maken. Aan de hand daarvan beslissen we of we de leidingen moeten vervangen.
Kortom: ook in Wari zijn we voorlopig nog niet klaar.
Amyamdam – een trots project met nieuwe uitdagingen
Dan rijden we door naar Amyamdam.
Hier hebben we vorig jaar eindelijk water in de kampong gekregen. Met een onderwaterpomp in de rivier pompen we water zo’n 50 à 60 meter omhoog naar een watertoren. Bovenop staat een reservoir van 2200 liter dat zorgt voor waterdruk in de leidingen naar verschillende tappunten in het dorp.
Toen wij vorig jaar vertrokken, werkte alles perfect. Echt een project om trots op te zijn.
Maar in januari kregen we berichten: er waren problemen.
De pvc-buis waarin de pomp hing, bleek door de kinderen als glijbaan te worden gebruikt… en is geknapt. Gelukkig zijn de inwoners van Amyamdam echte aanpakkers. Met hulp van Charles is de pvc-buis vervangen door een dikke tyleenbuis. Die kan wel tegen een stootje.
Toch kregen ze de pomp niet meer aan de praat.
We controleren alles:
·Er is stroom bij de meter.
·Er is stroom bij de rivier.
·De hoofdschakelaar blijkt niet meer goed te werken (die staat continu onder spanning – niet veilig).
·In de regelunit meten we ook stroom.
·Vermoeden: kapotte condensator.
We zetten de schakelaar en condensator op het boodschappenlijstje en spreken af de volgende dag terug te komen.
Zondag – kerk, administratie en sleutelen
Zondagochtend is hier heilig. De meeste mensen op Biak gaan naar de kerk. Daarna gaat het leven gewoon weer door. Wij gebruiken de ochtend voor verslagen en administratie.
Om 14.00 uur rijden we met Charles en Winsy terug naar Amyamdam (45 minuten rijden). We schakelen de stroom uit, vervangen de schakelaar en de condensator.
Maar… nog steeds geen draaiende pomp.
Dan halen we de pomp uit het water en nemen hem mee naar de stad om te testen. Die testen zijn inmiddels gedaan en de conclusie: de pomp én de besturingsunit werken gewoon.
Dan blijft er nog maar één verdachte over: de kabel van de kampong naar de rivier. Die is ongeveer 300 meter lang.
We zagen al dat de kabel op meerdere plekken met tape gerepareerd was. Grote kans op lekstroom door slechte verbindingen. Dat zou verklaren waarom alles stroom lijkt te hebben, maar de pomp toch niet start.
We besluiten de volledige kabel te vervangen. Komende week zoeken we een geschikte kabel, 300 meter is niet niks en volgend weekend gaan we met pomp en nieuwe kabel terug naar Amyamdam.
Wordt vervolgd…
Stichting Hati Bersatu
Onze projecten hebben we ondergebracht in Stichting Hati Bersatu.
Als je wilt bijdragen aan onze projecten, kun je een bijdrage doen via rekening:
Vanochtend om 6:00 in de boot, twee uur lang door het park gevaren. Heel veel vogels en kaaimannen en een paar leguanen en salamanders gezien. Bij vertrek zagen we vlakbij een grote kaaiman liggen. Het weer is goed en de weerspiegeling in het water van de natuur is prachtig. Later op de dag is het verdwenen na de regenbuien.
Om 8:00 terug voor het ontbijt. Regen. Om 9:00 met de boot naar het park om de “berg” van 119 meter hoog te beklimmen. Heel veel mini kikkers gezien, vooral de rode variant: aardbeigifkikker. Sommige maar 1-2 cm groot. Bovenop de berg hadden we een prachtig uitzicht over het park en de oceaan. We zagen ook een grote leguaan op een boomtak liggen. Weer beneden liepen we via een voetpad parallel aan het kanaal naar een lieflijk dorp met vriendelijke mensen. De bakkersvrouw bedankte dat we hier heen gekomen zijn en zo meehelpen om hun gebied te steunen. Veel kleurrijke huizen. De boot ligt te wachten. Om 12:00 waren we terug en om 13:00 de lunch.
Om 14:00 gingen we met de boot naar een klein dorpje. Onderweg zagen we een otter. In het dorpje wat rondgelopen, slinger apen gezien en de nodige vogels. Een cappuccino op een overdekt terrasje met uitzicht op het kanaal gedronken, samen met Claudia en Nuning. Gewacht tot de regenbui over was en verder het dorp rondgelopen. Met de boot waren we iets na 17:00 terug bij de lodge.
We hebben er lang naar uitgekeken, eerdere reizen kwam er niet van maar nu gaat het dan toch gebeuren een bezoek aan het veel geprezen Ronda. Toch begint het met een teleurstelling. De beroemde Caminito del Rey, het gaat om een pad met een rijke historie, blijkt niet mogelijk. Het werd aangelegd door arbeiders met slechts handgereedschap naar een stuwmeer. Na een aantal jaren werd het niet meer gebruikt en raakte in verval. Waaghalzen liepen met pad af en toe illegaal maar daar stak de overheid een stokje voor. Een jaar of 10 geleden werd het toch weer nieuw leven ingeblazen omdat het zo mooi is gelegen. Tegenwoordig is het een topattractie waar je alleen door te bespreken een tijdslot kunt kopen. Maar het kon niet doorgaan. De hele nacht en morgen heeft het hard gewaaid en geregend. Het is niet verantwoord deze mooie trail te lopen, zeker omdat er op het laatst een hangbrug overgestoken moet worden. Heel erg jammer natuurlijk maar ja gewoon farce majeur!
De volgende dag is het weer opgeknapt maar het is koud met een harde wind. Met zo’n 1,5 km wandelen vanaf de camping ben je via de Puerta Almocábar, een fraaie poort in de stadsmuur, in Ronda. We volgen eerst de buitenzijde van de stadsmuur. Aan de rechterkant kijk je op landerijen met daarachter de heuvels en andere kant de muur maar ook poorten en bruggen die daarin zitten. De rivier de Galdalevin snijdt met een 100 m diepe kloof Ronda in 2 delen, dat levert mooie plaatjes op. Zowel de Puente Nuevo als de Puente Viejo of te wel de nieuw en de oude brug zijn voorbeelden daarvan. Over eerstgenoemde werd maar liefst 42 jaar gebouwd medio 18e eeuw. Een andere attractie is de arena, waar nog af en toe nog stierengevechten worden gehouden maar veel minder dan voorheen. Het is een van de oudste van Spanje en is een ontwerp van dezelfde architect als de Puente Nuevo. Wij lopen er even binnen en zien dat dit de moeite waard is. Heel Ronda ademt historie. In allerlei namen klinkt nog steeds de voormalige Moorse aanwezigheid door. De toeristen komen verder flink aan hun trekken ook als je van winkelen en eten houdt!
Weer een dag verder reizen we naar El Puerto de la Maria. We moeten wat omrijden omdat een weg is geblokkeerd a.g.v. het eerdere slechte weer waardoor we uiteindelijk op een dag afstand van 315 km komen. We zien heel veel olijfgaarden die deels onder water staan. Je vraag je af: komt dat weer goed met een plant die zo goed tegen de droogte kan? We passeren vandaag ook op afstand de straat van Gibraltar, dat betekent dus dat we van de Middellandse Zee overgaan naar de Atlantische kust. Dat neemt niet weg dat het klimaat Mediterraan blijft. Het stadje Osuna staat groen ingekaderd op de ANWB kaart. Het valt niet echt mee maar we krijgen nog wel van de lokale carnavalsoptocht mee, toch leuk.
Een uur voordat we op de camping arriveren en rijdend over de slechte A394 lijk ik ineens een hersenschim te zien. Maar nee, het is echt, het is een heel bijzondere kerk in Palmar de Troya. De kerk staat achter een muur, we kunnen deze dus niet helemaal zien, maar heeft 8 grote en 7 kleine torens.
Onderzoek via de website https://www.palmarianchurch.org/ leert dat het in feite om een eigen stroming in de kerk gaat, ontstaan in 60 en 70 er jaren van de vorige eeuw n.a.v. een verschijning van Maria aan kinderen. De benoemde paus Sint Gregorius XVII is nooit erkend in de Rooms Katholieke kerk. Het gaat dus in feite om een scheuring uit die tijd. Het is bijzonder verhaal maar het is wel een prachtig (bijna overdreven mooi) gebouw.
In Cadìz, aan de overkant van El Puerto bereikt via een ferry, is het carnaval in volle gang. Veel mensen lopen verkleed en geschminkt over straat. Een stuk verder ontdekken we in de nauwe straatjes vele praalwagens. Deze zien er echter heel anders uit als bij ons. Er staan namelijk mensen in carnavalskledij op die geregeld satirische liedjes zingen met een politieke inslag die met veel passie worden gebracht. De wagens rijden niet, het is de bedoeling jij als bezoeker langs de wagens loopt, tenminste zover dat mogelijk is want het is heel druk. Het is alles bij elkaar een prachtig volksfeest. Dit alles gebeurt bij heel mooi weer zonder noemenswaardige wind. Dat is na al die stormen echt een verademing!
Weer 24 u verder hebben we een dagvullend excursieprogramma. Caroline is onze gids. We gaan naar Jerez de la Frontera (JF). JF is de hoofdstad van sherry. Er zijn hier dan ook talloze bodega’s.
We stappen uit bij de Alcazar om dit bezoeken. Een alcazar is een paleizencomplex met patio, tuinen, Arabisch badhuis en uit strategische overwegingen uitkijktorens. Deze dateert van na de moslimtijd en is dus relatief jong in tegenstelling tot bijvoorbeeld Sevilla. Het is best aardig om te zien, maar wij zijn wat dat betreft verwend. Caroline vertelt ook over de rol van de Cabollos (paarden). Er is hier een groot complex waar voorstellingen worden gegeven door de Spaanse rijschool. Wij bezochten een voorstelling in 2023 maar zijn toen voorbijgegaan aan wat de stad nog meer te bieden heeft. Wel dat is o.m. een mooi centrum met Mercado en winkelstraatjes, klassieke gebouwen, e.d. Het is echt Spaans en fijn toeven hier. Ook de lunch gebruiken we in dit stadje en ja met zo’n harmonieuze groep blijft het een gezellig en sociaal gebeuren. Maar zul je je afvragen: en die sherry dan? We rijden terug naar El Puerto, onze verblijfplaats, naar de bodega van Gutiérrez de Colosia, ook een familiebedrijf (van origine sinds 1838). De dame vertelt ons alles over het hele proces wat bij de productie van sherry komt kijken. Het gaat om vaten van wel 600 l die in 3 lagen worden neergelegd. De oudste ligt onderop, regelmatig vindt vermenging met andere lagen plaats die zo het proces verder brengen. Vooral de houdbaarheid van sherry is verbazingwekkend hoog tot wel > 100 jaar. Uiteindelijk komt natuurlijk de onvermijdelijke proeverij en het eventueel kopen van een fles. Er staan maar liefst 6 soorten voor eenieder klaar in de volgorde van heel droog naar zoet. Sommige mensen drinken echt alles op maar de meesten zijn minder geïnteresseerd als het om drinken gaat. Als geheelonthouder krijg ik een flesje sinas. Sherry was bij ons in de 70er jaren redelijk populair. Daarna is het behoorlijk ingezakt. In feite geldt dat in Spanje in mindere mate ook. Maar men doet er nu hier alles aan om de populariteit weer te verhogen vooral door een relatie met de maaltijd aan te gaan. Wij kijken terug op een goed bestede dag met een goede maar wel erg spraakzame gids die ook nog veel om zichzelf moet lachen.
Weer een dag later maak ik met 2 reisgenoten een fietstochtje dat uit de koker komt van Komoot. Het wordt geen succes. Ook hier lopen we tegen wegen aan die onder water staan. In plaats van een rondje moeten we dezelfde weg weer terug.
Volgende keer nemen we je mee naar El Rocio, ook een heel bijzonder stadje.
Vandaag is er niet veel te beleven, behalve dat om 0600 de wekker gaat, da's wel wat vroeg. Het laatste beetje gaat in de bagage, ik laat een fooi achter voor het vrolijke kamermeisje. De heleboel de lift in en gestald bij de receptie. Eerst maar even ontbijten, dat kan vanaf 0630, maar eerder ook wel, zoals blijkt. Hierna mag ik nog even de was afrekenen en zit ik geduldig te wachten op de chauffeur. Even voor 0700 is hij er. De deurknul sjouwt de zware tas de trap af en de reis van vandaag kan beginnen. Ik heb gisteren op advies van Henrich online al een e-registration gedaan, een soort visumaanvraag. Per auto naar het vliegveld. Ik check beide tassen in, samen 24,5 kilo. Sja, moet ik maar niet van die zware dingen kopen! Ik krijg hier ook mijn boardingpass uitgereikt. Ik loop langs een openstaand kantoortje waar ik zowaar mijn grote tas op een tafel zie staan. Hij is niet door de security controle gekomen. Ik gebaar door de open deur dat het mijn tas is en mag door een andere deur naar binnen. De scanner is aangeslagen op een AK47 patroonhuls die zeker niet mee mag. Jammer, maar die gaat in de vuilnisbak, waar overigens nog veel meer hulzen liggen. Ook mijn oude powerbank, die ik alleen nog heb bewaard om wellicht te repareren, mag eruit naar de handbagage. Ik had dat ding helemaal vergeten! Nu wordt de tas goedgekeurd en ga ik een bak koffie drinken. Door de pascontrole gaat redelijk vlot en al snel zit ik in de vliegmachine. Die stijgt met een kwartiertje vertraging op. Rond 1200 landen we in Bangkok. Via veel rolbanden en zo naar de controles. Eerst sta ik in een slingerdeslang rij van een paar honderd mensen voor controle van pas en boardingpas, daarna is een nog veel langere rij voor de douane. Dat geheel duurt zo'n anderhalf uur. Bij "Immigration" wordt niet alleen je paspoort gecheckt tegen de ingevulde e-registration, je moet ook vingerafdrukken van je rechterhand achterlaten en je foto wordt gemaakt. Daarna is het tijd om de bagage te zoeken. Die moet binnenkomen via band 7, dat blijkt dan weer bijna aan de andere kant van het gebouw te zijn. Doordat alles zo lang duurde heeft men de band al leeggehaald, de overgebleven stukken bagage staan ernaast, mijn tassen ook. Ik ben weer compleet! Ik laat in die hal ook gelijk een 14-dagen Thailand sim in mijn telefoon zetten, ik wissel in een automaat ook nog eens honderd euro om. Een info-jongedame wijst mij hoe ik bij de Grab parkeerplaats moet komen. Ik bestel via de app een Grab. De afstand is ongeveer 120 km en er zit een tolweg in. Voor dit gekoelde privé transport van deur tot deur mag ik straks wel zo'n 50 euro afrekenen, kom daar thuis maar eens om. De chauffeur, een derde-generatie Chinees, spreekt aardig Engels. We kletsen wat, ook over de overheid in Thailand. Hij schat dat 80% van de bevolking niet blij is met de huidige koning, maar dat niemand dat buitenshuis durft te zeggen. Een influencer die dat wel deed is onlangs veroordeeld tot 32 jaar gevangenisstraf. De bewaker sjouwt de zware tas naar de lift en gaat mee naar boven. Op de 15e verdieping belt hij aan bij Henrich, een oude Deense vriend die even onderdak voor me heeft. We kletsen bij onder het genot van een biertje, ook over de gemeenschappelijke vriendin door wie ik hem heb ontmoet. Rond 1800 drinkt hij altijd 1 (eigenlijk 2) gin-tonic op het balkon met uitzicht over zee. Hierna eten we heerlijk in het hotel naast zijn flat. Wat verder gebabbeld en ri=on 2200 gaat hij naar bed. Ik douche en schrijf mijn verhaaltje.
Al weken tel ik de dagen af tot mijn vertrek op 24 februari. Wat mij zo gretig maakt om opnieuw die best lange zware reis te maken kan ik moeilijk uitleggen. Alleen verstokte reizigers voelen wat ik bedoel. En dan heb ik het niet over een kant-en-klare luxe compleet verzorgde vakantiereis, maar het soort waarbij je zo ongeveer alles zelf organiseert en uitzoekt, liefst tegen zo min mogelijk kosten. Low-budget, inclusief bijbehorende ontberingen, maar met de hoop dat het meevalt. Ik heb een aantal voordelen opgebouwd. Ik weet redelijk goed hoe het allemaal werkt onderweg, in Nepal met name, maar omdat de reis via India altijd een stuk goedkoper is kan ik daar niet omheen. En daar liggen de valkuilen, want ooit meende ik – op basis van eerdere ervaringen – zonder transitvisum de luchthaven van Delhi te kunnen passeren, met alle gevolgen van dien. Daarbij heb ik op mijn bestemming vele bekenden die mij graag terzijde staan, dus ik hoef het niet allemaal meer zelf uit te zoeken.
Voor de sociale projecten in Bardia heb ik de nodige spel- en schildermaterialen ingeslagen en verdeeld over mijn drie stuks bagage. Daarin biedt Kapla prachtig educatief materiaal. Wie kent ze niet, de kabouterplankjes waarmee je de meest prachtige bouwwerken kunt creëren. De Nederlandse uitvinder Tom van der Bruggen overleed recent, is met Kapla wereldberoemd en rijk geworden. Eerder nam ik al een flinke hoeveelheid mee voor de schoolkinderen, nu gaan maar liefst 560 stuks mee in mijn bagage met bestemming weeshuis. Verder heb ik uitgezocht wat er in Nepal zelf gekocht kan worden aan boeken, muziekinstrumenten en sportmaterialen. Eigenlijk ken ik alle leuke verkoopplekken al voor deze spullen, die van daaruit rechtstreeks naar Bardia verzonden kunnen worden, zodat wij er niet mee hoeven te sjouwen. Voor mijn recente verjaardag heb ik een mooi geldbedrag ingezameld, donaties in plaats van cadeaus. Van geven is nog nooit iemand armer geworden, een uitspraak die ik koester. Mijn Amsterdamse vriend Cornel heeft hetzelfde concept gebruikt voor zijn verjaardag en samen kunnen we vanaf woensdagavond gaan overleggen hoe we de dingen gaan aanpakken. Cornel is al onderweg en arriveert morgenochtend in Kathmandu, ik vertrek morgenmiddag met de Flixbus naar Schiphol, in de avond heb ik een rechtstreekse vlucht naar Delhi, waar ik woensdagochtend arriveer. Daar moet ik nog vier uur overbruggen voor de laatste etappe naar Kathmandu. Die avond gaan Cornel en ik even goed de bloemetjes buiten zetten.
De volgende dag dus op pad voor de resterende materialen, ’s middags ieder een lange massage bij Seeing Hands. Ik bij mijn vaste blinde masseuse Bhima, Cornel bij een blinde man. Daaropvolgend zijn traditiegetrouw een aantal bekenden uit Bardia, nu studerend in Kathmandu, uitgenodigd voor een gezamenlijke maaltijd in een sfeervol restaurant. Ook Bhima en zoontje Souvenir zijn dan van de partij. Een korte ontmoeting, want de volgende dag vliegen we al door naar Pokhara, waar het echte uitrusten kan beginnen. Dat is althans het idee, want in Pokhara kun je goed terecht voor vele activiteiten. We zien het wel en laten ons meedrijven met de stroom. Drie overnachtingen aan het meer, twee in de bergen en dan een volgende vlucht met bestemming Bardia. Tot zover de eerste planning.
Het was de bedoeling dat ik de afgelopen maanden mijn conditie sterk zou opkrikken, maar een gemeen virus gooide roet in het eten en heeft met ups en downs twee maanden huisgehouden in mijn lijf. Enorme hoestbuien, vooral ’s nachts. Niets hielp, alleen de tijd bood uiteindelijk voor negentig procent genezing. Net op tijd om enigszins aangesterkt op reis te gaan. Mijn huisarts weet van mijn jaarlijkse reizen en ondersteunt dit waar nodig als het om mijn gezondheid gaat. Dus die topconditie is er niet gekomen, maar dan treedt plan B in werking ‘neem het zoals het komt’, op z’n Nepalees dus. De ontmoeting met Mina gaat zeker door, vanaf ongeveer 12 maart ontmoeten we elkaar in Pokhara, dus reis ik weer terug. Cornel is dan al naar huis. Mina vroeg voorzichtig of ik haar ouders zou willen begeleiden vanuit Bardia naar Pokhara. Hun diepste wens, een bezoek brengen aan het magische Mustanggebied, kan eindelijk in vervulling gaan. Nooit gedacht dat dit mogelijk zou zijn, maar door de ondersteuning vanuit Nederland komt er nu steeds meer geld binnenrollen en gaan er deuren open die altijd gesloten leken. Natuurlijk wil ik vader en moeder Mahatara graag meenemen, mogelijk per bus, anders per vliegtuig. En dan reizen we samen per jeep met chauffeur in een halve dag naar Mustang voor een aantal wandeldagen.
Tot slot nog iets leuks. Regelmatig werk ik in Maastricht als surveillant aan de universiteit. Een collega, Dirk van Beek, hoorde over mijn Nepalreizen en vertelde enthousiast over zijn dochter Cassandra die in maart de Manaslutrekking gepland heeft. Haar eerste reis naar Nepal en dan meteen voor een stevige trek van drie weken. Dirk vroeg of zij contact met mij mocht opnemen. Uiteraard, altijd fijn om informatie door te geven. En zo hebben wij een aantal keren contact gehad, maar nog geen ontmoeting. Cassandra heeft na de Manaslu nog een weekje vrij in te vullen in Nepal en zo zouden we elkaar kunnen ontmoeten. Ik vroeg haar naar Bardia te komen, voor een andere Nepal-ervaring. Mensen ontmoeten, mijn projectjes, een safari. Zojuist kreeg ik bericht dat ze gaat komen, dus Sonja gaat het voor haar regelen. En zo breidt mijn Nepalkringetje zich langzaam uit met mensen die hopelijk net zo enthousiast worden als ikzelf.
Tot zover mijn laatste dag thuis. De bagage is zo goed als klaar, morgen nog wat laatste dingetjes, alles goed checken en dan loslaten. Mijn volgende verhaal zal vanuit Nepal komen.
We waren afgelopen twee dagen aan de Caribische kust, vlak bij Panama en we gaan vandaag naar de Turtle Beach Lodge, iets meer naar het noorden tov Barra de Tortuguero. Iets verder dan de lodge, begint een groot natuurpark, wat doorloopt in Nicaragua. De eerste paar uur rijden we in de regen, maar hoe dichter we bij de eindbestemming komen, hoe lichter het wordt en als we na 4 uur rijden om 12 uur bij de haven de boot moeten nemen naar de lodge is het zonnig geworden. Vlak voor de haven zien we nog een luiaard in een boom naast de weg hangen aan twee poten. Het is een zgn twee tenen luiaard. Er zijn in dit gebied twee soorten, ook de drie teen variant komt hier voor. Aan de Pacific kant komt alleen de drie teen luiaard voor. De lodge is alleen maar via water te bereiken en we varen ongeveer een uur voordat we bij de lodge aan komen. Onderweg zien we een aantal leguanen en de rivier schildpad. Na de regen komen ze allemaal naar het zonlicht om op te warmen. Omdat het morgen een drukke dag wordt (vaartocht 6:00-8:00, ontbijt, 9:00-12:00 wandeling naar een lage vulkaan, 13:00 lunch en naar het dorp 14:00-17:00) doen we het vandaag rustig aan en blijven we na een wandeling over de resort bij het zwembad hangen. In de bomen bij onze kamer is een slingeraapje voedsel aan het zoeken. Het park is een beschermd natuurgebied en slechts 1% mag door toeristen bezocht worden. Er zijn geen wegen en in het dorp alleen fietsen en natuurlijk veel boten. De plaatselijke bevolking is opgeleid tot gids zodat ze de natuur blijven beschermen en inkomsten hebben. Ook zijn er veel mensen uit Nicaragua die in Costa Rica komen werken omdat hun thuisland er slecht aan toe is. Ze werken ook hier als schoonmakers.
Vandaag een uitstapje naar de Mekong Delta, ook weer verzorgd door Small Group Tours. Dat betekent dat je met 8-9 man in een busje zit en niet met 40 man achter een gids met een vlaggetje aanholt. Heel fijn! De Mekong is de op twee na langste rivier van de wereld en komt hier in Vietnam in zee uit. Er liggen een paar eilanden in de delta met elk weer hun eigen cultuur. Voordat de bruggen er waren was op de eilanden geen vers water en geen stroom. Dat is nu een stuk verbeterd. Na een rit van zo'n 2 uur met een korte sanitaire stop komen we bij het water. Hier stappen we op een boot die ons naar Unicorn Island brengt. Ook hier geloven ze soms in sprookjes ... Het eiland teelt goeddeels zijn eigen voedsel en vooral veel kokosnoten. De stekelige basketbal die ik in Hoi An beschreef wordt hier trouwens Water Coconut genoemd. Van kokosnoten worden hier bijvoorbeeld snoepjes gemaakt die door heel het land worden verkocht. Het is een heel proces met raspen en koken van het kokosvlees. De pasta die hier ontstaat wordt in plakken verwerkt. Daarna wordt er met smaakspecifieke zaken zoals pinda, honing een soort sushi gerold, De staaf wordt vervolgens in stukjes (snoepjes) gesneden en eventueel nog door sesamzaadjes gerold. We proeven een aantal soorten en ik koop een zak gemengd. Ik koop ook een zak gedroogde en gezoete kokosstrips. Van de bast van de kokosnoot worden matten gemaakt, maar dat wisten we natuurlijk al. De noot en de schil worden weer gebruikt als brandstof, er gaat niets verloren. Ook poprice zien we ontstaan. Dat is gepofte rijst die net als popcorn niet echt een smaak heeft. Pas met een beetje zout of suiker wordt het echt lekker. Er loopt ook een lief dametje rond die pisang goreng verkoopt. Da's natuurlijk een beetje vloeken in de kerk, we zijn hier in Vietnam. Gebakken banaan, érg lekker. De helden onder ons, dat zijn er twee, laten zich én een glaasje snake whisky inschenken én een python om de hals hangen. Het is geen grote, maar hij is heerlijk zacht. Met een peddelbootje (bananaboat) gaan we door een prachtig overgroeid kanaal naar een ander plekje. We krijgen hier de binnenkant van een bijenraat te zien. De beestjes zijn hard aan het werk. We krijgen kleine glaasjes thee met royal jelly (koninginnengelei). Het smaakt lekker fris. Uiteraard kunnen we ook potjes met gelei kopen. We gaan met de boot naar een ander plekje voor de lunch, het laatste stukje per tuktuk (Vietnamese Lambo). Een heerlijke lunch met o.a. een geroosterde vis en heel grote garnalen. Hierna lopen we een rondje langs een krokodillenvijver en een vijver vol hongerige catfish. Die laten zich maar al te graag voeren. We varen door die prachtige waterlaan weer naar onze grote boot die ons naar het vasteland brengt. Hier bezoeken we een prachtige tempel waar verschillende religies samen worden beleden. Oecumene ten top. Het gebouw is deels Frans, deels Cambodiaans, deels Hindu. Een mooie mix met veel te zien. De magere boeddha is History, de lekker dikke lachende boeddha is Future en de boeddha met lang haar (vaak in een knot) is Present Time. De reis naar Saigon begint, maar omdat het de laatste dag van TET holiday is, is het verkeer een chaos. We doen er ruim drie uur over om weer bij de hotels te worden afgezet. Petje af voor de chauffeur maar ook voor Loi, onze gids, die vrolijk en informatief van alles heeft verteld in heel aanvaardbaar Engels. Het wordt een rustige avond, ik word morgen on 0700 opgepikt voor een rotje vliegveld. Tot de volgende!
naar ik aanneem, bij menig lezer inmiddels de vraag op, waarom ik na al die weken nog steeds niet het belangrijkste voedsel uit Gambia op het menu heb gezet. Die vraag heb ik nu dus beantwoord met de titel van dit blog. Dit wil ik nog verder specificeren: het wordt een pittige hap en wel Benachin-rijst. Benachin rijst wordt gemaakt door vele kruidige ingrediënten, zout, natriumglutamaat ( Ve-tsin ), knoflook, pepertjes en tomatenketchup voor de kleur in een vijzel tot moes te stampen. Vervolgens wordt dit mengsel in hete olie gebakken en daaraan wordt de rijst, eventuele groenten zoals kool, zoete aardappel en wortelen toegevoegd. Daarna voldoende water erbij zodat alles onder staat en 20 minuten koken. Als alles gaar is afgieten en de inmiddels roodbruine rijst opdienen met boven op de groenten en vis of kip. Dan met het hele gezelschap rond 1 grote schotel en met de schoongewassen rechterhand (ook voor linkshandigen!) of, voor onwennige Toubabs, een lepel naar binnen schuiven: eet smakelijk.
Nu staan er meer dan 200 mailadressen op de lijst van dit blog, dus ik voel met voldoende verontschuldigd om niet iedereen uit te nodigen, maar om iedere belangstellende te adviseren om het in intieme kring eens te proberen. En anders is er een simpele oplossing: vlieg naar Gambia en bestel het op Paradise Beach. Je zit dan met de voeten in het nog warme strandzand bij zonsondergang te genieten. Je ondergaat de prachtige zonsondergang boven zee, je voelt je binnenste in vuur en vlam geraken door de pittige rijst en je verslavingscentrum ergens in je grijze massa krijgt zo’n boost dat je de volgende winter maar 1 (één) wens hebt. En we zullen graag de uitnodiging om mee te genieten aanvaarden.
Overigens is de grootste rijkdom van de gemiddelde Gambiaan het kopen, maar zeker ook krijgen, van een 50 kilozak met rijst. Het is vergelijkbaar met de ervaring van onze voorouders, die in het najaar in de kelder een mud béste kwaliteit eerappels met een paar grote zijden gerookt spek hadden. “Hier komen we de winter wel mee door!”
De intro van deze week is weer af en aan de intro herken je de muziek.
DE slang
De foto van de slang die vorige week van Ali verloor, heb ik door AI laten beoordelen: het is (was) een Olijfgras slang. Deze soort is voor mensen nauwelijks giftig, is erg snel en is daarom in staat om salamanders te vangen. Achteraf hadden we dit beest ook de gelegenheid kunnen bieden het hazenpad te kiezen en ons erf vrijwillig te verlaten. Toen Ali de slang naderde om hem dood te slaan, nadat hij al daarvoor een steen met een welgemikte worp tegen zijn kop had gegooid, sprak hij enkele prevelementen uit. Navraag leerde ons dat het toespreken van de slang met enkele Koranspreuken de slang ervan weerhoudt om aan te vallen. Doe je voordeel hiermee, mocht je ooit eens met een slang geconfronteerd worden.
Onbenullig
Voelde ik me afgelopen dagen op een nacht, omdat ik lag te luisteren naar waterdruppels, die met een tussenpoos van minuten uit een lekke koppeling bij onze wc in een opvangbakje vielen. Maar ik zal bij het begin beginnen. De vlotter in het waterreservoir van de wc in onze badkamer is al jaren een zorgenkindje. Soms blijft hij tijdens het vullen van de bak achter een uitsteeksel van het spoelsysteem hangen, zodat de vlotter niet kan komen bovendrijven (in het Engels heet een vlotter een floater) en dus de waterafvoer niet op tijd afsluit en dus water door de overloopopening op de tegels stroomt. Op andere momenten maakt de vlotter een diep kreunend geluid op het moment dat de wateraanvoer wordt afgesloten. Afgelopen week was het weer een waterballet en naar analogie van het vernielen van een zitkussen door Hunter gaf dit een duwtje om de vlotter te laten vervangen. Buurman Nyasi, de loodgieter, kwam de volgende ochtend om de reservevlotter te plaatsen: fluitje van een cent. Overigens is het even een weetje: een loodgieter, in het Engels een plumber, wordt hier niet naar de correcte uitspraak, waarbij de b-klank wordt weggelaten genoemd, maar de uitspraak hier is met een nadrukkelijke B. Mocht je dus vragen naar een “plummer”, dan word je niet begrepen. Om de vlotter te wisselen moesten 3 verbindingen van de watertoevoer losgemaakt worden en later weer vastgezet. En toen Nyasi weg was begon een verbinding te lekken: drup….drup. Hoewel ik geen uroloog ben geweest, ben ik inmiddels bijna een loodgieter, dus draaide ik de lekkende verbinding strakker, zonder effect. Ik haalde de verbinding los en weer vast met meer loodgieterstape: droog!! Helaas begonnen toen andere verbindingen te lekken, die ondanks al mijn pogingen bleven lekken. Uiteindelijk Nyasi weer erbij: bleek in een gegalvaniseerd tussenstukje (voor de kenner van 3/8 naar 3/4) een minuscuul barstje te zitten. Gelukkig hadden we dit ook in voorraad en nu is alles droog. Ik hoe dus niet meer onbenullig te liggen luisteren alsof de wereld niet in brand staat.
Nu dit stukje af is hoop ik dat jullie het geen onbenullig stukje vinden van een dito-blogger.
Smiling coast?
Dat klopt. Zo prijst dit kleinste landje in Afrika zich aan in de toerismesector. Helaas zullen die mensen, die komende week dit land voor het eerst bezoeken die glimlach met een lampje moeten zoeken. Mogelijk dat de enkele Christen een betoverende lach op het gezicht kan toveren, maar de in meerderheid moslim Gambianen is het lachen wel vergaan. Deze week is namelijk de Ramadan begonnen en dus betekent dat tussen zonsop-en ondergang niet eten en drinken. Toevallig(?) rijst de middagtemperatuur hier afgelopen dagen de pan uit en tikt het kwik bij een warme landwind ’s middags de 36 graden aan. Dat betekent natuurlijk dat je rustig in de schaduw zittend al 2 liter vocht aan transpiratie per dag kwijt bent. De mannen die de hele dag in de bouw in de volle zon werken en de vrouwen die van vroeg tot laat zwoegen zijn dus een emmertje vocht meer kwijt. En dan ook nog lachen??? En dan zijn er ook nog hardliners die op het moment dat hun speekselklieren nog ergens een druppeltje vinden om spuug te produceren dat lekker om zich heen ketsen.
Project bankje
Op het erf van Ali en Penda is de geplante mangoboom inmiddels een grote schaduw gevende boom geworden Onder de mangoboom is het altijd iets minder wam dan binnen, dus een favoriete plaats om te zitten. Helaas zijn alle voorradige stoelen in de loop van de jaren door temperatuur en vocht tot stof wedergekeerd, Afgelopen week zag ik een bejaarde buurman, die graag onder deze boom zit, met een klapstoeltje door het mulle zand aan komen zeulen. De wens van Ali is dus om een meer duurzaam zitmeubel te hebben. Daartoe hebben we 4 zakken cement gekocht; Ali heeft 3 zakken omgezet in cementblokken en inmiddels een bank opgemetseld. Na opvullen met zand moet er cement op voor de zitting en dan nog tegels op de zitting en rugleuning. Op de foto’s boven zien jullie de geboorte van dit zitmeubel.
Spreekuurtje
Doordat het Ramadan is en alle huisvrouwen rond mijn spreekuurtijd,18.00 uur, in de weer zijn om de avondmaaltijd- iftar te bereiden, is het afgelopen dagen rustig. Voor deze dokter is er op deze manier geen droge rijst te verdienen en bij de temperaturen van afgelopen week, 34 tot 38 graden, hoeft de spreekwoordelijke kachel dan wel niet te branden, maar toch kun je je voorstellen dat ik me lichtelijk overbodig begin te voelen.
Bikkelen
bij deze temperaturen in de volle zon zonder drinken doen de bouwers die dinsdag successievelijk om hulp kwamen vragen. Allemaal hadden ze klachten van het bewegingsapparaat. Dat varieerde van een ischias-achtige rugpijn, 2 vingers die krom staan door een peesletsel (onhandig bij metselen) en de klachten van frequent nachtelijk plassen (toen het nog geen vastentijd was ) . Bij navraag bleek hij de hele dag veel water te drinken uit een emmer, aan het eind van de middag dikke enkels te hebben, die ’s ochtends weer dun waren. Hij beschikt over een zeer uit de kluiten gewassen onderstel, waardoor hij door de hele dag staan “stalpoten” ontwikkelt. Dat vocht plast hij dan ’s nachts weer uit. De beste Remedie krijgt hij nu van Allah voorgeschreven: gewoon de hele dag niet drinken, zodat je uitgedroogd na 4 liter zweten weer naar huis gaat. Dan slaap je ’s nachts lekker door zonder dat je in het donker naar het “toilet” naar buiten moet om je blaas te ledigen.
Als kool
Gaat de tweeling, van wie de moeder onvoldoende borstvoeding heeft nu groeien op kunstvoeding. Geboren in november 2024 wogen broer en zus in januari 7700 gr. Gisteren ging het wegen wel wat lastig, omdat ze op de weegschaal hevig schreeuwend spartelden. Mijn snelle schatting is dat ze nu bijna de 10 kg aantikken. Vóór ons vertrek komt moeder nog eens terug om het laatste voor hen bestemde pakket voeding op te halen. De kindertjes krijgen inmiddels ook al wat bijvoeding.
Mijn plan is om jullie nog 2 zondagen aan tafel te nodigen, aangezien we vrijdag 13 maart weer terugvliegen. Op het menu staat waarschijnlijk een Toe(tje) en tenslotte een (non) alcoholisch Afzakkertje.
Ik heb 3 paar schoenen om te testen, die ik gebruikte bij het schoonmaken van de kennels van de Portimão puppies! Deze van vandaag zijn zeker niet de goeie! Ik kreeg een paar tenen die voelden alsof ze in brand stonden!
Maar het was weer genieten! De blauwe lucht weer terug en prachtige uitzichten! Een ding weet ik zeker.... zweetbandje voor op mijn hoofd moet ik echt meenemen!!
I have 3 pair of shoes to be tested for the walk, that I used while cleaning the Portimão puppies kennels! These ones from today are definitely not the right ones! My toes felt like they were on fire! But it was wonderful again....the blue sky is back and the views are beautiful! One thing I know for sure..... I need to bring a sweatband!
De eerste auto die mij hier deze keer opviel, was voor het vliegveld van Hanoi, waar ik zat te wachten op de bus. Een Maybach limousine stopte voor mij. Ik al denken da's een luxe bus, helaas. Wordt al jaren niet meer gemaakt, dus een leuke occasion. Maar toch, in Nederland al onbetaalbaar. Moet je in Vietnam zeker afschuwelijk rijk zijn.
Dat ik niet mocht instappen in de Maybach, heb ik alweer goed gemaakt. Er is tegenwoordig in Hue de 'Taxi Limo', een elektrische Vinfast 7, daarin kun je ook prima achterin zitten. Ik denk nog veel beter voorin, de volgende keer eens proberen. Een ietsje duurder, maar dat is hier wel te overzien. Met de taxi naar mijn vrienden, 2,3km, €1,- tot €1,20. De prijs van een koffie in een dure tent. Met de taxi was hier altijd al niet duur, maar sinds de komst van de electrische Vinfast-taxi's is het nog goedkoper geworden. Volgens mij zijn het zzp's (het werkt als een Uber), die denk ik de auto's huren van het Vin-conglomoraat. Vin, van de rijkste man van Vietnam. Ben eigenlijk wel nieuwsgierig waarin hij zelf rijdt, of zich laat rijden. Misschien zat hij wel in de Maybach.
Nu ik toch het opstapje naar auto's heb, kan ik mooi de stand van zaken weer eens bijwerken. Volgens mij is de Vietnamees met geld nogal mode gevoelig. Toen zo'n twintig jaar geleden de rijke Vietnamezen auto's begonnen te kopen, was het enkel Mercedes. Een tijd helemaal uit het straatbeeld verdwenen, maar tegenwoordig zie ik ze weer steeds vaker. Daarna werd het Audi, die zie ik helemaal niet meer. Oeps, de inkt is nog niet droog of ik zie een Audi. Maar het blijft bij die ene. De laatste jaren waren grote Amerikaanse pick-ups in de mode. Zie ik nog wel met enige regelmaat, maar duidelijk minder. Ik denk dat ze erachter zijn, dat zo'n auto wel stoer is maar wat moet je met een laadbak die je nooit gebruikt. Nu zijn gezinsverhuiswagens (mpv's) het summum. En als je het kunt betalen een echt bakbeest en flink hoog op de wielen. Zo één waar ik niet overheen kan kijken en een gemiddelde Vietnamees een opstapje nodig heeft en een hele grote familie Vietnamezen in past.
Wat minder bakbeest maar ook wel leuk is een Peugeot 3008 en af en toe een 5008. Liefst rood, een andere kleur is vast meerprijs. Is pas van de laatste paar jaar. Vroeger nooit gezien, maar nu een succes. Toch nog een auto die de Europese eer hoog houdt.
Voor de minder rijke , zeg maar de bovenmiddenklasse, de normalere Toyota, Mazda en Kia. Tegenwoordig begint ook al de laag eronder (kleinere) auto's te kopen. Ook enkel Japanse en Koreaanse modellen. En sinds een jaar de electrische Vinfast 3, in korte tijd heel populair. De welvaart neemt duidelijk toe.
Ps, De bovenlaag hier is ook in Nederland rijk, maar de middenklasse in Vietnam is nog geen vergelijk met die in Nederland.
In het straatbeeld is de toename van het aantal auto's al behoorlijk merkbaar. Zelfs ik op de fiets schiet nu minder op. In de stad is een auto nauwelijks bruikbaar. Hooguit rijdende chicanes voor de scooters. Ondanks de drukte zie ik geen auto's rond rijden met een deuk. Ook ondanks, op het eerste gezicht, het chaotische verkeer, zit er toch wel systeem in en wordt er door de meesten erg voorzichtig gereden. Tijdens Tet waren er de nodige alcoholcontroles, scheelt ook een slok op een borrel. Juist daar waar het rustig is, moet je goed opletten. Altijd wel iemand die flink gas geeft. Buiten de stad is het ook oppassen geblazen. Daar waar de vrachtwagenchauffeur vindt dat zijn grote claxon het recht op voorrang betekent.
Van auto's naar koffie. Ook al modegevoelig. Er komen steeds meer luxe koffiezaken. Zoals het chalet waarover ik vorige week heb verteld. Pas een week open, maar de 'place to be'. Het is nieuwjaarsvakantie en dat betekent dat zo ongeveer de hele stad 's ochtens ergens koffie wil drinken. En nu wil dus iedereen naar de nieuwste zaak. Mijn vrienden wilden er ook heen. Toen zij de scooter parkeerden keek ik vast even binnen. Een enorme rij om te bestellen. In een luxe zaak moet je dat bij de counter doen. Het wordt nog wel naar je tafel gebracht. Ik ben maar snel naar mijn vrienden gelopen. Op naar de volgende luxe zaak, dertig meter verderop. De hele straat telt wel tien koffiezaken, maar deze twee zijn wel de meest luxe. De volgende pas een jaar open en vorig jaar de 'place to be'. Nu nog erg rustig. Nu nog. Twintig minuten later ook vol. Allemaal eerst naar de nieuwste zaak en van armoede hier maar heen. Van horen zeggen dat beide zaken van de zelfde eigenaar zijn. Dat is een mega-investering geweest, dus ook al een Vietnamees van de buitencategorie. Wat voor auto zou hij rijden. Misschien wel de Lexus die ik gisteravond zag.
Ik ben al zo ingeburgerd dat ik ook een Kumquat koop om op mijn balkon te zetten. Een boompje met citrusvruchten, heel erg Tet. Volgens de werkster had ik goede zaken gedaan, €6,50.
Tet zit erop, morgen begint het normale leven weer. Zal een verademing zijn. Was het in de weken voor Tet al heel druk, de afgelopen week was het druk, druk, druk. Zoals al gemeld 's ochtends naar de koffie, dan ergens op visite en 's avonds ook nog ergens naar toe. En dan kennelijk liefst met de auto. De grote uitgaansgelegenheid naast mijn hotel, is normaal al elke avond druk, maar nu meer dan vol. En dat is een understatement. En foto's maken, te pas en onpas. Bij de speciale fotospot in de koffiezaak, maar ook je kinderen midden in de bloemen zetten en maar knippen. Over de afrastering voor die nog mooiere foto.
Laat ik nu zojuist een mooie nieuwe Audi zien, een Q7. Wellicht weer de nieuwe mode.
Het begint er aardig op te lijken dat Go Ahead Eagles volgend jaar de rijkste club in de KKD is. Vandaag toch maar een keer winnen.
De bus is vanochtend gered en stond om 9:00 weer klaar voor vervoer naar het National Park. Langs de kust loopt er een pad, pakweg 20 meter afstand met het strand over 7.5 km. Omdat het veel geregend had, was maar 1.5 km toegankelijk. We zagen brulapen, vogels en allerlei exotische planten. Velen worden in NL op zeer kleine schaal als kamerplant gehouden. We zagen ook een geel slangetje en een rood/bruine slang van ongeveer 60 cm. We stonden er met de groep ca. ½ meter van vandaan foto’s te maken. Later bleek dit de meest dodelijke slang van Costa Rica te zijn, ze kunnen een paar keer hun lichaamslengte springen. Dit was een jonge nog niet volgroeide slang en die doseren vaak meer gif dan nodig is, omdat ze nog onvoldoende ervaring hebben. Het schijnt dat er 80 mensen per jaar gedood worden door deze slangensoort. Toen de ranchers van het park vernamen dat deze slang op een wel heel toegankelijk plekje lag, werd het er rondom heen meteen afgezet. Ze hadden deze slang al een paar jaar niet meer gezien in het park. Op het strand stonden om de 100 meter vlaggen, bijna allemaal rood, dus niet zwemmen (vanwege de onderstroom). Alleen op het eind stond er een groene vlag en hebben 6 personen van de groep (waaronder Hans) in de Caribische Oceaan gezwommen. Het ging steeds heftiger regenen, het pad werd modderig en we zijn na de lunch maar terug naar het hotel gegaan. Er was door de regen ook geen animo meer om een waterval te bezoeken. We hebben ‘s middags nog even gezwommen in het zwembad van het hotel en Majohrie heeft aan de overkant van het hotel nog een aantal brulapen op de foto gezet. ’s Avonds met de groep lekker gegeten in het restaurant aan de overkant.
Vroeg opstaan (5:15) want de bus gaat om 6:00 naar een nationaal park met meer dan 450 verschillende vogelsoorten. Als we bij de bus komen, blijkt dat we naar een ander park gaan omdat het beoogde park dicht is. Maar omdat het Catie park pas om 7:00 open gaat, gaan we eerst ontbijten. We komen iets voor 7:00 bij het park waar we ons vermaken bij de speciale hangende nestbouw van de Montezuma Oropendola. De vogels met opvallende gele staart vliegen aan en af. Het mannetje bouwt het nest en pas als het vrouwtje het nest goedkeurt zal ze eieren gaan leggen. Het regent af en toe en de kolibries laten het afweten, ze houden zich schuil als het regent. Rond 10:00 pikken we de anderen van de groep op om naar het nationale archeologisch park: Monumento Nacional Guayabo te gaan. Samen met Machu-Pichu het het enige park in Midden en Z-Amerka met de status van beschermd erfgoed. Costa Rica is een uiterst vredig land. Na de burgeroorlog in de jaren 40 hebben ze het leger afgeschaft en het geld werd daarna in sociale ontwikkeling gestopt, bijna overal zijn scholen en voetbalvelden en alle inwoners krijgen goede gezondheidszorg. Ook in de jaren 80 waar er veel oorlogen waren in omringende landen, bleven Costa Ricanen gespaard. 2/3 van de bevolking van 6 miljoen leeft in de centrale vallei, waar ook de hoofdstad (San Jose) en de voormalige hoofdstad (Cartago) zich bevinden. Cartago is meermalen door een vulkaan uitbarsting zwaar beschadigd. Een kwart van de bevolking is afkomstig uit Nicaragua, zij worden veelal ingezet voor lage lonen. Prijzen in de supermarkten zijn vergelijkbaar met die in NL, maar de mensen ontvangen hier veel minder salaris dan in NL.
Onderweg naar het park wordt de lokale gids Rosa opgepikt. De overblijfselen zijn jaren verborgen gebleven onder het tropische woud. Pas toen boeren het land gingen ontginnen, bleek dat hier een grote cultuur is gewest. De inheemse bevolking was al vertrokken, voordat de Spanjaarden verschenen. Er zijn grote ronde stenen cirkels waar met palen en rietbedekking woningen voor 10 -25 personen op gebouwd waren. De hoogste was waarschijnlijk 30 meter hoog en voor de voornaamste inwoner (een soort president). Op een maquette was de bouw weergegeven. Ze hadden nog geen dieren of karren om te helpen met de stenen verplaatsen. Er was een aquaduct waar water vanaf de vulkaan geleid werd en door een vernuftig systeem schoon opgeslagen werd in een groot bassin. Het grootste gebouw had een ingang aan de oostkant en een uitgang aan de westkant. Er loopt een stenen toegangsweg die waarschijnlijk alleen om te pronken was. Dit dorp is bewoont geweest van 1000 voor Christus tot 1400 na Christus. Ondanks de vulkaan op de achtergrond hadden ze blijkbaar geen last van de uitbarstingen die er in die periode hebben plaats gevonden.
Bij een bakker hebben we een broodje/ koekjes gegeten ipv lunch.
’s Middags gaan we weer naar het Catie park, nu met de focus op de botanische tuinen. In de kas met orchideeën waren de meeste helaas niet in bloei. Omdat het warm is, maar toch ook veelvuldig regent is het een zeer goed landbouw land. We hebben veel grote bamboe bossen gezien en grote planten die wij als kleine kamerplanten hebben. Er is een inheemse bamboe soort, maar die is veel kleiner dan de meeste bamboebossen die uit Azië zijn geïmporteerd. Er staan diverse soorten koffiestruiken, bananenbomen en er wordt uitgeprobeert welke plantensoorten en fruitsoorten het beste gebruikt kunnen worden. Als we om half 5 terug zijn is het even douchen en relaxen. Om half 6 gaan de meesten samen met de bus naar een restaurant. Majohrie blijft in het hotel met droge koekjes en cola want vannacht was het mis met de darmen. Morgen gaan we naar de oostkust en zal het een stuk warmer zijn. Het is lastig kiezen uit 500 foto’s, maar er was ook zoveel moois.
Nadat we eindelijk op Biak zijn aangekomen, willen we ook direct aan de slag. De komende dagen staan in het teken van het bekijken van mogelijke nieuwe projecten én natuurlijk het bezoeken van afgeronde projecten.
Juist die afgeronde projecten hebben onze speciale aandacht. In een jaar kan er veel gebeuren. Wij vinden het belangrijk dat deze projecten goed onderhouden blijven, zodat ze ook echt blijven functioneren. In onze verslagen nemen we jullie dit jaar weer mee langs al deze plekken.
Vrijdag 20 februari – Eindelijk echt beginnen
Vandaag gaan we écht van start. Al vroeg rijden we naar Inge, die ons vandaag zal vergezellen. De meeste lezers kennen Inge inmiddels wel, maar toch even een korte introductie. Inge woont al haar hele leven op Biak. In de Nederlandse tijd heeft ze hier op school Nederlands geleerd. Ze kent het eiland als geen ander. Voor ons is ze een enorme steun: een dierbare vriendin, een geweldige tolk en iemand die altijd klaarstaat – ook als wij weer in Nederland zijn. En niet onbelangrijk: ze gaat graag met ons op pad.
Kampong Kajasbo – Hydrocultuur
Onze eerste stop is kampong Sundey. Bij de school staat een hydrocultuurinstallatie die wij eerder hebben geplaatst. Het schoolhoofd, Serli, beheert deze.
Serli vertelt ons dat één van haar leraren inmiddels is aangesteld als schoolhoofd in kampong Kajasbo. Hij zou daar ook graag een hydrocultuurinstallatie willen plaatsen — net als in Sundey — als educatief project voor de kinderen. Hoe mooi is het dat leerlingen hun eigen groenten leren verbouwen én deze vervolgens zelf kunnen eten?
In Kajasbo treffen we een nette school aan. Op het eerste gezicht ziet ook het sanitair er goed uit. Dat is altijd het eerste waar we naar kijken bij een schoolbezoek.
Maar schijn bedriegt. De watertank blijkt omgevallen en kapot te zijn. Hierdoor kunnen de toiletten niet meer worden doorgespoeld.
Ter plekke maken we een plan:
·De kampongbewoners gaan het toiletgebouw schoonmaken en schilderen.
·Wij zorgen voor de benodigde materialen om een nieuw waterreservoir te plaatsen.
·De oude tank stond op een houten stellage van één meter hoog. Deze is doorgezakt, waardoor de tank is geknapt. Dit keer maken we een verhoging van koraal en cement. De bewoners gaan deze zelf bouwen.
·Daarop plaatsen we een watertank van 2200 liter, zodat zowel het toiletgebouw als de toekomstige hydrocultuur van water wordt voorzien.
Voor de hydrocultuur bekijken we het schoolterrein.
Naast de woning van het schoolhoofd ligt een mooie vlakke ruimte — ideaal voor de installatie. Vanuit de woning kan de stroom worden aangelegd.
Een timmerman uit Kajasbo gaat eerst in Sundey kijken hoe de constructie daar is opgebouwd. Aan de hand van zijn bevindingen bestellen wij, in overleg met hem, de materialen die vervolgens naar Kajasbo worden gebracht.
Wordt vervolgd dus.
Kampong Mandon – Geen waterprobleem, maar een elektriciteitsprobleem
Daarna rijden we door naar kampong Mandon. We hadden gehoord dat hier geen water (meer?) was, maar wat er precies speelde was onduidelijk.
Bij aankomst worden we aangesproken door de kepala kampong (dorpshoofd). Hij vertelt dat er wel watertappunten zijn, maar dat er geen water uitkomt. Hij wijst ons een bron aan waar eventueel water opgepompt zou kunnen worden.
Dat vonden we vreemd. We vragen naar de oorspronkelijke bron waarop de tappunten zijn aangesloten.
Daar treffen we een indrukwekkend systeem aan:
·Een watertoren van acht meter hoog
·Twee reservoirs van 1000 liter
·Een onderwaterpomp in een bron in een grot
Onze eerste gedachte: misschien is de pomp kapot of vastgelopen in het slib.
Maar dan horen we naast de toren de elektriciteitsmeter piepen. Hier werkt stroom prepaid: is het tegoed op, dan stopt alles. Serli zet wat tegoed op de meter en we starten het systeem opnieuw op. De pomp begint te draaien. De reservoirs vullen zich.
En in de kampong begint het water weer te stromen.
Er is hier dus geen waterprobleem — maar een elektriciteits- en betaalprobleem. De installatie is prachtig en kostbaar. Onze hulp is hier niet nodig. Hoe de bewoners onderling de elektriciteitsrekening regelen, is iets waar wij ons niet in mengen. Wel hebben we gezegd dat het zonde is om zo’n mooie installatie ongebruikt te laten.
Wie dit systeem ooit heeft aangelegd, weten wij overigens niet.
Lapan – De moeders van Wamena
Onze laatste stop is Lapan, een wijk van Biak-stad. Hier wonen de “moeders van Wamena”: een groep vrouwen afkomstig uit het binnenland van West-Papua. In Wamena hebben zij geleerd groenten te verbouwen. Dat proberen ze hier op Biak ook, al is dat niet eenvoudig.
Biak bestaat grotendeels uit koraalgrond — niet bepaald ideale landbouwgrond. Toch slagen deze vrouwen erin gewassen te verbouwen. Wij hebben hen de afgelopen jaren voorzien van zaden, waarmee zij groenten kweken en verkopen op de pasar.
Omdat we niet precies wisten hoe zij wonen, en Serli had geopperd dat een hydrocultuur hier misschien een goed idee zou zijn, zijn we gaan kijken.
Serli brengt ons naar het huis van de vrouw aan wie zij namens ons de zaden overhandigt. Daar zou eventueel een hydrocultuur kunnen komen.
Maar bij aankomst blijkt dat de moeders verspreid wonen. En wij plaatsen geen hydrocultuur bij particulieren — alleen wanneer het een gemeenschap dient.
Dat plan laten we dus direct los.
Wat ons echter diep raakt, is de krotwoning waarin deze vrouw met haar man en vijf kinderen woont. Er wordt nog gekookt op hout, binnen in de kleine woning. We zijn inmiddels wel wat gewend hier, maar zo kort na aankomst uit Nederland is het toch weer even schakelen.
Geen hydrocultuur hier.
Maar we gaan wél helpen om dit huis op te knappen.
Jantinus en Mark
Wil je ook bijdragen dat kan! Gebruik daarvoor de donatie link. Je kan zelf een bedrag invullen.
24 februari 2026 Barra de Tortuguero – Puerto Viejo De Sarapiqui
7:00 ontbijt. Claudia had gevraagd of de groep 5 minuten wilde meehelpen plastic te ruimen op het strand voor het hotel, om iets bij te dragen aan het behoud van de natuur. Iedereen hielp mee en in 5 minuten was een grote vuilniszak gevuld met afval. Om 8:30 gingen we met de boot terug naar de haven en kwamen we in de stromende regen een uur later aan bij de haven. Vandaag regent het soms zelfs op regenwoud niveau, terwijl dit wel de minder natte periode aan de Caribische kust is. Bij het restaurant konden we schuilen en iets drinken zodat de koffer slepers de koffers allemaal in bus konden laden.De bus werd naar de achteringang van het restaurant verplaatst zodat we enigszins droog in konden stappen. Rond 11:00 kwamen we aan bij een biologische boer: Bewak. Na de laatste plaag (kever wiens eitjes, na uitkomen de boom leegvreet en dood) met de kokosbomen had deze boer het roer volledig omgegooid. Hij was van mono cultuur afgestapt en had nu diverse soorten. Er staan grote kokosbomen: voor de olie uit de kokosnoot, lage kokosbomen voor het sap en de kokos. Iedere maand groeit er een nieuwe tros aan de boom. Ze hebben met het onderzoekscentrum Catie bij Turrialba (waar we gewandeld hebben) overlegd welke soorten beter bestand zijn. Naast kokosbomen, ook cacao, kruiden, groenten, aardappelen, diverse vruchten. Op 4 hectare grond hadden ze zelfs nog een gedeelte terug aan de natuur gegeven. In een paar jaar tijd stond er een volledig bos op. We kregen uitleg over de verschillende gewassen door de dochter van de boer. We hebben er ook heerlijk geluncht met producten uit hun eigen tuin zoals kleine, smaakvolle bananen, spinaziesoep. Ook kokosnoten sap geproefd en suikerwater dat uit het suikerriet gemangeld werd. Op de voedertafel vlogen vogels af en aan. Buiten hun terrein zien we de monocultuur weer: eindeloze bananenplantages en ananasvelden waar Chiquita en Dole met gif werken en waar de medewerkers en aanwonende bevolking ziek van worden. Daarna zijn we doorgereden naar de eindbestemming, een mooi hotel met zwembad. Alleen moeten we oppassen met de gangen onder de loopbruggen van het hotel, zeker na zonsondergang kunnen er zich (dodelijke) lanspuntslangen bevinden. Vlak bij het hotel hangt een luiaard in de boom.
Vandaag ga ik lekker op het brommertje rondrijden. Eerst even rustig koffie met Henrich als hij wakker wordt. Ik ga op pad met twee missies: Ik wil een telefoonhouder op de brommer en ik wil een nieuwe batterij in mijn telefoon. De oude houdt het geen dag meer uit, hooguit een halve. Ik heb inmiddels mijn Nederlandse sim uitgeschakeld, ik ben in Thailand te bereiken via 66653430107. Dat duurt tot en met 4 maart, wanneer ik via Hongkong weer naar Amsterdam vlieg. Eerst maar eens kijken naar een telefoonhouder, ik zoek een motorbike repair shop. Die heeft zo'n ding en voor 4 euro ben ik (en de toekomstige gebruikers) voorzien van een handige telefoonhouder op de brommer, inclusief montage. Dat navigeert een stuk makkelijker! Op naar de volgende missie, een nieuwe accu voor de telefoon. Deze worden tegenwoordig zo gemaakt dat de accu niet makkelijk kan worden vervangen, ze zijn dichtgelijmd. Op aanraden van Henrich ga ik eerst naar het Samsung Service Center. Daar wordt mijn telefoon aan een computer uitgebreid gecontroleerd. Ik krijg een prijsopgave van 3400 TB, zo'n 85 euro en een duur van 3-4 uur.. Ik rijd vervolgens naar een telephone repair shop. Dat blijkt een hele verdieping te zijn van een winkelcomplex waar wel 10 reparatiebedrijfjes zitten en nog veel meer kraampjes met telefoons, gebruikte telefoons, hoesjes, selfiesticks en horloges. Ze hebben daar ook dezelfde telefoonhouders voor 3x de prijs die ik net betaalde. Ik laat mijn telefoon achter bij een van de tentjes, ze gaan de batterij vervangen voor 800 TB, zo'n 20 euro, binnen een half uur. Ik hobbel naar binnen bij Starbucks en bestel een lekkere bak koffie en een heerlijke tosti. Het is inmiddels 1500 en ik had nog niet ontbeten. Het smaakt me prima! Even later is mijn telefoon klaar en ik rijd via via naar huis. De slagboom wordt geopend door een saluerende bewaker. Henrich is op de parkeerplaats aan het frutten aan zijn Jaguar XJ350. Er is altijd wat mee en hij rommelt er graag aan. Wat ze zeggen: It is cheap to buy a Jaguar, it is very expensive to own a Jaguar. Hij laat onderdelen van over de hele wereld komen. In de flat wordt de lift voor mij gehaald door een tweede saluerende bewaker. Ik ga wat sociale zaken doen en een tijd later merk ik dat Henrich kennelijk een dutje heeft gedaan en nu weer wakker is. Het is tijd voor de rituele gin-tonics op het balkon, daarna neem ik hem mee uit eten. Eerst gaat nog even mijn wasgoed in de machine, scheelt weer gesjouw later. We eten heerlijk in een restaurantje dat hij kent. De totale rekening voor twee personen? 30 euro, voor spring rolls, heerlijk rundvlees, grote garnalen en twee bier. Je zou er aan kunnen wennen ... Weer thuis hang ik de was op en ga ik online een hotel zoeken. Dat is nodig omdat Henrich morgen naar Hua Hin moet, dat had hij al afgesproken. Ik vind en boek een hotel voor tenminste de komende twee nachten, daarna zien we wel weer verder. Als ik hem dat wil vertellen blijkt hij al naar bed te zijn gegaan, het is dan 2145. Ik had het voornemen om nog even de stad in te gaan, maar misschien is dat morgen handiger, als ik mijn eigen plekje heb. Dan val ik niemand lastig met laat thuiskomen en zo. Ik heb vandaag geen foto's gemaakt, wie weet komt dat morgen weer goed. Tot dan!
Zaterdag 21 februari – Water zoeken, water zorgen en waterproblemen oplossen
Vandaag gaat de wekker vroeg. Het wordt een volle dag.
We halen eerst Charles op. Voor wie hem nog kent uit eerdere verhalen: Charles is een oud-collega van Jantinus bij het waterbedrijf op Biak. Sinds een paar maanden is hij zelfs directeur. Fijn om zo’n betrokken man aan boord te hebben bij onze waterprojecten.
Daarna rijden we door naar Winsy. Hij is de man die vorig jaar voor ons een bron heeft geboord in Nermnu. Ook dit jaar willen we weer kijken of we een kampong van schoon water kunnen voorzien.
Kampong Warsansan – een mogelijke nieuwe bron
Charles heeft alvast wat voorwerk gedaan en stelt kampong Warsansan voor. We stoppen bij de kerk. Onze voorkeur gaat altijd uit naar een project bij een kerk of school – simpelweg omdat daar elektriciteit aanwezig is. En stroom is onmisbaar als je water omhoog wilt pompen.
Winsy haalt – net als vorig jaar – zijn ‘geavanceerde’ wiggelroede tevoorschijn om water te zoeken. Mijn nuchtere westerse brein vindt daar eerlijk gezegd nog steeds wat van. In mijn beleving zit er diep in het koraal overal water, je moet het alleen weten aan te boren.
Maar: we hebben een no cure, no pay-afspraak, dus we laten hem rustig zijn gang gaan.
Hij vindt een plek bij de kerk waar volgens hem water zit, op ongeveer 110 meter diepte.
Het probleem? Dat boren is duur. Heel duur.
·Kosten boren: ongeveer 1,5 miljoen roepia per meter
·Totale offerte: ruim 200 miljoen roepia
·Omgerekend: ongeveer €10.000
Dat is simpelweg te veel voor ons budget dit jaar.
Ons beschikbare budget voor een nieuwe boring ligt rond de 145–150 miljoen roepia (€7.500), mede dankzij een mooie bijdrage van Stichting Water is our World. Zij hebben ons de afgelopen jaren vaker geholpen bij grotere waterprojecten op Biak en daar zijn we ontzettend dankbaar voor.
Voor Warsansan gaan we dus alternatieven onderzoeken. Er ligt een rivier op ongeveer een kilometer afstand. Misschien kunnen we daar water vandaan halen. Alleen: daar is geen stroom. Dus denken we voorzichtig aan zonne-energie. Dat is hier nog vrij nieuw, dus we gaan uitzoeken of dit technisch én financieel haalbaar is.
Ondertussen zoeken we verder naar een kampong waar we minder diep hoeven te boren.
Kampong Wari – terug naar een project uit 2024
Daarna rijden we door naar kampong Wari, waar we in 2024 de hele kampong weer van water hebben voorzien. De kampong wordt gesplitst door de Wari-rivier.
Bij aankomst zien we dat bewoners zelf een tyleenleiding door de weg hebben gefreesd. Mooi initiatief!Maar de leiding steekt op sommige plekken boven de weg uit. Dat is vragen om problemen. We spreken af dat de leiding dieper wordt ingegraven en wordt afgedekt met beton. Zo voorkomen we ongelukken én leidingbreuken.
Want elke lekkage betekent minder waterdruk verderop in het systeem.
En precies dat blijkt nu het probleem. Aan de kant van de kampong waar de school staat, is momenteel geen waterdruk. We vinden geen grote lekken in het dorp zelf. Bewoners vertellen dat de leiding van de bron, hoog in de heuvels, waarschijnlijk kapot is of onvoldoende water naar het reservoir brengt.
Die bron ligt diep in het oerwoud. Dat is geen klein wandelingetje. We vragen bewoners om erheen te gaan en foto’s en video’s te maken. Aan de hand daarvan beslissen we of we de leidingen moeten vervangen.
Kortom: ook in Wari zijn we voorlopig nog niet klaar.
Amyamdam – een trots project met nieuwe uitdagingen
Dan rijden we door naar Amyamdam.
Hier hebben we vorig jaar eindelijk water in de kampong gekregen. Met een onderwaterpomp in de rivier pompen we water zo’n 50 à 60 meter omhoog naar een watertoren. Bovenop staat een reservoir van 2200 liter dat zorgt voor waterdruk in de leidingen naar verschillende tappunten in het dorp.
Toen wij vorig jaar vertrokken, werkte alles perfect. Echt een project om trots op te zijn.
Maar in januari kregen we berichten: er waren problemen.
De pvc-buis waarin de pomp hing, bleek door de kinderen als glijbaan te worden gebruikt… en is geknapt. Gelukkig zijn de inwoners van Amyamdam echte aanpakkers. Met hulp van Charles is de pvc-buis vervangen door een dikke tyleenbuis. Die kan wel tegen een stootje.
Toch kregen ze de pomp niet meer aan de praat.
We controleren alles:
·Er is stroom bij de meter.
·Er is stroom bij de rivier.
·De hoofdschakelaar blijkt niet meer goed te werken (die staat continu onder spanning – niet veilig).
·In de regelunit meten we ook stroom.
·Vermoeden: kapotte condensator.
We zetten de schakelaar en condensator op het boodschappenlijstje en spreken af de volgende dag terug te komen.
Zondag – kerk, administratie en sleutelen
Zondagochtend is hier heilig. De meeste mensen op Biak gaan naar de kerk. Daarna gaat het leven gewoon weer door. Wij gebruiken de ochtend voor verslagen en administratie.
Om 14.00 uur rijden we met Charles en Winsy terug naar Amyamdam (45 minuten rijden). We schakelen de stroom uit, vervangen de schakelaar en de condensator.
Maar… nog steeds geen draaiende pomp.
Dan halen we de pomp uit het water en nemen hem mee naar de stad om te testen. Die testen zijn inmiddels gedaan en de conclusie: de pomp én de besturingsunit werken gewoon.
Dan blijft er nog maar één verdachte over: de kabel van de kampong naar de rivier. Die is ongeveer 300 meter lang.
We zagen al dat de kabel op meerdere plekken met tape gerepareerd was. Grote kans op lekstroom door slechte verbindingen. Dat zou verklaren waarom alles stroom lijkt te hebben, maar de pomp toch niet start.
We besluiten de volledige kabel te vervangen. Komende week zoeken we een geschikte kabel, 300 meter is niet niks en volgend weekend gaan we met pomp en nieuwe kabel terug naar Amyamdam.
Wordt vervolgd…
Stichting Hati Bersatu
Onze projecten hebben we ondergebracht in Stichting Hati Bersatu.
Als je wilt bijdragen aan onze projecten, kun je een bijdrage doen via rekening:
Vanochtend om 6:00 in de boot, twee uur lang door het park gevaren. Heel veel vogels en kaaimannen en een paar leguanen en salamanders gezien. Bij vertrek zagen we vlakbij een grote kaaiman liggen. Het weer is goed en de weerspiegeling in het water van de natuur is prachtig. Later op de dag is het verdwenen na de regenbuien.
Om 8:00 terug voor het ontbijt. Regen. Om 9:00 met de boot naar het park om de “berg” van 119 meter hoog te beklimmen. Heel veel mini kikkers gezien, vooral de rode variant: aardbeigifkikker. Sommige maar 1-2 cm groot. Bovenop de berg hadden we een prachtig uitzicht over het park en de oceaan. We zagen ook een grote leguaan op een boomtak liggen. Weer beneden liepen we via een voetpad parallel aan het kanaal naar een lieflijk dorp met vriendelijke mensen. De bakkersvrouw bedankte dat we hier heen gekomen zijn en zo meehelpen om hun gebied te steunen. Veel kleurrijke huizen. De boot ligt te wachten. Om 12:00 waren we terug en om 13:00 de lunch.
Om 14:00 gingen we met de boot naar een klein dorpje. Onderweg zagen we een otter. In het dorpje wat rondgelopen, slinger apen gezien en de nodige vogels. Een cappuccino op een overdekt terrasje met uitzicht op het kanaal gedronken, samen met Claudia en Nuning. Gewacht tot de regenbui over was en verder het dorp rondgelopen. Met de boot waren we iets na 17:00 terug bij de lodge.
We hebben er lang naar uitgekeken, eerdere reizen kwam er niet van maar nu gaat het dan toch gebeuren een bezoek aan het veel geprezen Ronda. Toch begint het met een teleurstelling. De beroemde Caminito del Rey, het gaat om een pad met een rijke historie, blijkt niet mogelijk. Het werd aangelegd door arbeiders met slechts handgereedschap naar een stuwmeer. Na een aantal jaren werd het niet meer gebruikt en raakte in verval. Waaghalzen liepen met pad af en toe illegaal maar daar stak de overheid een stokje voor. Een jaar of 10 geleden werd het toch weer nieuw leven ingeblazen omdat het zo mooi is gelegen. Tegenwoordig is het een topattractie waar je alleen door te bespreken een tijdslot kunt kopen. Maar het kon niet doorgaan. De hele nacht en morgen heeft het hard gewaaid en geregend. Het is niet verantwoord deze mooie trail te lopen, zeker omdat er op het laatst een hangbrug overgestoken moet worden. Heel erg jammer natuurlijk maar ja gewoon farce majeur!
De volgende dag is het weer opgeknapt maar het is koud met een harde wind. Met zo’n 1,5 km wandelen vanaf de camping ben je via de Puerta Almocábar, een fraaie poort in de stadsmuur, in Ronda. We volgen eerst de buitenzijde van de stadsmuur. Aan de rechterkant kijk je op landerijen met daarachter de heuvels en andere kant de muur maar ook poorten en bruggen die daarin zitten. De rivier de Galdalevin snijdt met een 100 m diepe kloof Ronda in 2 delen, dat levert mooie plaatjes op. Zowel de Puente Nuevo als de Puente Viejo of te wel de nieuw en de oude brug zijn voorbeelden daarvan. Over eerstgenoemde werd maar liefst 42 jaar gebouwd medio 18e eeuw. Een andere attractie is de arena, waar nog af en toe nog stierengevechten worden gehouden maar veel minder dan voorheen. Het is een van de oudste van Spanje en is een ontwerp van dezelfde architect als de Puente Nuevo. Wij lopen er even binnen en zien dat dit de moeite waard is. Heel Ronda ademt historie. In allerlei namen klinkt nog steeds de voormalige Moorse aanwezigheid door. De toeristen komen verder flink aan hun trekken ook als je van winkelen en eten houdt!
Weer een dag verder reizen we naar El Puerto de la Maria. We moeten wat omrijden omdat een weg is geblokkeerd a.g.v. het eerdere slechte weer waardoor we uiteindelijk op een dag afstand van 315 km komen. We zien heel veel olijfgaarden die deels onder water staan. Je vraag je af: komt dat weer goed met een plant die zo goed tegen de droogte kan? We passeren vandaag ook op afstand de straat van Gibraltar, dat betekent dus dat we van de Middellandse Zee overgaan naar de Atlantische kust. Dat neemt niet weg dat het klimaat Mediterraan blijft. Het stadje Osuna staat groen ingekaderd op de ANWB kaart. Het valt niet echt mee maar we krijgen nog wel van de lokale carnavalsoptocht mee, toch leuk.
Een uur voordat we op de camping arriveren en rijdend over de slechte A394 lijk ik ineens een hersenschim te zien. Maar nee, het is echt, het is een heel bijzondere kerk in Palmar de Troya. De kerk staat achter een muur, we kunnen deze dus niet helemaal zien, maar heeft 8 grote en 7 kleine torens.
Onderzoek via de website https://www.palmarianchurch.org/ leert dat het in feite om een eigen stroming in de kerk gaat, ontstaan in 60 en 70 er jaren van de vorige eeuw n.a.v. een verschijning van Maria aan kinderen. De benoemde paus Sint Gregorius XVII is nooit erkend in de Rooms Katholieke kerk. Het gaat dus in feite om een scheuring uit die tijd. Het is bijzonder verhaal maar het is wel een prachtig (bijna overdreven mooi) gebouw.
In Cadìz, aan de overkant van El Puerto bereikt via een ferry, is het carnaval in volle gang. Veel mensen lopen verkleed en geschminkt over straat. Een stuk verder ontdekken we in de nauwe straatjes vele praalwagens. Deze zien er echter heel anders uit als bij ons. Er staan namelijk mensen in carnavalskledij op die geregeld satirische liedjes zingen met een politieke inslag die met veel passie worden gebracht. De wagens rijden niet, het is de bedoeling jij als bezoeker langs de wagens loopt, tenminste zover dat mogelijk is want het is heel druk. Het is alles bij elkaar een prachtig volksfeest. Dit alles gebeurt bij heel mooi weer zonder noemenswaardige wind. Dat is na al die stormen echt een verademing!
Weer 24 u verder hebben we een dagvullend excursieprogramma. Caroline is onze gids. We gaan naar Jerez de la Frontera (JF). JF is de hoofdstad van sherry. Er zijn hier dan ook talloze bodega’s.
We stappen uit bij de Alcazar om dit bezoeken. Een alcazar is een paleizencomplex met patio, tuinen, Arabisch badhuis en uit strategische overwegingen uitkijktorens. Deze dateert van na de moslimtijd en is dus relatief jong in tegenstelling tot bijvoorbeeld Sevilla. Het is best aardig om te zien, maar wij zijn wat dat betreft verwend. Caroline vertelt ook over de rol van de Cabollos (paarden). Er is hier een groot complex waar voorstellingen worden gegeven door de Spaanse rijschool. Wij bezochten een voorstelling in 2023 maar zijn toen voorbijgegaan aan wat de stad nog meer te bieden heeft. Wel dat is o.m. een mooi centrum met Mercado en winkelstraatjes, klassieke gebouwen, e.d. Het is echt Spaans en fijn toeven hier. Ook de lunch gebruiken we in dit stadje en ja met zo’n harmonieuze groep blijft het een gezellig en sociaal gebeuren. Maar zul je je afvragen: en die sherry dan? We rijden terug naar El Puerto, onze verblijfplaats, naar de bodega van Gutiérrez de Colosia, ook een familiebedrijf (van origine sinds 1838). De dame vertelt ons alles over het hele proces wat bij de productie van sherry komt kijken. Het gaat om vaten van wel 600 l die in 3 lagen worden neergelegd. De oudste ligt onderop, regelmatig vindt vermenging met andere lagen plaats die zo het proces verder brengen. Vooral de houdbaarheid van sherry is verbazingwekkend hoog tot wel > 100 jaar. Uiteindelijk komt natuurlijk de onvermijdelijke proeverij en het eventueel kopen van een fles. Er staan maar liefst 6 soorten voor eenieder klaar in de volgorde van heel droog naar zoet. Sommige mensen drinken echt alles op maar de meesten zijn minder geïnteresseerd als het om drinken gaat. Als geheelonthouder krijg ik een flesje sinas. Sherry was bij ons in de 70er jaren redelijk populair. Daarna is het behoorlijk ingezakt. In feite geldt dat in Spanje in mindere mate ook. Maar men doet er nu hier alles aan om de populariteit weer te verhogen vooral door een relatie met de maaltijd aan te gaan. Wij kijken terug op een goed bestede dag met een goede maar wel erg spraakzame gids die ook nog veel om zichzelf moet lachen.
Weer een dag later maak ik met 2 reisgenoten een fietstochtje dat uit de koker komt van Komoot. Het wordt geen succes. Ook hier lopen we tegen wegen aan die onder water staan. In plaats van een rondje moeten we dezelfde weg weer terug.
Volgende keer nemen we je mee naar El Rocio, ook een heel bijzonder stadje.
Vandaag is er niet veel te beleven, behalve dat om 0600 de wekker gaat, da's wel wat vroeg. Het laatste beetje gaat in de bagage, ik laat een fooi achter voor het vrolijke kamermeisje. De heleboel de lift in en gestald bij de receptie. Eerst maar even ontbijten, dat kan vanaf 0630, maar eerder ook wel, zoals blijkt. Hierna mag ik nog even de was afrekenen en zit ik geduldig te wachten op de chauffeur. Even voor 0700 is hij er. De deurknul sjouwt de zware tas de trap af en de reis van vandaag kan beginnen. Ik heb gisteren op advies van Henrich online al een e-registration gedaan, een soort visumaanvraag. Per auto naar het vliegveld. Ik check beide tassen in, samen 24,5 kilo. Sja, moet ik maar niet van die zware dingen kopen! Ik krijg hier ook mijn boardingpass uitgereikt. Ik loop langs een openstaand kantoortje waar ik zowaar mijn grote tas op een tafel zie staan. Hij is niet door de security controle gekomen. Ik gebaar door de open deur dat het mijn tas is en mag door een andere deur naar binnen. De scanner is aangeslagen op een AK47 patroonhuls die zeker niet mee mag. Jammer, maar die gaat in de vuilnisbak, waar overigens nog veel meer hulzen liggen. Ook mijn oude powerbank, die ik alleen nog heb bewaard om wellicht te repareren, mag eruit naar de handbagage. Ik had dat ding helemaal vergeten! Nu wordt de tas goedgekeurd en ga ik een bak koffie drinken. Door de pascontrole gaat redelijk vlot en al snel zit ik in de vliegmachine. Die stijgt met een kwartiertje vertraging op. Rond 1200 landen we in Bangkok. Via veel rolbanden en zo naar de controles. Eerst sta ik in een slingerdeslang rij van een paar honderd mensen voor controle van pas en boardingpas, daarna is een nog veel langere rij voor de douane. Dat geheel duurt zo'n anderhalf uur. Bij "Immigration" wordt niet alleen je paspoort gecheckt tegen de ingevulde e-registration, je moet ook vingerafdrukken van je rechterhand achterlaten en je foto wordt gemaakt. Daarna is het tijd om de bagage te zoeken. Die moet binnenkomen via band 7, dat blijkt dan weer bijna aan de andere kant van het gebouw te zijn. Doordat alles zo lang duurde heeft men de band al leeggehaald, de overgebleven stukken bagage staan ernaast, mijn tassen ook. Ik ben weer compleet! Ik laat in die hal ook gelijk een 14-dagen Thailand sim in mijn telefoon zetten, ik wissel in een automaat ook nog eens honderd euro om. Een info-jongedame wijst mij hoe ik bij de Grab parkeerplaats moet komen. Ik bestel via de app een Grab. De afstand is ongeveer 120 km en er zit een tolweg in. Voor dit gekoelde privé transport van deur tot deur mag ik straks wel zo'n 50 euro afrekenen, kom daar thuis maar eens om. De chauffeur, een derde-generatie Chinees, spreekt aardig Engels. We kletsen wat, ook over de overheid in Thailand. Hij schat dat 80% van de bevolking niet blij is met de huidige koning, maar dat niemand dat buitenshuis durft te zeggen. Een influencer die dat wel deed is onlangs veroordeeld tot 32 jaar gevangenisstraf. De bewaker sjouwt de zware tas naar de lift en gaat mee naar boven. Op de 15e verdieping belt hij aan bij Henrich, een oude Deense vriend die even onderdak voor me heeft. We kletsen bij onder het genot van een biertje, ook over de gemeenschappelijke vriendin door wie ik hem heb ontmoet. Rond 1800 drinkt hij altijd 1 (eigenlijk 2) gin-tonic op het balkon met uitzicht over zee. Hierna eten we heerlijk in het hotel naast zijn flat. Wat verder gebabbeld en ri=on 2200 gaat hij naar bed. Ik douche en schrijf mijn verhaaltje.
Al weken tel ik de dagen af tot mijn vertrek op 24 februari. Wat mij zo gretig maakt om opnieuw die best lange zware reis te maken kan ik moeilijk uitleggen. Alleen verstokte reizigers voelen wat ik bedoel. En dan heb ik het niet over een kant-en-klare luxe compleet verzorgde vakantiereis, maar het soort waarbij je zo ongeveer alles zelf organiseert en uitzoekt, liefst tegen zo min mogelijk kosten. Low-budget, inclusief bijbehorende ontberingen, maar met de hoop dat het meevalt. Ik heb een aantal voordelen opgebouwd. Ik weet redelijk goed hoe het allemaal werkt onderweg, in Nepal met name, maar omdat de reis via India altijd een stuk goedkoper is kan ik daar niet omheen. En daar liggen de valkuilen, want ooit meende ik – op basis van eerdere ervaringen – zonder transitvisum de luchthaven van Delhi te kunnen passeren, met alle gevolgen van dien. Daarbij heb ik op mijn bestemming vele bekenden die mij graag terzijde staan, dus ik hoef het niet allemaal meer zelf uit te zoeken.
Voor de sociale projecten in Bardia heb ik de nodige spel- en schildermaterialen ingeslagen en verdeeld over mijn drie stuks bagage. Daarin biedt Kapla prachtig educatief materiaal. Wie kent ze niet, de kabouterplankjes waarmee je de meest prachtige bouwwerken kunt creëren. De Nederlandse uitvinder Tom van der Bruggen overleed recent, is met Kapla wereldberoemd en rijk geworden. Eerder nam ik al een flinke hoeveelheid mee voor de schoolkinderen, nu gaan maar liefst 560 stuks mee in mijn bagage met bestemming weeshuis. Verder heb ik uitgezocht wat er in Nepal zelf gekocht kan worden aan boeken, muziekinstrumenten en sportmaterialen. Eigenlijk ken ik alle leuke verkoopplekken al voor deze spullen, die van daaruit rechtstreeks naar Bardia verzonden kunnen worden, zodat wij er niet mee hoeven te sjouwen. Voor mijn recente verjaardag heb ik een mooi geldbedrag ingezameld, donaties in plaats van cadeaus. Van geven is nog nooit iemand armer geworden, een uitspraak die ik koester. Mijn Amsterdamse vriend Cornel heeft hetzelfde concept gebruikt voor zijn verjaardag en samen kunnen we vanaf woensdagavond gaan overleggen hoe we de dingen gaan aanpakken. Cornel is al onderweg en arriveert morgenochtend in Kathmandu, ik vertrek morgenmiddag met de Flixbus naar Schiphol, in de avond heb ik een rechtstreekse vlucht naar Delhi, waar ik woensdagochtend arriveer. Daar moet ik nog vier uur overbruggen voor de laatste etappe naar Kathmandu. Die avond gaan Cornel en ik even goed de bloemetjes buiten zetten.
De volgende dag dus op pad voor de resterende materialen, ’s middags ieder een lange massage bij Seeing Hands. Ik bij mijn vaste blinde masseuse Bhima, Cornel bij een blinde man. Daaropvolgend zijn traditiegetrouw een aantal bekenden uit Bardia, nu studerend in Kathmandu, uitgenodigd voor een gezamenlijke maaltijd in een sfeervol restaurant. Ook Bhima en zoontje Souvenir zijn dan van de partij. Een korte ontmoeting, want de volgende dag vliegen we al door naar Pokhara, waar het echte uitrusten kan beginnen. Dat is althans het idee, want in Pokhara kun je goed terecht voor vele activiteiten. We zien het wel en laten ons meedrijven met de stroom. Drie overnachtingen aan het meer, twee in de bergen en dan een volgende vlucht met bestemming Bardia. Tot zover de eerste planning.
Het was de bedoeling dat ik de afgelopen maanden mijn conditie sterk zou opkrikken, maar een gemeen virus gooide roet in het eten en heeft met ups en downs twee maanden huisgehouden in mijn lijf. Enorme hoestbuien, vooral ’s nachts. Niets hielp, alleen de tijd bood uiteindelijk voor negentig procent genezing. Net op tijd om enigszins aangesterkt op reis te gaan. Mijn huisarts weet van mijn jaarlijkse reizen en ondersteunt dit waar nodig als het om mijn gezondheid gaat. Dus die topconditie is er niet gekomen, maar dan treedt plan B in werking ‘neem het zoals het komt’, op z’n Nepalees dus. De ontmoeting met Mina gaat zeker door, vanaf ongeveer 12 maart ontmoeten we elkaar in Pokhara, dus reis ik weer terug. Cornel is dan al naar huis. Mina vroeg voorzichtig of ik haar ouders zou willen begeleiden vanuit Bardia naar Pokhara. Hun diepste wens, een bezoek brengen aan het magische Mustanggebied, kan eindelijk in vervulling gaan. Nooit gedacht dat dit mogelijk zou zijn, maar door de ondersteuning vanuit Nederland komt er nu steeds meer geld binnenrollen en gaan er deuren open die altijd gesloten leken. Natuurlijk wil ik vader en moeder Mahatara graag meenemen, mogelijk per bus, anders per vliegtuig. En dan reizen we samen per jeep met chauffeur in een halve dag naar Mustang voor een aantal wandeldagen.
Tot slot nog iets leuks. Regelmatig werk ik in Maastricht als surveillant aan de universiteit. Een collega, Dirk van Beek, hoorde over mijn Nepalreizen en vertelde enthousiast over zijn dochter Cassandra die in maart de Manaslutrekking gepland heeft. Haar eerste reis naar Nepal en dan meteen voor een stevige trek van drie weken. Dirk vroeg of zij contact met mij mocht opnemen. Uiteraard, altijd fijn om informatie door te geven. En zo hebben wij een aantal keren contact gehad, maar nog geen ontmoeting. Cassandra heeft na de Manaslu nog een weekje vrij in te vullen in Nepal en zo zouden we elkaar kunnen ontmoeten. Ik vroeg haar naar Bardia te komen, voor een andere Nepal-ervaring. Mensen ontmoeten, mijn projectjes, een safari. Zojuist kreeg ik bericht dat ze gaat komen, dus Sonja gaat het voor haar regelen. En zo breidt mijn Nepalkringetje zich langzaam uit met mensen die hopelijk net zo enthousiast worden als ikzelf.
Tot zover mijn laatste dag thuis. De bagage is zo goed als klaar, morgen nog wat laatste dingetjes, alles goed checken en dan loslaten. Mijn volgende verhaal zal vanuit Nepal komen.
We waren afgelopen twee dagen aan de Caribische kust, vlak bij Panama en we gaan vandaag naar de Turtle Beach Lodge, iets meer naar het noorden tov Barra de Tortuguero. Iets verder dan de lodge, begint een groot natuurpark, wat doorloopt in Nicaragua. De eerste paar uur rijden we in de regen, maar hoe dichter we bij de eindbestemming komen, hoe lichter het wordt en als we na 4 uur rijden om 12 uur bij de haven de boot moeten nemen naar de lodge is het zonnig geworden. Vlak voor de haven zien we nog een luiaard in een boom naast de weg hangen aan twee poten. Het is een zgn twee tenen luiaard. Er zijn in dit gebied twee soorten, ook de drie teen variant komt hier voor. Aan de Pacific kant komt alleen de drie teen luiaard voor. De lodge is alleen maar via water te bereiken en we varen ongeveer een uur voordat we bij de lodge aan komen. Onderweg zien we een aantal leguanen en de rivier schildpad. Na de regen komen ze allemaal naar het zonlicht om op te warmen. Omdat het morgen een drukke dag wordt (vaartocht 6:00-8:00, ontbijt, 9:00-12:00 wandeling naar een lage vulkaan, 13:00 lunch en naar het dorp 14:00-17:00) doen we het vandaag rustig aan en blijven we na een wandeling over de resort bij het zwembad hangen. In de bomen bij onze kamer is een slingeraapje voedsel aan het zoeken. Het park is een beschermd natuurgebied en slechts 1% mag door toeristen bezocht worden. Er zijn geen wegen en in het dorp alleen fietsen en natuurlijk veel boten. De plaatselijke bevolking is opgeleid tot gids zodat ze de natuur blijven beschermen en inkomsten hebben. Ook zijn er veel mensen uit Nicaragua die in Costa Rica komen werken omdat hun thuisland er slecht aan toe is. Ze werken ook hier als schoonmakers.
Vandaag een uitstapje naar de Mekong Delta, ook weer verzorgd door Small Group Tours. Dat betekent dat je met 8-9 man in een busje zit en niet met 40 man achter een gids met een vlaggetje aanholt. Heel fijn! De Mekong is de op twee na langste rivier van de wereld en komt hier in Vietnam in zee uit. Er liggen een paar eilanden in de delta met elk weer hun eigen cultuur. Voordat de bruggen er waren was op de eilanden geen vers water en geen stroom. Dat is nu een stuk verbeterd. Na een rit van zo'n 2 uur met een korte sanitaire stop komen we bij het water. Hier stappen we op een boot die ons naar Unicorn Island brengt. Ook hier geloven ze soms in sprookjes ... Het eiland teelt goeddeels zijn eigen voedsel en vooral veel kokosnoten. De stekelige basketbal die ik in Hoi An beschreef wordt hier trouwens Water Coconut genoemd. Van kokosnoten worden hier bijvoorbeeld snoepjes gemaakt die door heel het land worden verkocht. Het is een heel proces met raspen en koken van het kokosvlees. De pasta die hier ontstaat wordt in plakken verwerkt. Daarna wordt er met smaakspecifieke zaken zoals pinda, honing een soort sushi gerold, De staaf wordt vervolgens in stukjes (snoepjes) gesneden en eventueel nog door sesamzaadjes gerold. We proeven een aantal soorten en ik koop een zak gemengd. Ik koop ook een zak gedroogde en gezoete kokosstrips. Van de bast van de kokosnoot worden matten gemaakt, maar dat wisten we natuurlijk al. De noot en de schil worden weer gebruikt als brandstof, er gaat niets verloren. Ook poprice zien we ontstaan. Dat is gepofte rijst die net als popcorn niet echt een smaak heeft. Pas met een beetje zout of suiker wordt het echt lekker. Er loopt ook een lief dametje rond die pisang goreng verkoopt. Da's natuurlijk een beetje vloeken in de kerk, we zijn hier in Vietnam. Gebakken banaan, érg lekker. De helden onder ons, dat zijn er twee, laten zich én een glaasje snake whisky inschenken én een python om de hals hangen. Het is geen grote, maar hij is heerlijk zacht. Met een peddelbootje (bananaboat) gaan we door een prachtig overgroeid kanaal naar een ander plekje. We krijgen hier de binnenkant van een bijenraat te zien. De beestjes zijn hard aan het werk. We krijgen kleine glaasjes thee met royal jelly (koninginnengelei). Het smaakt lekker fris. Uiteraard kunnen we ook potjes met gelei kopen. We gaan met de boot naar een ander plekje voor de lunch, het laatste stukje per tuktuk (Vietnamese Lambo). Een heerlijke lunch met o.a. een geroosterde vis en heel grote garnalen. Hierna lopen we een rondje langs een krokodillenvijver en een vijver vol hongerige catfish. Die laten zich maar al te graag voeren. We varen door die prachtige waterlaan weer naar onze grote boot die ons naar het vasteland brengt. Hier bezoeken we een prachtige tempel waar verschillende religies samen worden beleden. Oecumene ten top. Het gebouw is deels Frans, deels Cambodiaans, deels Hindu. Een mooie mix met veel te zien. De magere boeddha is History, de lekker dikke lachende boeddha is Future en de boeddha met lang haar (vaak in een knot) is Present Time. De reis naar Saigon begint, maar omdat het de laatste dag van TET holiday is, is het verkeer een chaos. We doen er ruim drie uur over om weer bij de hotels te worden afgezet. Petje af voor de chauffeur maar ook voor Loi, onze gids, die vrolijk en informatief van alles heeft verteld in heel aanvaardbaar Engels. Het wordt een rustige avond, ik word morgen on 0700 opgepikt voor een rotje vliegveld. Tot de volgende!
naar ik aanneem, bij menig lezer inmiddels de vraag op, waarom ik na al die weken nog steeds niet het belangrijkste voedsel uit Gambia op het menu heb gezet. Die vraag heb ik nu dus beantwoord met de titel van dit blog. Dit wil ik nog verder specificeren: het wordt een pittige hap en wel Benachin-rijst. Benachin rijst wordt gemaakt door vele kruidige ingrediënten, zout, natriumglutamaat ( Ve-tsin ), knoflook, pepertjes en tomatenketchup voor de kleur in een vijzel tot moes te stampen. Vervolgens wordt dit mengsel in hete olie gebakken en daaraan wordt de rijst, eventuele groenten zoals kool, zoete aardappel en wortelen toegevoegd. Daarna voldoende water erbij zodat alles onder staat en 20 minuten koken. Als alles gaar is afgieten en de inmiddels roodbruine rijst opdienen met boven op de groenten en vis of kip. Dan met het hele gezelschap rond 1 grote schotel en met de schoongewassen rechterhand (ook voor linkshandigen!) of, voor onwennige Toubabs, een lepel naar binnen schuiven: eet smakelijk.
Nu staan er meer dan 200 mailadressen op de lijst van dit blog, dus ik voel met voldoende verontschuldigd om niet iedereen uit te nodigen, maar om iedere belangstellende te adviseren om het in intieme kring eens te proberen. En anders is er een simpele oplossing: vlieg naar Gambia en bestel het op Paradise Beach. Je zit dan met de voeten in het nog warme strandzand bij zonsondergang te genieten. Je ondergaat de prachtige zonsondergang boven zee, je voelt je binnenste in vuur en vlam geraken door de pittige rijst en je verslavingscentrum ergens in je grijze massa krijgt zo’n boost dat je de volgende winter maar 1 (één) wens hebt. En we zullen graag de uitnodiging om mee te genieten aanvaarden.
Overigens is de grootste rijkdom van de gemiddelde Gambiaan het kopen, maar zeker ook krijgen, van een 50 kilozak met rijst. Het is vergelijkbaar met de ervaring van onze voorouders, die in het najaar in de kelder een mud béste kwaliteit eerappels met een paar grote zijden gerookt spek hadden. “Hier komen we de winter wel mee door!”
De intro van deze week is weer af en aan de intro herken je de muziek.
DE slang
De foto van de slang die vorige week van Ali verloor, heb ik door AI laten beoordelen: het is (was) een Olijfgras slang. Deze soort is voor mensen nauwelijks giftig, is erg snel en is daarom in staat om salamanders te vangen. Achteraf hadden we dit beest ook de gelegenheid kunnen bieden het hazenpad te kiezen en ons erf vrijwillig te verlaten. Toen Ali de slang naderde om hem dood te slaan, nadat hij al daarvoor een steen met een welgemikte worp tegen zijn kop had gegooid, sprak hij enkele prevelementen uit. Navraag leerde ons dat het toespreken van de slang met enkele Koranspreuken de slang ervan weerhoudt om aan te vallen. Doe je voordeel hiermee, mocht je ooit eens met een slang geconfronteerd worden.
Onbenullig
Voelde ik me afgelopen dagen op een nacht, omdat ik lag te luisteren naar waterdruppels, die met een tussenpoos van minuten uit een lekke koppeling bij onze wc in een opvangbakje vielen. Maar ik zal bij het begin beginnen. De vlotter in het waterreservoir van de wc in onze badkamer is al jaren een zorgenkindje. Soms blijft hij tijdens het vullen van de bak achter een uitsteeksel van het spoelsysteem hangen, zodat de vlotter niet kan komen bovendrijven (in het Engels heet een vlotter een floater) en dus de waterafvoer niet op tijd afsluit en dus water door de overloopopening op de tegels stroomt. Op andere momenten maakt de vlotter een diep kreunend geluid op het moment dat de wateraanvoer wordt afgesloten. Afgelopen week was het weer een waterballet en naar analogie van het vernielen van een zitkussen door Hunter gaf dit een duwtje om de vlotter te laten vervangen. Buurman Nyasi, de loodgieter, kwam de volgende ochtend om de reservevlotter te plaatsen: fluitje van een cent. Overigens is het even een weetje: een loodgieter, in het Engels een plumber, wordt hier niet naar de correcte uitspraak, waarbij de b-klank wordt weggelaten genoemd, maar de uitspraak hier is met een nadrukkelijke B. Mocht je dus vragen naar een “plummer”, dan word je niet begrepen. Om de vlotter te wisselen moesten 3 verbindingen van de watertoevoer losgemaakt worden en later weer vastgezet. En toen Nyasi weg was begon een verbinding te lekken: drup….drup. Hoewel ik geen uroloog ben geweest, ben ik inmiddels bijna een loodgieter, dus draaide ik de lekkende verbinding strakker, zonder effect. Ik haalde de verbinding los en weer vast met meer loodgieterstape: droog!! Helaas begonnen toen andere verbindingen te lekken, die ondanks al mijn pogingen bleven lekken. Uiteindelijk Nyasi weer erbij: bleek in een gegalvaniseerd tussenstukje (voor de kenner van 3/8 naar 3/4) een minuscuul barstje te zitten. Gelukkig hadden we dit ook in voorraad en nu is alles droog. Ik hoe dus niet meer onbenullig te liggen luisteren alsof de wereld niet in brand staat.
Nu dit stukje af is hoop ik dat jullie het geen onbenullig stukje vinden van een dito-blogger.
Smiling coast?
Dat klopt. Zo prijst dit kleinste landje in Afrika zich aan in de toerismesector. Helaas zullen die mensen, die komende week dit land voor het eerst bezoeken die glimlach met een lampje moeten zoeken. Mogelijk dat de enkele Christen een betoverende lach op het gezicht kan toveren, maar de in meerderheid moslim Gambianen is het lachen wel vergaan. Deze week is namelijk de Ramadan begonnen en dus betekent dat tussen zonsop-en ondergang niet eten en drinken. Toevallig(?) rijst de middagtemperatuur hier afgelopen dagen de pan uit en tikt het kwik bij een warme landwind ’s middags de 36 graden aan. Dat betekent natuurlijk dat je rustig in de schaduw zittend al 2 liter vocht aan transpiratie per dag kwijt bent. De mannen die de hele dag in de bouw in de volle zon werken en de vrouwen die van vroeg tot laat zwoegen zijn dus een emmertje vocht meer kwijt. En dan ook nog lachen??? En dan zijn er ook nog hardliners die op het moment dat hun speekselklieren nog ergens een druppeltje vinden om spuug te produceren dat lekker om zich heen ketsen.
Project bankje
Op het erf van Ali en Penda is de geplante mangoboom inmiddels een grote schaduw gevende boom geworden Onder de mangoboom is het altijd iets minder wam dan binnen, dus een favoriete plaats om te zitten. Helaas zijn alle voorradige stoelen in de loop van de jaren door temperatuur en vocht tot stof wedergekeerd, Afgelopen week zag ik een bejaarde buurman, die graag onder deze boom zit, met een klapstoeltje door het mulle zand aan komen zeulen. De wens van Ali is dus om een meer duurzaam zitmeubel te hebben. Daartoe hebben we 4 zakken cement gekocht; Ali heeft 3 zakken omgezet in cementblokken en inmiddels een bank opgemetseld. Na opvullen met zand moet er cement op voor de zitting en dan nog tegels op de zitting en rugleuning. Op de foto’s boven zien jullie de geboorte van dit zitmeubel.
Spreekuurtje
Doordat het Ramadan is en alle huisvrouwen rond mijn spreekuurtijd,18.00 uur, in de weer zijn om de avondmaaltijd- iftar te bereiden, is het afgelopen dagen rustig. Voor deze dokter is er op deze manier geen droge rijst te verdienen en bij de temperaturen van afgelopen week, 34 tot 38 graden, hoeft de spreekwoordelijke kachel dan wel niet te branden, maar toch kun je je voorstellen dat ik me lichtelijk overbodig begin te voelen.
Bikkelen
bij deze temperaturen in de volle zon zonder drinken doen de bouwers die dinsdag successievelijk om hulp kwamen vragen. Allemaal hadden ze klachten van het bewegingsapparaat. Dat varieerde van een ischias-achtige rugpijn, 2 vingers die krom staan door een peesletsel (onhandig bij metselen) en de klachten van frequent nachtelijk plassen (toen het nog geen vastentijd was ) . Bij navraag bleek hij de hele dag veel water te drinken uit een emmer, aan het eind van de middag dikke enkels te hebben, die ’s ochtends weer dun waren. Hij beschikt over een zeer uit de kluiten gewassen onderstel, waardoor hij door de hele dag staan “stalpoten” ontwikkelt. Dat vocht plast hij dan ’s nachts weer uit. De beste Remedie krijgt hij nu van Allah voorgeschreven: gewoon de hele dag niet drinken, zodat je uitgedroogd na 4 liter zweten weer naar huis gaat. Dan slaap je ’s nachts lekker door zonder dat je in het donker naar het “toilet” naar buiten moet om je blaas te ledigen.
Als kool
Gaat de tweeling, van wie de moeder onvoldoende borstvoeding heeft nu groeien op kunstvoeding. Geboren in november 2024 wogen broer en zus in januari 7700 gr. Gisteren ging het wegen wel wat lastig, omdat ze op de weegschaal hevig schreeuwend spartelden. Mijn snelle schatting is dat ze nu bijna de 10 kg aantikken. Vóór ons vertrek komt moeder nog eens terug om het laatste voor hen bestemde pakket voeding op te halen. De kindertjes krijgen inmiddels ook al wat bijvoeding.
Mijn plan is om jullie nog 2 zondagen aan tafel te nodigen, aangezien we vrijdag 13 maart weer terugvliegen. Op het menu staat waarschijnlijk een Toe(tje) en tenslotte een (non) alcoholisch Afzakkertje.
Ik heb 3 paar schoenen om te testen, die ik gebruikte bij het schoonmaken van de kennels van de Portimão puppies! Deze van vandaag zijn zeker niet de goeie! Ik kreeg een paar tenen die voelden alsof ze in brand stonden!
Maar het was weer genieten! De blauwe lucht weer terug en prachtige uitzichten! Een ding weet ik zeker.... zweetbandje voor op mijn hoofd moet ik echt meenemen!!
I have 3 pair of shoes to be tested for the walk, that I used while cleaning the Portimão puppies kennels! These ones from today are definitely not the right ones! My toes felt like they were on fire! But it was wonderful again....the blue sky is back and the views are beautiful! One thing I know for sure..... I need to bring a sweatband!
De eerste auto die mij hier deze keer opviel, was voor het vliegveld van Hanoi, waar ik zat te wachten op de bus. Een Maybach limousine stopte voor mij. Ik al denken da's een luxe bus, helaas. Wordt al jaren niet meer gemaakt, dus een leuke occasion. Maar toch, in Nederland al onbetaalbaar. Moet je in Vietnam zeker afschuwelijk rijk zijn.
Dat ik niet mocht instappen in de Maybach, heb ik alweer goed gemaakt. Er is tegenwoordig in Hue de 'Taxi Limo', een elektrische Vinfast 7, daarin kun je ook prima achterin zitten. Ik denk nog veel beter voorin, de volgende keer eens proberen. Een ietsje duurder, maar dat is hier wel te overzien. Met de taxi naar mijn vrienden, 2,3km, €1,- tot €1,20. De prijs van een koffie in een dure tent. Met de taxi was hier altijd al niet duur, maar sinds de komst van de electrische Vinfast-taxi's is het nog goedkoper geworden. Volgens mij zijn het zzp's (het werkt als een Uber), die denk ik de auto's huren van het Vin-conglomoraat. Vin, van de rijkste man van Vietnam. Ben eigenlijk wel nieuwsgierig waarin hij zelf rijdt, of zich laat rijden. Misschien zat hij wel in de Maybach.
Nu ik toch het opstapje naar auto's heb, kan ik mooi de stand van zaken weer eens bijwerken. Volgens mij is de Vietnamees met geld nogal mode gevoelig. Toen zo'n twintig jaar geleden de rijke Vietnamezen auto's begonnen te kopen, was het enkel Mercedes. Een tijd helemaal uit het straatbeeld verdwenen, maar tegenwoordig zie ik ze weer steeds vaker. Daarna werd het Audi, die zie ik helemaal niet meer. Oeps, de inkt is nog niet droog of ik zie een Audi. Maar het blijft bij die ene. De laatste jaren waren grote Amerikaanse pick-ups in de mode. Zie ik nog wel met enige regelmaat, maar duidelijk minder. Ik denk dat ze erachter zijn, dat zo'n auto wel stoer is maar wat moet je met een laadbak die je nooit gebruikt. Nu zijn gezinsverhuiswagens (mpv's) het summum. En als je het kunt betalen een echt bakbeest en flink hoog op de wielen. Zo één waar ik niet overheen kan kijken en een gemiddelde Vietnamees een opstapje nodig heeft en een hele grote familie Vietnamezen in past.
Wat minder bakbeest maar ook wel leuk is een Peugeot 3008 en af en toe een 5008. Liefst rood, een andere kleur is vast meerprijs. Is pas van de laatste paar jaar. Vroeger nooit gezien, maar nu een succes. Toch nog een auto die de Europese eer hoog houdt.
Voor de minder rijke , zeg maar de bovenmiddenklasse, de normalere Toyota, Mazda en Kia. Tegenwoordig begint ook al de laag eronder (kleinere) auto's te kopen. Ook enkel Japanse en Koreaanse modellen. En sinds een jaar de electrische Vinfast 3, in korte tijd heel populair. De welvaart neemt duidelijk toe.
Ps, De bovenlaag hier is ook in Nederland rijk, maar de middenklasse in Vietnam is nog geen vergelijk met die in Nederland.
In het straatbeeld is de toename van het aantal auto's al behoorlijk merkbaar. Zelfs ik op de fiets schiet nu minder op. In de stad is een auto nauwelijks bruikbaar. Hooguit rijdende chicanes voor de scooters. Ondanks de drukte zie ik geen auto's rond rijden met een deuk. Ook ondanks, op het eerste gezicht, het chaotische verkeer, zit er toch wel systeem in en wordt er door de meesten erg voorzichtig gereden. Tijdens Tet waren er de nodige alcoholcontroles, scheelt ook een slok op een borrel. Juist daar waar het rustig is, moet je goed opletten. Altijd wel iemand die flink gas geeft. Buiten de stad is het ook oppassen geblazen. Daar waar de vrachtwagenchauffeur vindt dat zijn grote claxon het recht op voorrang betekent.
Van auto's naar koffie. Ook al modegevoelig. Er komen steeds meer luxe koffiezaken. Zoals het chalet waarover ik vorige week heb verteld. Pas een week open, maar de 'place to be'. Het is nieuwjaarsvakantie en dat betekent dat zo ongeveer de hele stad 's ochtens ergens koffie wil drinken. En nu wil dus iedereen naar de nieuwste zaak. Mijn vrienden wilden er ook heen. Toen zij de scooter parkeerden keek ik vast even binnen. Een enorme rij om te bestellen. In een luxe zaak moet je dat bij de counter doen. Het wordt nog wel naar je tafel gebracht. Ik ben maar snel naar mijn vrienden gelopen. Op naar de volgende luxe zaak, dertig meter verderop. De hele straat telt wel tien koffiezaken, maar deze twee zijn wel de meest luxe. De volgende pas een jaar open en vorig jaar de 'place to be'. Nu nog erg rustig. Nu nog. Twintig minuten later ook vol. Allemaal eerst naar de nieuwste zaak en van armoede hier maar heen. Van horen zeggen dat beide zaken van de zelfde eigenaar zijn. Dat is een mega-investering geweest, dus ook al een Vietnamees van de buitencategorie. Wat voor auto zou hij rijden. Misschien wel de Lexus die ik gisteravond zag.
Ik ben al zo ingeburgerd dat ik ook een Kumquat koop om op mijn balkon te zetten. Een boompje met citrusvruchten, heel erg Tet. Volgens de werkster had ik goede zaken gedaan, €6,50.
Tet zit erop, morgen begint het normale leven weer. Zal een verademing zijn. Was het in de weken voor Tet al heel druk, de afgelopen week was het druk, druk, druk. Zoals al gemeld 's ochtends naar de koffie, dan ergens op visite en 's avonds ook nog ergens naar toe. En dan kennelijk liefst met de auto. De grote uitgaansgelegenheid naast mijn hotel, is normaal al elke avond druk, maar nu meer dan vol. En dat is een understatement. En foto's maken, te pas en onpas. Bij de speciale fotospot in de koffiezaak, maar ook je kinderen midden in de bloemen zetten en maar knippen. Over de afrastering voor die nog mooiere foto.
Laat ik nu zojuist een mooie nieuwe Audi zien, een Q7. Wellicht weer de nieuwe mode.
Het begint er aardig op te lijken dat Go Ahead Eagles volgend jaar de rijkste club in de KKD is. Vandaag toch maar een keer winnen.
De bus is vanochtend gered en stond om 9:00 weer klaar voor vervoer naar het National Park. Langs de kust loopt er een pad, pakweg 20 meter afstand met het strand over 7.5 km. Omdat het veel geregend had, was maar 1.5 km toegankelijk. We zagen brulapen, vogels en allerlei exotische planten. Velen worden in NL op zeer kleine schaal als kamerplant gehouden. We zagen ook een geel slangetje en een rood/bruine slang van ongeveer 60 cm. We stonden er met de groep ca. ½ meter van vandaan foto’s te maken. Later bleek dit de meest dodelijke slang van Costa Rica te zijn, ze kunnen een paar keer hun lichaamslengte springen. Dit was een jonge nog niet volgroeide slang en die doseren vaak meer gif dan nodig is, omdat ze nog onvoldoende ervaring hebben. Het schijnt dat er 80 mensen per jaar gedood worden door deze slangensoort. Toen de ranchers van het park vernamen dat deze slang op een wel heel toegankelijk plekje lag, werd het er rondom heen meteen afgezet. Ze hadden deze slang al een paar jaar niet meer gezien in het park. Op het strand stonden om de 100 meter vlaggen, bijna allemaal rood, dus niet zwemmen (vanwege de onderstroom). Alleen op het eind stond er een groene vlag en hebben 6 personen van de groep (waaronder Hans) in de Caribische Oceaan gezwommen. Het ging steeds heftiger regenen, het pad werd modderig en we zijn na de lunch maar terug naar het hotel gegaan. Er was door de regen ook geen animo meer om een waterval te bezoeken. We hebben ‘s middags nog even gezwommen in het zwembad van het hotel en Majohrie heeft aan de overkant van het hotel nog een aantal brulapen op de foto gezet. ’s Avonds met de groep lekker gegeten in het restaurant aan de overkant.
Vroeg opstaan (5:15) want de bus gaat om 6:00 naar een nationaal park met meer dan 450 verschillende vogelsoorten. Als we bij de bus komen, blijkt dat we naar een ander park gaan omdat het beoogde park dicht is. Maar omdat het Catie park pas om 7:00 open gaat, gaan we eerst ontbijten. We komen iets voor 7:00 bij het park waar we ons vermaken bij de speciale hangende nestbouw van de Montezuma Oropendola. De vogels met opvallende gele staart vliegen aan en af. Het mannetje bouwt het nest en pas als het vrouwtje het nest goedkeurt zal ze eieren gaan leggen. Het regent af en toe en de kolibries laten het afweten, ze houden zich schuil als het regent. Rond 10:00 pikken we de anderen van de groep op om naar het nationale archeologisch park: Monumento Nacional Guayabo te gaan. Samen met Machu-Pichu het het enige park in Midden en Z-Amerka met de status van beschermd erfgoed. Costa Rica is een uiterst vredig land. Na de burgeroorlog in de jaren 40 hebben ze het leger afgeschaft en het geld werd daarna in sociale ontwikkeling gestopt, bijna overal zijn scholen en voetbalvelden en alle inwoners krijgen goede gezondheidszorg. Ook in de jaren 80 waar er veel oorlogen waren in omringende landen, bleven Costa Ricanen gespaard. 2/3 van de bevolking van 6 miljoen leeft in de centrale vallei, waar ook de hoofdstad (San Jose) en de voormalige hoofdstad (Cartago) zich bevinden. Cartago is meermalen door een vulkaan uitbarsting zwaar beschadigd. Een kwart van de bevolking is afkomstig uit Nicaragua, zij worden veelal ingezet voor lage lonen. Prijzen in de supermarkten zijn vergelijkbaar met die in NL, maar de mensen ontvangen hier veel minder salaris dan in NL.
Onderweg naar het park wordt de lokale gids Rosa opgepikt. De overblijfselen zijn jaren verborgen gebleven onder het tropische woud. Pas toen boeren het land gingen ontginnen, bleek dat hier een grote cultuur is gewest. De inheemse bevolking was al vertrokken, voordat de Spanjaarden verschenen. Er zijn grote ronde stenen cirkels waar met palen en rietbedekking woningen voor 10 -25 personen op gebouwd waren. De hoogste was waarschijnlijk 30 meter hoog en voor de voornaamste inwoner (een soort president). Op een maquette was de bouw weergegeven. Ze hadden nog geen dieren of karren om te helpen met de stenen verplaatsen. Er was een aquaduct waar water vanaf de vulkaan geleid werd en door een vernuftig systeem schoon opgeslagen werd in een groot bassin. Het grootste gebouw had een ingang aan de oostkant en een uitgang aan de westkant. Er loopt een stenen toegangsweg die waarschijnlijk alleen om te pronken was. Dit dorp is bewoont geweest van 1000 voor Christus tot 1400 na Christus. Ondanks de vulkaan op de achtergrond hadden ze blijkbaar geen last van de uitbarstingen die er in die periode hebben plaats gevonden.
Bij een bakker hebben we een broodje/ koekjes gegeten ipv lunch.
’s Middags gaan we weer naar het Catie park, nu met de focus op de botanische tuinen. In de kas met orchideeën waren de meeste helaas niet in bloei. Omdat het warm is, maar toch ook veelvuldig regent is het een zeer goed landbouw land. We hebben veel grote bamboe bossen gezien en grote planten die wij als kleine kamerplanten hebben. Er is een inheemse bamboe soort, maar die is veel kleiner dan de meeste bamboebossen die uit Azië zijn geïmporteerd. Er staan diverse soorten koffiestruiken, bananenbomen en er wordt uitgeprobeert welke plantensoorten en fruitsoorten het beste gebruikt kunnen worden. Als we om half 5 terug zijn is het even douchen en relaxen. Om half 6 gaan de meesten samen met de bus naar een restaurant. Majohrie blijft in het hotel met droge koekjes en cola want vannacht was het mis met de darmen. Morgen gaan we naar de oostkust en zal het een stuk warmer zijn. Het is lastig kiezen uit 500 foto’s, maar er was ook zoveel moois.
Nadat we eindelijk op Biak zijn aangekomen, willen we ook direct aan de slag. De komende dagen staan in het teken van het bekijken van mogelijke nieuwe projecten én natuurlijk het bezoeken van afgeronde projecten.
Juist die afgeronde projecten hebben onze speciale aandacht. In een jaar kan er veel gebeuren. Wij vinden het belangrijk dat deze projecten goed onderhouden blijven, zodat ze ook echt blijven functioneren. In onze verslagen nemen we jullie dit jaar weer mee langs al deze plekken.
Vrijdag 20 februari – Eindelijk echt beginnen
Vandaag gaan we écht van start. Al vroeg rijden we naar Inge, die ons vandaag zal vergezellen. De meeste lezers kennen Inge inmiddels wel, maar toch even een korte introductie. Inge woont al haar hele leven op Biak. In de Nederlandse tijd heeft ze hier op school Nederlands geleerd. Ze kent het eiland als geen ander. Voor ons is ze een enorme steun: een dierbare vriendin, een geweldige tolk en iemand die altijd klaarstaat – ook als wij weer in Nederland zijn. En niet onbelangrijk: ze gaat graag met ons op pad.
Kampong Kajasbo – Hydrocultuur
Onze eerste stop is kampong Sundey. Bij de school staat een hydrocultuurinstallatie die wij eerder hebben geplaatst. Het schoolhoofd, Serli, beheert deze.
Serli vertelt ons dat één van haar leraren inmiddels is aangesteld als schoolhoofd in kampong Kajasbo. Hij zou daar ook graag een hydrocultuurinstallatie willen plaatsen — net als in Sundey — als educatief project voor de kinderen. Hoe mooi is het dat leerlingen hun eigen groenten leren verbouwen én deze vervolgens zelf kunnen eten?
In Kajasbo treffen we een nette school aan. Op het eerste gezicht ziet ook het sanitair er goed uit. Dat is altijd het eerste waar we naar kijken bij een schoolbezoek.
Maar schijn bedriegt. De watertank blijkt omgevallen en kapot te zijn. Hierdoor kunnen de toiletten niet meer worden doorgespoeld.
Ter plekke maken we een plan:
·De kampongbewoners gaan het toiletgebouw schoonmaken en schilderen.
·Wij zorgen voor de benodigde materialen om een nieuw waterreservoir te plaatsen.
·De oude tank stond op een houten stellage van één meter hoog. Deze is doorgezakt, waardoor de tank is geknapt. Dit keer maken we een verhoging van koraal en cement. De bewoners gaan deze zelf bouwen.
·Daarop plaatsen we een watertank van 2200 liter, zodat zowel het toiletgebouw als de toekomstige hydrocultuur van water wordt voorzien.
Voor de hydrocultuur bekijken we het schoolterrein.
Naast de woning van het schoolhoofd ligt een mooie vlakke ruimte — ideaal voor de installatie. Vanuit de woning kan de stroom worden aangelegd.
Een timmerman uit Kajasbo gaat eerst in Sundey kijken hoe de constructie daar is opgebouwd. Aan de hand van zijn bevindingen bestellen wij, in overleg met hem, de materialen die vervolgens naar Kajasbo worden gebracht.
Wordt vervolgd dus.
Kampong Mandon – Geen waterprobleem, maar een elektriciteitsprobleem
Daarna rijden we door naar kampong Mandon. We hadden gehoord dat hier geen water (meer?) was, maar wat er precies speelde was onduidelijk.
Bij aankomst worden we aangesproken door de kepala kampong (dorpshoofd). Hij vertelt dat er wel watertappunten zijn, maar dat er geen water uitkomt. Hij wijst ons een bron aan waar eventueel water opgepompt zou kunnen worden.
Dat vonden we vreemd. We vragen naar de oorspronkelijke bron waarop de tappunten zijn aangesloten.
Daar treffen we een indrukwekkend systeem aan:
·Een watertoren van acht meter hoog
·Twee reservoirs van 1000 liter
·Een onderwaterpomp in een bron in een grot
Onze eerste gedachte: misschien is de pomp kapot of vastgelopen in het slib.
Maar dan horen we naast de toren de elektriciteitsmeter piepen. Hier werkt stroom prepaid: is het tegoed op, dan stopt alles. Serli zet wat tegoed op de meter en we starten het systeem opnieuw op. De pomp begint te draaien. De reservoirs vullen zich.
En in de kampong begint het water weer te stromen.
Er is hier dus geen waterprobleem — maar een elektriciteits- en betaalprobleem. De installatie is prachtig en kostbaar. Onze hulp is hier niet nodig. Hoe de bewoners onderling de elektriciteitsrekening regelen, is iets waar wij ons niet in mengen. Wel hebben we gezegd dat het zonde is om zo’n mooie installatie ongebruikt te laten.
Wie dit systeem ooit heeft aangelegd, weten wij overigens niet.
Lapan – De moeders van Wamena
Onze laatste stop is Lapan, een wijk van Biak-stad. Hier wonen de “moeders van Wamena”: een groep vrouwen afkomstig uit het binnenland van West-Papua. In Wamena hebben zij geleerd groenten te verbouwen. Dat proberen ze hier op Biak ook, al is dat niet eenvoudig.
Biak bestaat grotendeels uit koraalgrond — niet bepaald ideale landbouwgrond. Toch slagen deze vrouwen erin gewassen te verbouwen. Wij hebben hen de afgelopen jaren voorzien van zaden, waarmee zij groenten kweken en verkopen op de pasar.
Omdat we niet precies wisten hoe zij wonen, en Serli had geopperd dat een hydrocultuur hier misschien een goed idee zou zijn, zijn we gaan kijken.
Serli brengt ons naar het huis van de vrouw aan wie zij namens ons de zaden overhandigt. Daar zou eventueel een hydrocultuur kunnen komen.
Maar bij aankomst blijkt dat de moeders verspreid wonen. En wij plaatsen geen hydrocultuur bij particulieren — alleen wanneer het een gemeenschap dient.
Dat plan laten we dus direct los.
Wat ons echter diep raakt, is de krotwoning waarin deze vrouw met haar man en vijf kinderen woont. Er wordt nog gekookt op hout, binnen in de kleine woning. We zijn inmiddels wel wat gewend hier, maar zo kort na aankomst uit Nederland is het toch weer even schakelen.
Geen hydrocultuur hier.
Maar we gaan wél helpen om dit huis op te knappen.
Jantinus en Mark
Wil je ook bijdragen dat kan! Gebruik daarvoor de donatie link. Je kan zelf een bedrag invullen.
Wij leveren de mooiste reis albums af. Koffietafel boeken van 29 bij 29 cm. Als je de bestelling plaatst ontvang je vrijblijvend een offerte met een preview. Wijzigingen zijn eenvoudig door te voeren. Het boek is een geweldig aandenken aan je onvergetelijke reis. Probeer het uit!.
Praktische tips voor een ontspannen autoreis
Met de auto op reis gaan blijft één van de fijnste manieren om vrijheid te voelen. Je bepaalt zelf je tempo, je route en je stops. Geen wachtrijen, geen bagagelimieten, geen vaste schema’s. Maar die vrijheid werkt alleen echt als ...
Van droom naar bezit: hoe je verantwoord een boot of tweede huis koopt
Stel: je bent al jaren fan van reizen, van vrijheid op het water of de geur van dennen in een bos en je overweegt om een boot of vakantiehuis te kopen. Het klinkt als de ultieme droom: een eigen stekkie voor weekends en vakanties, zonder telkens ...
Vrijheid onderweg begint met overzicht
De paradox van vrijheidReizen staat voor vrijheid. Geen vaste routine, geen agenda, alleen jij en de weg die zich ontvouwt. Toch weet elke reiziger dat echte vrijheid niet ontstaat uit chaos, maar uit overzicht. Wanneer je weet waar je bent, wat je ...
Momenteel maken wij geen gebruik van advertenties. Dit willen wij graag zo houden maar helaas kost het onderhoud van deze site veel geld. Wij hopen dan ook dat dagboekhouders snel overstappen naar een VIP abonnement of dat vaste lezers een VIP abonnement cadeau doen aan hun favoriete reizigers.
Als VIP steun je WaarBenJij.nu en krijg je als dank 25% korting op een foto-album. Deze korting is bij een uitgebreid boek veelal groter dan de kosten van een VIP-abonnement dus alleen hierdoor is het al de moeite waard
Wij leveren de mooiste fotoalbums met persoonlijke aandacht. Bundel je verslagen en foto's en maak een tastbare herinnering van een onvergetelijk avontuur.